Uit de wereld van het exlibris

In én klap verwierf het Museum van het Boek de legendarische collectie exlibris van Eugène Strens. Door deze aanwinst van 120.000 bladen bezit het museum nu de grootste en belangrijkste collectie op dit gebied ter wereld.

J.A. Brandenbarg, R.E.O. Ekkart, P.H.G.E. Strens en H.J.P.C. van Buul: Uit de boeken van Eugène Strens. De verzameling Strens in het Museum van het Boek, 78 blz., geïll., Walburg Pers 1995, ƒ 35,-

Tentoonstelling t/m 24 juni, Museum van het Boek, Prinsessegracht 30, Den Haag

Schaakproblemen, wiskundige spelletjes en vooral exlibriskunst waren de grootste liefhebberijen van Eugène Louis Charles Marie Strens (1899-1980), die in de gelukkige omstandigheid verkeerde hobbyist van beroep te kunnen worden. Geboren als notariszoon in een familie van vermogende bestuurders en juristen, kon hij het zich veroorloven zich na zijn studie elektrotechniek in Delft full time te wijden aan alles wat hem leuk leek. Eugène Strens was vanaf toen vooral een verzamelaar die zijn tijd liefst nuttig besteedde. Alleen al aan zijn liefde voor de wiskunde heeft de universiteit van Calgary nu een bibliotheek met 2.000 door Strens verzamelde banden over vooral recreatieve wiskunde en zijn talloze zelf ontworpen wiskundepuzzels te danken.

Legendarischer nog is de collectie exlibris die Strens naliet, en die sinds vorige week officieel in het bezit is van het Museum van het Boek in Den Haag. De verzameling omvat ruim 120.000 bladen met boekmerken en gelegenheidsgrafiek, een bijbehorende bibliotheek met 2.500 banden, complete reeksen van zeldzame Oostenrijkse en Duitse tijdschriften over exlibris, houtblokken, koper- en etsplaten. Daarbij behoren nog 41 ordners en bundels met de correspondentie die Strens voerde met kunstenaars, verzamelaars en drukkers. De exlibrisverzameling die het Museum van het Boek al in huis had, is met de collectie-Strens in één keer verdubbeld tot wat nu waarschijnlijk de grootste en belangwekkendste verzameling exlibris ter wereld is. De familie Strens verkocht de collectie, waarvan de waarde op ten minste 1,2 miljoen gulden is getaxeerd, voor het 'schijntje' van 540.000 gulden, aldus museumdirecteur J.A. Brandenbarg, die met de daartoe opgerichte stichting Exlibriscentrum van het Museum van het Boek toch drie jaar lang een 'moeizaam gevecht' om geld voerde.

De meest waardevolle stukken uit de collectie-Strens zijn unieke ontwerp-tekeningen met acht bijbehorende clichés van Maurits Escher, die van 1953 tot en met 1956 een suite van vier nieuwjaarswensen voor Strens ontwierp met het thema 'de elementen'. Tussen Strens en zijn studievriend Karel Asselbergs, die ook exlibris verzamelde, ontstond een jaarlijkse rivaliteit om de fraaiste nieuwjaarswens. Strens won met de suite van Escher, waarvoor hij viermaal 150 gulden aan ontwerpkosten betaalde. Inmiddels zijn de tekeningen ruim 150.000 gulden waard.

Dat de familie Strens in 1992 de verzameling juist aan het Museum van het Boek te koop aanbood, lag voor de hand. In 1934, toen Eugène Strens al een belangrijk deel van zijn collectie had opgebouwd, wilde hij die in een apart museum samenbrengen met de exlibrisverzameling van de Koninklijke Bibliotheek. Strens' museum is er om onduidelijke redenen nooit gekomen, maar omdat de Koninklijke Bibliotheek haar collectie van 60.000 bladen in de jaren zeventig in permanente bruikleen gaf aan het Museum van het Boek, kan zijn oorspronkelijke plan nu toch in aangepaste vorm worden uitgevoerd.

