Walen tegen wil en dank; Wallonië zoekt eigen identiteit na de federalisering van België

Naarmate België verder uiteenvalt, krijgen Wallonië en Brussel het benauwder. Moeten de Walen net als de Vlamingen ook een zelfstandige natie worden, of dreigt dan 'een verschrikkelijke middelmatigheid'? Aansluiting bij Frankrijk blijft lokken, hoe koel Parijs zich ook opstelt. Portret van de eenzaamste regio van Europa. Niet meer van België, nog niet van Frankrijk, dan maar 'van Europa', wat dat ook is. Illusies en idealen van de anti-Vlamingen.

De schelle stem van de schooljuffrouw echoot door de hal van het Brusselse metrostation 'Arts/Kunst' als ze twee kletsende leerlingen tot de orde roept. “Ik zeg het u nog eenmaal: ge moet Nederlands spreken. Ik ga er u punten van aftrekken hoor!” snauwt ze vanaf de roltrap.

Nergens anders weegt de gesproken taal zo zwaar als in Brussel en omgeving. Na elke verkiezing maken de flaminganten - Vlaams nationalisten - zich drukker over de toenemende 'verfransing' van de Brusselse randgemeenten door de vestiging van niet-Nederlands sprekende, doorgaans rijke gezinnen. Intussen sturen steeds meer Franstalige ouders in de hoofdstad hun kinderen naar een Nederlandstalige school om het verpauperde Franstalige onderwijs met de hoge concentraties migranten te ontwijken. Frans spreken in Brussel is een gevoelige maar ook paradoxale sociale indicator.

In Waalse steden als Luik, Namen en Charleroi wordt in alle wijken en op alle scholen - arm, rijk, goed en slecht - Frans gesproken. In Wallonië valt ook niets te veroveren op een andere taal. Dat maakt de zaken een stuk eenvoudiger dan in het tweetalige Brussel. Althans, zo lijkt het. In werkelijkheid gaan onder de linguïstieke vernislaag in Wallonië zulke diepgaande politieke, economische en sociaal-geografische verschillen schuil, dat sommigen zich afvragen of Wallonië wel bestaat. Waalse steden en streken delen de taal en de vlag maar hebben geen eigen feestdag noch een gezamenlijk volkslied. Is Wallonië wel een land? Sommige Franstaligen - zoals de liberale leider Jean Gol - betwijfelen dat openlijk en beweren dat Wallonië zonder stevige inbedding in de Franse cultuur en dus zonder hechte solidariteit met Franstalig Brussel, hopeloos zal wegzakken in 'een verschrikkelijke middelmatigheid'. Anderen zijn juist driftig op zoek naar een eigen Waalse identiteit. De ultieme speurtocht naar een geïdealiseerde samenleving die kan overleven voor het geval de Vlamingen België definitief opheffen en Franstalig Brussel wordt overgedaan aan de Eurocraten, is op gang.

Bufferstaat

Niemand heeft beweerd dat België eenvoudig uit te leggen is. Het mooiste Frans in België wordt niet in Brussel of Wallonië gesproken, maar in Vlaanderen. In steden als Gent en Antwerpen is het Frans de gecultiveerde taal van de vroegere bourgeoisie, die nu nog gebezigd wordt in de weemoedige beslotenheid van salons als 'Le Club des Nobles' en 'La Concorde' of op leerrijke bijeenkomsten van verenigingen als 'Connaissance et Vie Actuelle' en de 'Cercle Royal Artistique et Littéraire'. Het is de taal van de heersende klasse die al lang niet meer heerst in Vlaanderen. “Ach, mijn lezers zijn niet meer arrogant en rijk. Ze zijn vooral oud”, verzucht Nicole Verschoore (56), uitgeefster van Le Nouveau Courrier, weekblad voor Gent en omstreken.

