's Avonds te moe om nog te klieren

Een jaar geleden werden in Amsterdam de 'pleinwerker' en het PEP-team ingesteld om de verveelde jeugd enigszins in het gareel te houden. 'Maar als iemand een kauwgumpie pikt, moet-ie dat gewoon in zijn mond stoppen.'

“Hee Amid, stomme allochtoon!” Twee Turkse jongetjes van een jaar of elf zien een vriendje aan de overkant van de straat. “Ga je naar de sporthal?” Woensdagmiddag en sporthal Zeeburg is het bassin voor overvloedige energie. De kogelronde Amid en zijn twee vrienden voetballen even later op hun sokken in de ene hoek van de zaal. In de andere hoek is een rolschaatsbaan uitgezet. Er staan trampolines, luchtkussens, tafeltennistafels. Vier Surinaamse meisjes en een gettoblaster hebben het gangpad veranderd in een bubbling-disco. De meisjes laten hun handen ritmisch over denkbeeldige rondingen glijden.

Wie ze bezig ziet, deze middag die zonder vechtpartijen verglijdt, kan zich niet voorstellen dat 'de jeugd' in de Indische Buurt een probleem is. Toch zijn vorig jaar even buiten de hal zo'n dertig jongens gearresteerd. Ze waren tram 14 aan het vernielen. Schade: 16.000 gulden. De jongste arrestant was even oud als Amid.

De Indische Buurt is er een van kroostrijke gezinnen. Een kwart van de bevolking van deze buurt is jonger dan 20 jaar. Dat is veel - in heel Amsterdam is een vijfde dat. En van elke honderd jongens en meisjes in die leeftijdscategorie zijn er in de Indische Buurt nog maar vijftien van Nederlandse afkomst. Van verreweg de grootste groep jongeren liggen de wortels in Marokko.

Een buurt in een overgangsfase. Veel nieuwelingen, bijna de helft woont er nog geen drie jaar. Veel mensen voor wie dit zelfs het eerste adres in Nederland is. Van zo'n buurt moet het 'sociale weefsel' opnieuw worden aangemaakt, luidde steevast de diagnose van ex-burgemeester Van Thijn. “Sport is daarvoor een goed middel”, zegt Yvonne Schoenmaker. Zij is indertijd in dienst genomen om door middel van sport de integratie in de Indische Buurt te bevorderen. Ze begon met aerobics-lessen voor meisjes en vrouwen, inmiddels staat haar weekrooster bol van de cursussen en clubjes.

Zo'n jaar geleden schakelde het stadsdeel haar ook in bij de aanpak van de verveelde jeugd en sindsdien heet ze 'pleinwerker'. De pleinen waren broedplaatsen van ellende, waar jongens en meisjes na schooltijd of onder schooltijd rondhingen. Rondjes rijden met de bromfiets, radio's hard aan. Mensen pesten. Af en toe wat klappen uitdelen. En ten slotte afspraakjes maken: 'Ik weet nog wel een brommer te staan. Ik weet nog wel een auto te staan.'

Moet je dan thuis blijven zitten, in een klein kamertje met een boel broertjes en zusjes, zegt Mohammed. “Dan krijg je meteen hoofdpijn.” Mohammed (20) zit nog op school, maar vanavond is hij in functie. Hij draagt een blauwe honkbaljas met een groot embleem 'PEP Balistraat' erop. Samen met Selma (16) vormt hij een patrouille onder de hoede van politiebureau Balistraat. Tussen zes en tien uur lopen ze door de buurt, netals nog zes leden van het PEP-team.

Het PEP-team is, net zoals de pleinwerker, vorig jaar in het leven geroepen om de categorie jongeren tussen de 12 en 20 een beetje in het gareel te houden. Het werkt als een sorteermachine. Als je ze allemaal maar laat begaan, vallen er te veel jongens en meisjes door het verkeerde gat en slepen ze de buurt mee in hun verloedering. Veel leden van het PEP-team waren zelf op weg naar het verkeerde gat toen agent Anne Talman ze vroeg een soort buurtwacht te vormen.

Het mes moest aan twee kanten snijden: het PEP-team zou zich gemakkelijker in de straatcultuur kunnen bewegen dan de politie. En door juist onder de lastige groepen te werven, zou de angel daaruit worden getrokken. Een van de kwaliteiten die bij de sollicitatie tot aanbeveling strekte was 'licht crimineel'. “Nou ja licht crimineel...” Teamleider Talman wijst op Barry, de enige blanke, die boven het groepje uittorent. Een skinhead, nog steeds. Hij heeft alles bijelkaar anderhalf jaar in de cel doorgebracht.

