Stakende bouwvakker Wijnands (57) hoopt nog op VUT

NOORDWIJK/SCHIEDAM, 1 APRIL. Een beetje in zijn rats zit hij wel. Volgend jaar, op 3 februari, wordt J. Wijnands 57. Tegen die tijd hoopt de metselaar in de VUT te mogen. Lichamelijk voelt hij zich niet zo fris meer. Pijn in zijn armen, in zijn nek en in zijn schouder: het resultaat van 25 jaar metselaarswerk. Toch lijkt voor hem de VUT nu verder weg dan ooit. Door het ontbreken van een bouw-CAO is er op dit moment helemaal geen regeling om eerder te stoppen met werken.

Met de vrije tijd die hij als 'vutter' zou krijgen, weet hij wel raad. Wijnands is wandelaar. Kilometers tippelen in zijn woonplaats Noordwijk en vandaar door de hele Bollenstreek. Nu hij als staker plotseling wordt geconfronteerd met een toegenomen vrije tijd, pakt hij zijn hobby graag op. “Daar heb ik nu makkelijk de tijd voor.” Voor een stukje fietsen, het huis bijhouden en de tuin onderhouden heeft Wijnands nu ook eindelijk de tijd gevonden.

Zijn huis in Noordwijk is sober ingericht. Een eettafel, een bankstel, een stereotoren. Wit behang op de muren. In een kastje staan een paar trofeeën: prijzen die hij gewonnen heeft met wandelen. “In mijn leeftijdsklasse was ik een van de beste in de Bollenstreek.” Op de televisie staat een foto van één van zijn kleinkinderen. Zelf heeft hij twee kinderen. Zijn vrouw zit al zes jaar in een verzorgingstehuis. Zij leidt aan een ongeneselijke ziekte, de ziekte van Huntington.

Hij vindt de staking wel best, zo op het eerste gezicht. Toch hoopt hij dat er snel een einde aankomt zodat er snel duidelijkheid komt over zijn toekomst, over het tijdstip waarop hij met de VUT kan en hoe deze wordt ingevuld. Na jaren van zwaar lichamelijk werk wil de metselaar wel eens rust. “Je staat toch de hele dag voorover. Je bukt misschien wel 2.000 keer per dag. Zeker de laatste twee jaar kijk ik echt uit naar de VUT. Echte plannen heb ik niet. Ik wil wel wat regelmatiger wandelen en fietsen.”Twee weken zit Wijnands nu thuis. De vakbond kwam na ongeveer een week op de bouwplaats in Rijnsburg. De stemming onder de 'mannen' was niet unaniem. Samen met zeven collega's werkte Wijnands aan de bouw van een huizenproject in Rijnsburg. Eén collega weigert te staken en werkt, samen met de baas, door. Wijnands zal, als alles achter de rug is, zijn collega duidelijk maken dat hij het niet eens is met zijn beslissing om door te werken. “Het is een profiteur. Als de CAO eenmaal rond is, dan profiteert ook hij volop mee. Ik heb er geen begrip voor dat hij doorwerkt. Het is toch ook voor hem belangrijk? Hij zal er niet populairder op worden”, meent Wijnands.

Een staker wordt betaald uit de stakingskas van de vakbond. Dat is zeker geen vetpot. “Ik merk het niet zo”, beweert Wijnands, “ik woon alleen. Ik kan het makkelijk redden. Mijn huur is niet zo hoog. Roken en drinken doe ik niet. Bovendien wordt er gestaakt voor een goed doel.” Anders wordt het voor bouwvakkers die een gezin moeten onderhouden. Wijnands weet van collega's die 'bijklussen'. “Die moeten wel. Anders wordt het te moeilijk voor hen.”

Af en toe een klusje doen, trekt Wijnands niet meer aan. “Ik heb dat jaren gedaan. Daar ben ik mee gestopt. Lichamelijk ben ik er op achteruit gegaan en financieel kan ik het aardig redden.”

Timmerman J. Piek (39) staakt twee weken. Een jaar geleden kocht hij nog een huis in de Schiedamse wijk Spaland. De woning is modern en strak ingericht. Een zwart bankstel, witte tegels op de vloer en een glazen tafel in het midden. De hond en de kat genieten van de rust, terwijl op de televisie de tenniswedstrijd Nederland-Duitsland te zien is.

De extra vrije tijd komt óók Piek goed uit. Hij heeft eindelijk zijn voortuin kunnen betegelen met 2.400 'klinkertjes', siertegeltjes. “Zo gaat dat in de bouw. Als je thuis bent, zegt de vrouw al snel dat er nog wel wat te doen is in huis”, zegt Piek, vader van twee kinderen.

De staking heeft hem aan het denken gezet, zeker nu het al wat langer gaat duren. Hij vraagt zich af waarom er 'maar' 30.000 stakers zijn onder de bouwvakkers. “Op zich is het met de solidariteit wel goed. Maar waarom moet ik zoveel inleveren, terwijl anderen gewoon doorgaan met werken. Wij nemen het met 30.000 man op voor 200.000 bouwvakkers”, meent Piek.

Van de stakende bouwvakkers wordt beweerd dat ze massaal aan het bijklussen zijn. Volgens Piek schuilt daar zeker een kern van waarheid in. Hij is zelfs van mening dat er altijd 'bijklussers' zullen zijn. “Dat is niet iets wat alleen leeft bij een staking. Het zal altijd blijven bestaan. Daar is geen staking voor nodig. Dat kun je ook niemand verwijten. Er moet genoeg brood op de plank komen.” Piek denkt zelf voorlopig nog niet aan een klusje. “Maar na een maand staken, begin je het toch behoorlijk te voelen. Misschien moet je dan toch ook gaan denken aan bijbeunen.”