Orgaandonatie (1)

Degenen die er bezwaar tegen hebben, of te onverschillig zijn om hun organen na hun dood beschikbaar te stellen, moeten zich realiseren, dat hun lichaam na hun dood in de grond verrot of verbrand wordt. Dit betekent dat zij hun organen liever laten verrotten of verbranden dan er anderen, volwassenen en kinderen die nu langzaam creperen, weer gezond en gelukkig mee te maken. Maar zij laten hun bezwaren en hun onverschilligheid terstond varen als zij zélf (of hun kind) met een gescheurde lever, defecte nieren of longen of met een onherstelbaar hart in het ziekenhuis belanden. Ze willen wél ontvangen maar niet geven! Dit is meten met twee maten. Daarom laat ik mijn codicil zó wijzigen dat mijn organen uitsluitend ten goede mogen komen aan mensen die zelf (of wier ouders) al een codicil op zak hadden of geregistreerd stonden vóórdat de nood aan de man kwam. Andere dragers van een donorcodicil roep ik op hetzelfde te doen.

Om diezelfde reden (meer donororganen) roep ik het kabinet en de verantwoordelijke ministers op om genoemde restrictie als individuele variant alsnog in hun registratievoorstel mee te nemen.