Onbevangen schetst Verschoore haar familiegeschiedenis, die van de hogere burgerij in Brussel en Vlaanderen die in de Franse tijd het Nederlands verruilde voor het Frans als Europese cultuurtaal. In de achttiende eeuw, in de Oostenrijkse tijd, was Brussel overwegend een Nederlandstalige stad en hielden de notabelen in de Vlaamse steden en dorpen hun familiekronieken en hun rekeningen bij in het Nederlands. Maar al in 1830, toen het nieuwe koninkrijk België na de boedelscheiding met Holland door de grootmachten als bufferstaat tegen Frankrijk werd geconstrueerd, sprak menig Vlaamse fabrieksdirecteur en notaris thuis Frans. Ook al moest men niets hebben van de Fransen. “De Fransen hier in België, dat was iets afschuwelijks. Ze hebben het rederijkerstoneel kapot gemaakt, het verenigingsleven, de gazetten. Net als de meeste verfranste burgers van Gent was mijn familie orangist en fel anti-Frans. Men was in 1830 helemaal niet zo blij met die bende wildebrassen uit Luik en Brussel die het bij de Belgische omwenteling voor het zeggen kregen en de Nederlanders hebben buitengestoken”, weet Verschoore.

Precies honderd jaar na de Belgische onafhankelijkheid behaalde de Vlaamse beweging één van haar belangrijkste overwinningen met de volledige vervlaamsing van de universiteit van Gent. Vanaf 1930 wordt alleen nog maar in het Nederlands gedoceerd, waardoor de oude Franssprekende elite in Vlaanderen plaats heeft moeten maken voor een nieuwe Nederlandstalige elite. Nicole Verschoore is perfect tweetalig, of liever gezegd drietalig. Ze werd in het Frans opgevoed, studeerde op de Nederlandstalige universiteit in Gent germanistiek en werkte na haar studie als journaliste bij Het Laatste Nieuws in Brussel. Met haar ouders en met haar man converseert ze in het Frans, met haar kinderen in het Nederlands. Vorig jaar schreef ze een roman ('Le Maître du Bourg') die tot haar verrassing werd geaccepteerd door de befaamde Parijse uitgever Gallimard. Zij was vanzelfsprekend erg trots, maar haar kinderen reageerden terughoudend, vertelt ze. Zij vonden het maar stom dat ze in het Frans en niet in het Nederlands had geschreven.

Zonder bitterheid schildert Verschoore het beeld van de langzaam uitstervende generatie Franstalige Vlamingen. “Ze houden van dit land. Het zijn echte Vlamingen, alleen spreken ze Frans”, zegt ze. “Ze willen hier niet weg, maar ze willen wel graag het gevoel hebben dat ze worden gerespecteerd en met rust worden gelaten”, voegt ze er aan toe, verwijzend naar recente acties van militante taalactivisten tegen Franstalige toneel- en muziekvoorstellingen in Gent. Sommige jongeren willen tegenover hun vriendjes niet meer weten dat ze uit dat “oerburgerlijke” milieu komen van “ouderwetse elegantie met een beetje andere manieren”. Dat doet pijn in families waar grootouders hun kleinkinderen niet meer verstaan. Maar voor het overige moeten de zaken maar worden geaccepteerd zoals ze komen, zegt Verschoore. “Er is natuurlijk helemaal geen toekomst voor zo'n blad” als Le Nouveau Courrier, waarvan de meeste redacteuren de pensioengerechtige leeftijd al lang zijn gepasseerd, stelt ze vast. “Alleen de mensen van de generatie van voor 1930 lezen het nog. Dan zal het gedaan zijn”.

Kolonisatie

Zo bewust en berustend als de Franstalige klasse in Vlaanderen op haar verleden terugkijkt, zo onzeker zoeken de Franstaligen ten zuiden van de taalgrens naar een helder zelfbeeld. Wallonië is Vlaanderen niet, maar Wallonië is ook Brussel niet en omgekeerd. Tussen de Franstaligen in Brussel en in Wallonië bestaat de klassieke tegenstelling tussen de 'metropool' en de 'provincie', aangescherpt door historische gevoeligheden. Economisch en sociologisch zijn de Franstaligen in Wallonië en Brussel altijd al van elkaar vervreemd geweest. Ging het in Vlaanderen behalve om de taal ook om een culturele emancipatie jegens de Franstalige bourgeoisie,in Wallonië was het vooral een 'klassestrijd' tussen de arbeiders in industriesteden als Charleroi en Luik en het kapitaal dat in of vlakbij Brussel resideerde. In Vlaanderen noemden de Franssprekende ondernemers zich tenminste nog Vlaming, woonden ze in de buurt van hun fabrieken en herinvesteerden ze hun winsten. In Wallonië was vooral sprake van een sociale strijd tegen de economische kolonisatie door de Brusselse industriëlen met hun villa's in de 'groene rand'.