Om dit te vieren heeft het Museum van het Boek een kleine expositie gewijd aan de verzameling van Strens, en is het mooi vormgegeven boekje Uit de boeken van Eugène Strens. De verzameling Strens in het Museum van het Boek uitgegeven, met ruim dertig gereproduceerde exlibris. Henk van Buul, die de collectie Strens drie jaar lang inventariseerde, beschrijft een tikje specialistisch, maar ook met oog voor levendige details hoe Strens zijn verzameling opbouwde en welke rol hij speelde als opdrachtgever en als bestuurslid en oprichter van de Nederlandsche Exlibris Kring (NEK).

Eugène Strens heeft het grootste gedeelte van zijn collectie in nog geen tien jaar verzameld. Het oudste boekmerk dateert van ongeveer 1590, de tijd waarin de eerste exlibris ontstonden. Behalve Strens' collectie Royal Bookplates met boekmerken van onder anderen Ferdinand I van Bulgarije, en de laatste Russische kroonprins Alexander, vormden vooral de verzamelingen die hij kocht van de Duitsers Hanns Heeren en Paul Voigt de basis voor de deelverzameling waarmee Strens beroemd werd: een omvangrijke collectie Duitstalige bladen uit de periode 1890-1937. Vrijwel iedere belangrijke Duitse kunstenaar uit die tijd is daar vertegenwoordigd met prenten die vaak naar Jugendstil of het Symbolisme neigen. Strens correspondeerde met een aantal van hen, en gaf opdrachten en zelfs tamelijk eigenwijze aanwijzingen. Zo vroeg hij Alfred Cossmann of een hand op een besteld exlibris wat minder op de hand van 'een oorlogsinvalide' mocht lijken.

Op de tentoonstelling zijn exemplaren te zien van onder anderen Max Klinger, Siegmund Lipinsky, Georg Gelbke, Ernst Barlach, Michel Fingesten, Emil Orlik (een boekmerk voor Rudolf Steiner) en Alfred Cossmann. Het meest curieuze exlibris uit deze verzameling is op de expositie niet te zien. Op het onaanzienlijke bruine envelopje heeft Strens 'geheim!' geschreven, en op de achterzijde van het witte velletje daarin staat 'Probedruck' met daarachter '(rrr!)'. Een 'r' staat voor rare, en meer dan drie maal 'r' gaf Strens zijn boekmerken zelden. Op de voorzijde van de ex-libris is een smakeloze adelaar, een swastika, en daaronder de naam Adolf Hitler gedrukt. Hoe Strens aan dit boekmerk kwam is nog onbekend. “Strens verzamelde sneller dan hij kon ordenen”, zegt wetenschappelijk medewerkster Tanja de Boer, die de tentoonstelling inrichtte. Zij verwacht dat de collectie pas over een jaar of zes, nadat eerst nog de eigen collectie van het museum is gearchiveerd, volledig toegankelijk is gemaakt.

De meest aanstootgevende en ook hilarische tekeningen op de expositie zijn die van de Duitser Michel Fingesten. Met ruim 1750 bladen is hij in de collectie het ruimst vertegenwoordigd. Henk van Buul beschouwt het als een voorrecht voor Strens 'dat de kunstenaar hem verkoos'. Dat laatste is zwak uitgedrukt. Zodra Fingesten in geldnood zat, en dat gebeurde vaak, bestookte hij Strens met ongevraagde pakketjes grafiek, die vergezeld gingen van rijk geïllustreerde aanmaningen. Strens, die de zendingen lelijk vond maar toch betaalde, smeekte hem in 1935: “... endlich einmal ein gutes Blatt... Also keinesfalls wieder ein fertiges Blatt senden, vorlaufig nur SKIZZEN!”. Maar nog vier jaar daarna tekende Fingesten zichzelf in een strop met een gouden lijstje om zijn nek (der Selbtsmord des traurigen Malers), en met een trechtertje in zijn hoofd waarin hij een fles sterke drank leeg giet met daarbij de woorden Veni Spiritus Creator.