Ultiem Duits geschut tegen te lage dollar faalt

AMSTERDAM, 1 APRIL. Het ultieme Duitse wapen tegen de daling van de Amerikaanse dollar heeft gisteren in Europa en New York een nauwelijks hoorbare knal geproduceerd. De plotselinge en forse verlaging van de Duitse rente, waarvan werd gedacht dat die de kracht van de Duitse mark kon temperen, lijkt zich zelfs tegen de schutter te hebben gekeerd.

Die schutter, de Duitse Bundesbank, zette donderdag niet voor het eerst de volledige financiële wereld op het verkeerde been door de rente in één keer met een half procent te verlagen tot vier procent - het laagste niveau sinds 1988. De leden van het blok rond de Duitse mark, waaronder Nederland, volgden gewoontegetrouw. Een lagere rente maakt de mark minder aantrekkelijk, en had dus voor een koersstijging van de dollar moeten zorgen. Maar het verzwakkende effect op de kracht van de mark bleek van korte duur. Nadat de Amerikaanse dollar donderdagmiddag nog met vier cent tot boven de 1,58 gulden was gestegen, viel de munt gisteren terug naar 1,565 in Europa en daalde in New York door naar 1,53 - dichtbij het recente na-oorlogse dieptepunt van vlak onder de 1,52 gulden. Het zelfde gold voor de Europese munten buiten het blok van de Duitse mark. De Franse franc, de lire, de peseta en de escudo veerden donderdag op, maar maakten gisteren een harde landing.

Wat ging er fout? De meeste analisten concludeerden gisteren dat de verhouding tussen de Duitse en Amerikaanse rente klaarblijkelijk niet het sterke effect heeft op de wisselkoers die er van werd verwacht. Het laatste jaar zorgde al voor voldoende voorbeelden daarvan: de Amerikaanse geldmarktrente verdubbelde sinds 1993, de Duitse is al bijna gehalveerd, maar in plaats van te stijgen, daalt de dollar alleen maar verder. Zolang de VS het internationale financiële systeem via het hardnekkige tekort op de begroting en de betalingsbalans blijven volpompen met dollars, blijft de Amerikaanse munt verzwakken, zo heet het. Econoom Neil McKinnon van de Amerikaanse Citibank, een van de meest trefzekere valuta-analisten van de laatste jaren, hanteert een doelzone van 1,25 Duitse mark voor een dollar. Dat is nog geen 1,39 gulden.

Tegenover de Japanse yen bewoog de dollar zich gisteren al naar een nieuw diepterecord van 86,45 gulden - een koers die vorig jaar rond deze tijd onvoorstelbaar was. Japan, een van de grootste slachtoffers van de dollarzwakte, heeft al herhaaldelijk geroepen dat de grote industrielanden (de G7) de handen ineen moeten slaan om de wegzakkende dollar een halt toe te roepen, maar kreeg daarvoor tot nu toe nul op het rekest. De VS maken niet de indruk overbezorgd te zijn over hun eigen munt. Dinsdag liet de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de mogelijkheid voorbijgaan om de Amerikaanse rente op te schroeven. Binnenlandse economische overwegingen - zoals het voorkomen dat de economische groei te veel afzwakt - tellen op dit moment zwaarder.

Wat Frankfurt en Tokio sinds donderdag moet verontrusten is dat, zelfs als de grote industrielanden op een lijn zouden komen over de dollarkoers, de wapens al zijn getest - en hebben gefaald. De gezamenlijke interventies van februari van dit jaar misten hun doel. Het 'omhoogpraten' van de dollar door bankpresidenten en ministers van financiën hielp maar even. En donderdag verschoot de Bundesbank zijn kruit: ook het inzetten van het rente-instrument blijkt niet te helpen en lager dan vier procent gaat het Duitse disconto niet. Een van de weinige middelen die over zijn is de Japanse rente. Het disconto, dat al op een zeer lage 1,75 procent staat, kan nog omlaag. Maar gisteren werd zonder effect al een geldmarkttarief in Tokio omlaag gebracht naar een onvoorstelbaar lage 1,25 procent zonder dat de koersverhouding tussen yen en dollar zich daar veel van aantrok.

Misschien heeft de markt wel te maken met een omgekeerd effect van wat zich in 1992 en 1993 in Europa voltrok. Toen verdedigden landen met een zwakke munt zich met het opschroeven van de rente. Maar dat bleek op de markt te worden opgevat als een teken van zwakte: een hogere rente verergert de oorzaak van de zwakte - zwakke overheidsfinanciën en een te hoge staatsschuld - alleen maar. Dat de Bundesbank (en onder meer ook De Nederlandsche Bank) zich klaarblijkelijk zo laat in de conjuncturele opleving nog een rentedaling kunnen permitteren, kan worden beschouwd als een teken van kracht.

De stap die de Bundesbank donderdag nam heeft vooralsnog niet gewerkt, en dreigt ook nog de reputatie van Franfurt te ondermijnen. De centrale bank heeft zich in het verleden nooit veel aan de externe stabiliteit van de mark gelegen laten liggen. De niet verhoorde smeekbedes van de Europese partners om een Duitse renteverlaging temidden van de valutacrises van 1992 en 1993 klinken nog na. Hoewel Bundesbank-president Hans Tietmeyer benadrukte dat de renteverlaging van gisteren te maken had met puur binnenlandse overwegingen, werd de renteverlaging vrijwel door iedereen opgevat als een poging tot het beïnvloeden van de wisselkoers van de D-mark. En die is ook nog mislukt.

Tenzij de wisselkoersen volgende week alsnog doen wat Frankfurt er deze week van verwachtte, lijkt vrijwel elke oplossing voor de dollarcrisis te zijn getest en mislukt. Wellicht is het simpelweg het lot van een 'reserve'-munt als de dollar: dat haar waarde door de jaren heen wordt uitgehold doordat er te veel in het financiële systeem meedraaien.

In dat geval dringt zich de conclusie op dat het misschien het beste is om de dollarcrisis (en daarmee ook de crisis in de verhouding tussen de Europese munten) eens goed te laten uitwoeden en verdere stappen achterwege te laten. Een maatregel die uitblijft blijkt op de valutamarkt nog altijd minder schade te berokkenen dan een maatregel die faalt.