Dat klassebewustzijn, de afgelopen decennia nog verscherpt door het verval van belangrijke industriële sectoren, bepaalt het denken in Wallonië. Net als in het verleden reageert de 'Waalse beweging' sterk op hetgeen aan de Vlaamse kant van de taalgrens gebeurt. En wat de Walen waarnemen, zorgt voor groeiend onbehagen. Het economisch dominante Vlaanderen manifesteert zich steeds nadrukkelijker als een aparte, zelfbewuste natie, met een eigen regering en afgebakende grenzen. Elke keer als de gevoelige discussie over splitsing van de sociale zekerheid in een Waals en Vlaams deel oplaait, groeit in Wallonië het bange vermoeden dat Vlaanderen zich voorbereidt op de ultieme stap. Een definitief vertrek uit de Belgische federatie met achterlating van het verarmde Wallonië.

Die Vlaamse natievorming jaagt de Walen op. Sommige Waalse activisten trekken hun eigen conclusie en tekenen een 'gebarsten' België waarop de Waalse haan zonder schroom buurland Frankrijk binnenstapt. 'We staan niet alleen', en 'Vlaanderen bereidt zich voor op zijn toekomst. En U?', luiden de veelzeggende teksten op de stickers, pamfletten en tijdschriften die op een tafel liggen bij de ingang van de grote Academiezaal aan de Place de XX Août in het centrum van Luik. Een paar honderd mensen bezoeken de discussiebijeenkomst over de vraag of Wallonië eigenlijk niet bij Noord-Frankrijk hoort, georganiseerd door de 'Jeunes pour le Retour à la France'.

In Luik bestaan warme gevoelens voor Frankrijk en voor de Franstalige cultuur, dat wordt wel duidelijk uit de redevoeringen. Maar ook blijkt dat de sympathie bij de aanwezigen niet zo ver gaat, dat zij aansluiting bij Frankrijk nastreven, zoals een kleine, maar fanatieke groep 'rattachisten' beoogt. Zelfs de met applaus begroete politicus uit Frankrijk bewaart geografische afstand tot Wallonië. “In Noord-Afrika spreekt men ook Frans, maar dat betekent nog niet dat men tot Frankrijk behoort”, zegt senator Jacques Legendre, burgemeester van Cambrai. “Ik ben hier niet gekomen als een geheim agent om Frankrijk groter te maken”.

Legendre maakt beleefd duidelijk dat hij zich niet wil mengen in de interne aangelegenheden van de Belgen of de Walen. Die terughoudendheid mag evenwel niet worden verward met “onverschilligheid”, voegt hij er aan toe. “Wij volgen vanuit Frankrijk met belangstelling de ontwikkeling in België, maar wij kunnen niet zeggen wat jullie moeten doen”. Dezelfde boodschap van culturele verbondenheid maar diplomatieke distantie kreeg de vorige premier van Wallonië, Guy Spitaels, twee jaar geleden bij zijn 'staatsbezoek' aan Parijs. “Wat vooral bijblijft is de Franse gereserveerdheid jegens elke vorm van separatisme bij ons”, aldus La Libre Belgique over de ontmoeting tussen Spitaels en Mitterand. Met andere woorden: Parijs hecht aan goede relaties met Wallonië, maar wil en zal niets ondernemen dat kan worden uitgelegd als een ondermijning van de Belgische eenheidsstaat.

Zelfbeeld

Dat laatste geldt minder voor José Happart, de eigenzinnige activist uit Voeren. Maar op de bijeenkomst in Luik onderstreept hij niets te voelen voor een opgaan in het grote Frankrijk. “Ik ben niet bang voor onze vrienden uit het zuiden, maar ik wil geen vazal van Frankrijk worden”, zegt hij. “Ik voel me geen Fransman. Ik voel me geen Belg. Ik voel me in zeker opzicht Waal. En ik voel me Europeaan”, verwoordt Happart zijn 'ik-ben-die-ik-ben en-waar-ik-woon' politieke zelfbeeld.