Barry (21) was een van de eerste PEP'ers, samen met een broer van Mohammed. Maar die heeft “een misstap” begaan toen hij bij het team zat, zegt Talman, dus die moest zijn jas inleveren. Talman toont veel begrip voor de jongeren die hij beroepshalve tegenkomt. “Dat zijn dan met name jongens uit Marokko.” Hij is zelf in Marokko geweest. “In gebieden waar ze blij zijn met een knikker, met een pen. Drop die maar eens in de Kalverstraat waar alles zo voor het grijpen ligt.”

Mohammed kent ze van de straat. Jongens die nog op school zitten, van wie de vader arbeidsongeschikt is, of misschien 3.000 gulden in de maand verdient. Maar die wel opeens konings-kettingen dragen, Australian trainingspakken en dure boxershorts, op een Honda Vision rijden. “Hoe kan dat?” Diefstal is niet iets waar het PEP-team zich mee bezig hoeft te houden, het gaat om de bestrijding van overlast op straat. Volgens Talman is die sinds de oprichting van het team “met 80 procent” teruggelopen.

Barry en de Nederlands-Joegoslavische Vesna (18) wandelen naar de sporthal, eindpunt van lijn 14, een jaar geleden nog hèt verzamelpunt voor iedereen die rotzooi wilde trappen. Variërend van aan de noodrem hangen tot 'ov-tjes' plannen. Nu is het doodstil. “Als wij rondlopen is het wel rustig”, zegt Barry. Hij waarschuwt een jongetje dat een wieldop als een frisbie de snelweg wil opsmijten.

De PEP'ers zijn niet opeens heilig geworden. Okee, als Barry iemand een fiets ziet stelen, pakt hij die weer af. Maar hij gaat niet tegen jongens zeggen dat ze niet over de stoep mogen fietsen en als iemand een kauwgumpie pikt, dan moet-ie dat gewoon in zijn mond stoppen. Als je op dat soort dingen gaat reageren, kun je net zo goed je jas wegdoen, want dan vindt iedereen je een sukkel.

Mohammed staat de hiërarchie van de straat nog duidelijk voor ogen. Als iedereen een brommer heeft, moet jij er ook een hebben. Dus gaan jongens stelen. Maar als je 18 bent, ga je geen brommers meer stelen. Want als je dan gepakt wordt en je komt daarvoor in de gevangenis, lachen ze je gewoon uit. Volwassenen moeten volwassen misdaden plegen.

Alles rustig op het Makassarplein. Iedereen kan meegenieten van de radio van de man die zijn fiets repareert. De oude baas van het koffiehuis kijkt hoe een jongeman zijn auto dwars over drie parkeerplaatsen heen zet. “Kun je die auto niet anders parkeren?” De eigenaar trekt zijn schouders even breed, roept: “Moet dat dan” en loopt grijnzend een shoarma-tent binnen. Tegenover coffeeshop The Stud wiebelt een geparkeerde auto op en neer. Uit de luchtkieren van het aanhangwagentje klinkt razend geblaf. Twee jongens, Ajax-petje achterstevoren op het hoofd, handen in de trainingszakken, wandelen er heen. “Daar moet je geen ruzie mee krijgen”, schat de een. “Echt niet”, zegt de ander.

Pleinwerker Schoenmaker, die voortdurend groeten moet beantwoorden terwijl ze door de buurt wandelt, ziet zichzelf nog voor het eerst naar een schoolpleintje in de Balistraat fietsen, bal onder de snelbinder. Er stond een groepje jongens naast wat smeulende matrassen. Of ze niks beters te doen hadden, vroeg Schoenmaker. En warempel, de jongens hadden heel veel zin in een partijtje voetbal.

Niet iedereen was even snel gelijmd. Ze kreeg veel 'trut' en 'hoer' naar haar hoofd geslingerd. Maar nu eten de vaste groepen waarmee ze gaat voetballen en zwemmen uit haar hand. Ze worden zelfs een beetje te passief van de aanwezigheid van de pleinwerker, vindt zij. “Soms kom ik aanfietsen, dan staan die jongens al te wachten met de bal in de hand. Dan wachten ze echt met spelen tot ik er ben.” In de zomer werkt Schoenmaker vaak 's avonds. Dan geeft ze extra zware conditietrainingen, zodat die jongens te moe zijn om nog te klieren.

Het PEP-team is in de zomer vrijwel permanent gestationeerd in het zwembad Flevopark. Daar is het dan een mierenhoop van mensen. Een paradijs voor handige tasjesrovers. “Er is niks te doen voor jongeren”, zegt Barry. Het is het plein, het zwembad, de coffeeshop, de sporthal of het buurthuis - maar dat wil de deelraad sluiten. “Dan komt er weer een hele vracht op straat die zich gaat vervelen.”

“Hier werk ik ook”, zegt Mohammed met een knik naar de A & P supermarkt. Leuk werk, vindt hij. Goede bedrijfsleider, niet eentje die de hele tijd maar commando's loopt te geven. Gewoon relaxed. Op een pilaar bij de ingang hangt een briefje. 'Scholieren worden vanaf heden niet meer toegelaten.'