Twee veren

Verkoudheid. Het moet mogelijk zijn een pakkende beschrijving te geven van het verschijnsel verkoudheid. Maar niet als je verkouden bent, niet met die scherpe brok in je keel, dat sponzige waas in je hoofd.

Márquez vertelt ergens het verhaal van een man met een verschrikkelijk gedetailleerde kiespijn. Dat vind ik buitengewoon bewonderenswaardig. Ik heb ook weleens kiespijn gehad en dan kon ik beslist niet werken, en achteraf wist ik echt niet meer hoe erg het was geweest.

Toch maar naar buiten, de polder in.

Een permanente huiver dwingt me tot een hoog opgezette kraag. De zon doet pijn aan mijn ogen. Mijn hersenen, die er anders lustig op los draven, gedragen zich nu als aftandse circuspaarden. Ze weten nog dat er een kunstje van ze wordt verwacht, maar niet meer wat of hoe.

Ergens in het weiland ligt of staat een witachtig wezen. Als het een vogel is, is het een bijzondere. Maar een vogel zou meer bewegen. Maar er zit wel een beetje beweging in. En zo zou ik nog wel tien zinnen met 'maar' kunnen beginnen.

Na verloop van tijd kom ik op het idee m'n verrekijker te gebruiken. Het blijken twee veren te zijn, vermoedelijk kokmeeuw, die door de wind in het gras worden gedrukt.

Twee veren die een hele vogel suggereren - is dat poëzie? Een hallucinatie? Wat was het verschil ook weer?