Stemmentrekker Happart weet met zijn pleidooien voor 'Wallonie, région de l'Europe' steevast de gevoeligheden pijnlijk bloot te leggen. Duidelijker dan wie ook heeft hij aangedrongen op het verbreken van de banden met Brussel, analyseert Denise van Dam, wetenschappelijk medewerkster aan de katholieke universiteit van Namen en publiciste over Wallonië. Het politieke debat concentreert zich steeds meer op de breuklijn tussen Wallonië en Brussel, constateert ze. Het is de tegenstelling tussen de 'zoekers' naar een eigen Waalse identiteit en degenen die zich meer thuis voelen in de Franse cultuur dan in een veronderstelde Waalse cultuur.

Het schisma tussen Wallonië en Brussel wordt zichtbaar op de oevers van de Maas in Namen. In Brussel zetelt de Franstalige Gemeenschap, de deelregering die de 'persoonsgebonden' zaken van alle Franstaligen in België behartigt, zoals onderwijs, cultuur en gezondheidszorg. Maar in Namen zetelt de Waalse landsregering. In het 'Elysette' aan de Maas, gebouwd van eerlijk Waals natuursteen, heeft de Waalse socialistische minister-president Collignon zijn ambtswoning. Alle gewestelijke ministeries zijn de afgelopen jaren vanuit Brussel verhuisd naar Namen, hoofdstad van Wallonië. Aan een nieuw, prestigieus Waals parlementsgebouw op een landtong waar Sambre en Maas samenvloeien, wordt gewerkt.

Zo lijkt het erop dat naarmate in België de grens scherper wordt getrokken tussen Vlaanderen en Wallonië, ook de kloof tussen Brussel en Wallonië groeit. Veel Franstaligen in Brussel slaan die ontwikkeling met groeiende bezorgdheid gade. Zonder subsidie uit Wallonië zal de Franstalige gemeenschap in Brussel niet kunnen voortbestaan, is hun angst. Verdeeldheid tussen de Franstaligen in Wallonië en Brussel zal alleen de Vlamingen in de kaart spelen, zegt bijvoorbeeld Marc Uyttendaele, een advocaat uit Brussel. “De Franstaligen in Brussel hebben de Walen nodig om een dreigende vervlaamsing van Brussel tegen te gaan, en de Walen hebben er geen enkel belang bij om zich te laten afsnijden van de grootste Franstalige stad in het land”, zegt hij. Daarom moet er een hechte Franstalige gemeenschap in een federaal België blijven bestaan, aldus Uyttendaele. Maar zeker voelt hij zich niet. “De Walen voelen zich geen Brusselaren en de Brusselaren voelen zich geen Walen. Maar de Vlamingen voelen zich overal Vlamingen”, verzucht hij.

Er zetelt dus al een echte Waalse regering in Namen. Maar voor het overige lijkt in Wallonië een “natievormende logica” zoals in Vlaanderen te ontbreken. Het naoorlogse Wallonië is een land van immigranten: uit Italië, Marokko en Turkije, maar ook uit Vlaanderen. De geschiedenisboekjes bieden nauwelijks houvast voor Waalse nationalisten. De enige Waalse geschiedenis die is geschreven, betreft het prinsbisdom Luik, al eeuwenlang onafhankelijk. Maar Luik is Mons niet en een Ardense boer kijkt anders tegen de wereld aan dan een gepensioneerd mijnwerker uit de Borinage of een Italiaanse staalarbeider in Charleroi. Voor Wallonië is er eigenlijk alleen maar Belgische geschiedenis, en die is dan nog voor een groot deel Vlaams gekleurd. De socialistische volksvertegenwoordiger Jules Destrée uit Charleroi zei begin deze eeuw al dat de Vlamingen “ons verleden hebben gestolen”. “Wij hebben ze de geschiedenis van België laten schrijven en onderwijzen, zonder ons om de gevolgen te bekommeren van historische tradities voor de huidige tijd. Want de moeilijk te schrijven geschiedenis moest vooral die van de glorierijke dagen voor Vlaanderen zijn”, aldus Destrée, vooral bekend door zijn beroemde brief ('Sire, de afschuwelijke waarheid is: er bestaan geen Belgen') aan de koning.

