Zelfs Duitse dubbele fouten worden niet met gejuich begroet

UTRECHT, 1 APRIL. Tennissupporters zijn minstens zo luidruchtig als voetbalsupporters, maar reizen eerste klas. In het luxe compartiment van de Intercity-trein Rotterdam-Utrecht maakten tien graanhandelaren uit Rotterdam zich gistermiddag op voor het Davis-Cupduel Nederland-Duitsland. Met schmink brachten de zakenlieden rood-wit-blauwe-vlaggen op elkaars wangen aan; op hun hoofd oranje petten, om hun nek oranje sjaals. John Snijders van R&S commodities nodigde zijn collega's uit. “Dit is goedkoper en leuker dan met je relaties Japans gaan eten. In februari zijn we met z'n allen ook naar Genève gegaan voor de wedstrijd tegen Zwitserland. Dit soort wedstrijden is feest. Er wordt echt bier geschonken en er ontstaan nooit problemen.”

De strijd om de Davis Cup beleeft hoogtijdagen. In 1989 speelde het Nederlandse Davis-Cupteam in het Brabantse Best nog voor een paar honderd toeschouwers tegen Indonesië. Gisteren schudde de Prins van Oranjehal in het Jaarbeurscomplex in Utrecht op zijn grondvesten. De landenwedstrijd tegen Duitsland, in de kwartfinale van de wereldgroep, trok liefst elfduizend tennisfans, die tachtig gulden betaalden voor een dagkaartje of 225 gulden voor een passepartout voor drie dagen.

Met ratels, koebellen en toeters moedigden de tennisfans Paul Haarhuis en Richard Krajicek aan. Ook ontrolden de supporters na het spelen van de volksliederen spandoeken: 'En op de 7de dag schiep God Haarhuis'. Alleen de tekst 'Becker, who the fuck is Becker?' wekte wrevel. Een official van de tennisbond zorgde dat het dundoek slechts korte tijd te zien was.

Hoe luidruchtig ook, de fans gedroegen zich sportief. Vooraf vreesden de Duitse kranten het chauvinisme van de Nederlandse fans. Maar ook Boris Becker en Michael Stich kregen het applaus dat ze verdienden. En de vele dubbele fouten van Becker werden niet met gejuich ontvangen. Laat staan dat er in Utrecht met muntgeld werd gegooid, zoals vaak het geval is bij Davis-Cupduels in Italië. “Luidruchtig maar fair”, noemde Becker het publiek in de Domstad. De Duitse nummer één zei ondanks de nederlaag tegen Haarhuis van de ambiance te hebben genoten.

De umpires deden ook erg hun best. Zij verzochten het publiek voortdurend om stilte. Alleen al tijdens de tiebreak van de vierde set van de partij Haarhuis-Becker maande de Engelse umpire Mike Morrissey 38 keer tot rust: 'Quite please' (15 keer), 'Thank you' (14), 'The players are ready' (4), 'Ladies and gentlemen' (4) en één keer 'Dankoewel'. De scheidsrechter bij Krajicek-Stich was specifieker in zijn verzoeken: 'Wilt u tussen de services alstublieft niet meer van uw fietsbellen gebruik maken'.

De Nederlandse bank, waar Tom Okker tussen Jan Siemerink en Jacco Eltingh had plaatsgenomen, leefde beduidend meer mee dan de Duitse bank. Bij ieder punt van Haarhuis sprongen zijn teamgenoten op. Becker kreeg van zijn landgenoten veel minder steun. De reserves Zoecke en Karbacher zaten als zoutzakken langs de kant. En ook echtgenote Barbara Felthus liet zich niet meeslepen door het enthousiasme in de hal.

Pas tijdens Krajicek-Stich veerde de Duitse bank soms op. Vooral Becker spoorde zijn teamgenoot aan. Na een Duits punt bleef hij iedere keer, duidelijk hoorbaar, als langste doorklappen. Wat enthousiasme betreft wedijverde de Duitser met staatssecretaris Terpstra. Getooid met een oranje sjaal, sprong de bewindsvrouwe in de vip-box voortdurend van haar stoel. Met gebalde vuisten spoorde zij Krajicek aan tot grote daden.

Na de winst op Krajicek beweerde Stich dat de toeschouwers de Nederlander te vroeg in de steek hadden gelaten. Maar Krajicek voelde zich voldoende gesteund. Voor het afnemende lawaai aan het einde van de partij had hij een andere verklaring. “De wedstrijd was niet mooi, er viel weinig te genieten. Bovendien stond ik achter, dat was voor het publiek ook niet echt leuk.”

Op weg naar huis, in de eerste klas-coupé van de Intercity Utrecht-Rotterdam, dachten de Rotterdamse graanhandelaren iets genuanceerder over de prestatie van Krajicek. “Wij houden van winnaars. Die Krajicek is zo'n slome, waarom stond Jan Siemerink niet opgesteld?”