Destrée probeerde de Walen zelfbewustzijn bij te brengen. “Jullie kunnen meer dan kolen delven”, hield hij zijn tijdgenoten voor. De moderne vertegenwoordigers van de 'Waalse beweging' doen hetzelfde. “Indien Wallonië zelf oplossingen wil vinden voor zijn economische en maatschappelijke problemen, dan moet het eerst een soort gemeenschappelijke taal ontwikkelen. Je moet er achter komen wie je bent, waar je staat, wat je verleden is. Pas dan kun je je lot in eigen handen nemen”, zegt bijvoorbeeld de Luikse hoogleraar Jean-Marie Klinkenberg, een van de ondertekenaars van het 'Manifeste pour la culture Wallonne' uit het midden van de jaren tachtig.

Onmiddellijk voegt hij er aan toe dat het om “een dubbelzinnige” speurtocht gaat. Immers de grens tussen een oprecht zelfonderzoek en de vlucht in bekrompen nationalisme is gemakkelijk overschreden, zegt Klinkenberg. “Er bestaat altijd het gevaar van het afdrijven naar eng nationalisme. Daarom moeten we op onze hoede zijn. Het gaat om het debat dat wordt gevoerd. Dat is belangrijk. En als de uitkomst is dat er verschillende Waalse identiteiten zijn, zou mij dat niet in verlegenheid brengen. Eén Waalse identiteit zou betekenen dat ik geloof in een historische essentie die altijd heeft bestaan en nu opeens aan de oppervlakte zou komen. Dat wijs ik dus af. Dat wordt al gauw Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer”.

Het verborgen verwijt luidt dat de Walen zich niet - zoals de Vlamingen! - verlagen tot 'eng-nationalisme', maar willen bouwen aan een betere samenleving. Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destrée, noemt een aantal “waarden”, die volgens hem typerend zijn voor Wallonië: een onafhankelijke, kritische geest (“Eerder dan in andere landen gingen Walen bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in het verzet”), een democratische gezindheid, afwijzing van vreemdelingenhaat en handhaving van sociale verworvenheden. Destatte erkent dat die waarden ook in andere landen worden nageleefd. “Het gaat dus niet om een exclusieve identiteit. Niet alleen Walen hechten aan de democratie, maar we willen in ieder geval dat de Walen er aan hechten”, onderstreept hij het voluntaristische karakter van de Waalse beweging.

Toen Destatte deze ochtend Namen binnenreed kwam hij in een file terecht. Maar net als elke dag werden op de radio alleen de opstoppingen op de ring van Brussel en van Antwerpen vermeld. Op de Franstalige televisie komt overwegend Belgisch nieuws aan de orde en wordt nauwelijks aandacht besteed aan specifieke ontwikkelingen in de verschillende regio's die samen Wallonië heten. De belangrijke Franstalige dagbladen, als La Libre Belgique en Le Soir zijn Brusselse en geen Waalse kranten. Dat accentueert allemaal de 'onderliggende' positie van Wallonië, zegt Destatte.

Zijn instituut wil daar verbetering in brengen. Net zoals een onderneming als IBM zijn werknemers een 'IBM-spirit' bijbrengt, zo moeten de Walen worden gemotiveerd om zich in hun regio thuis te voelen en zich daar te willen inzetten, zegt Destatte. “De Waalse identiteit bestaat niet à priori. Daar moet je aan werken”. Het Destrée-instituut geeft onder andere cursussen aan de ambtenaren in dienst van de de Waalse overheid. Gedurende drie dagen krijgen zij onderricht over de Waalse overheid, de Waalse geschiedenis en de Waalse cultuur. Er worden onderwerpen besproken als het Waalse verzet, het befaamde Waals Congres in 1945 (dat stemde voor aansluiting bij Frankrijk), de grote stakingen in het begin van de jaren zestig, het Rassemblement Wallon, de bloei en het verval van de staalindustrie en de mijnbouw, de arbeidersstrijd - gebeurtenissen waar de doorsnee Waal nauwelijks weet van heeft, zegt Destatte.

Identiteit

Zo probeert een intellectuele voorhoede in Wallonië op haar eigen manier afscheid te nemen van België. Maar niet alleen in Brussel wordt met gemengde gevoelens aangekeken tegen deze Waalse emancipatiebeweging. In een voorstad van Charleroi, in Mont sur Marchenne, woont Liliane Wouters, een Franstalige dichteres, toneelschrijfster en vertaalster. Zij is onder andere mede-auteur van de omvangrijke bloemlezing 'La poésie francophone de Belgique', uitgegeven door de Académie royale de langue et de littérature française de Belgique. Wouters, die drie jaar geleden de Vlaamse staatsprijs voor vertalingen ontving, heeft een uitgesproken mening over het streven naar een eigen Waalse identiteit: dat speelt op het vlak van de politiek, maar, een enkele uitzondering daargelaten, niet bij schrijvers en dichters. “Een aparte Waalse gemeenschappelijke identiteit? Men is nu bezig die te verzinnen, maar ze bestaat helemaal niet. De meeste Franstalige schrijvers voelen er niets voor om in zo'n regionalistische stroming te stappen. Ze willen kunnen doen wat ze willen.”

Sommigen beweren zelfs dat er evenmin een eigen Franstalige literatuur bestaat in België. “Zij zeggen: er bestaat een Franstalige cultuur, einde oefening. Maar daar ben ik het niet mee eens. De Belgische literatuur, en zeker de poëzie, neemt een specifieke plaats in binnen de Franse cultuur”, betoogt Wouters. “Bij de Franstalige schrijvers in België proef je gemeenschappelijke karaktertrekken en dezelfde kom je tegen bij de Vlamingen. De wijze van beschouwen is dezelfde bij Vlamingen als bij Franstalige Belgen. Humor, bijtende spot en het gebruik van woorden die een lichaam hebben. Niet alleen abstracte termen. Als ik een Nederlands gedicht vertaal, proef ik het verschil met een Vlaams gedicht. Ik geloof dat een Vlaming en een Waal ondanks hun verschillen meer op elkaar lijken dan een Vlaming en een Hollander.”

De meest Waalse Waal staat nog altijd dichter bij de meest Vlaamse Vlaming dan bij een Fransman, zei Wouters twee jaar geleden al in De Standaard. “Ik voel me echt Belgisch - noem dat al of niet 'Belgitude' - maar ik vind diezelfde manier van zijn zowel bij mijn Waalse vrienden als bij mijn familie uit Gent terug”. Nu stelt ze dat die specifieke 'Belgitude'-beweging alleen maar aan kracht wint. “Nog maar 30, 40 jaar geleden situeerde een Franstalige schrijver in België zijn verhaal in de stad A of het kleine plaatsje B. De Franse lezer kreeg de indruk dat het verhaal in Frankrijk speelde. Nu, een generatie later, durven Franstalige schrijvers het aan om hun romans ronduit in België te situeren. Dat betekent dat er een bewustwordingsproces op gang is gekomen”.

Misschien is dat een reactie op de politieke ontmanteling van België, suggereert Wouters. “Voor elke kunstenaar is het van belang dat hij zichzelf kan zijn. Iemand die zijn land aan alle kanten ziet verdwijnen, gaat op zoek naar de wortels van zijn bestaan. En als je, zoals ik, bent opgegroeid in België, blijf je je Belg voelen. Zelfs al raakt men geroerd bij het aanhoren van de Marseillaise, men blijft Belg. België is bijzonder. Ik hou van het land, met al zijn complexiteiten, met Walen, Vlamingen, Brusselaars en Duitstaligen in het oosten”. En, zegt ze: “Het is goed om ook aan Franrijk te laten zien: er bestaat een Franstalig België. We zijn niet alleen maar een kleine buur die naar Parijs moet komen om onze boeken en onze gedichten te kunnen uitgeven.”