OM wil geen zaakwaarnemer 'anti-racisten' zijn

Met een landelijk meldpunt en strengere richtlijnen verscherpte Justitie onlangs haar anti-discriminatie-beleid. De leider van het Oud Strijders Legioen werd veroordeeld, tegen leden van CP'86 is een rechtszaak begonnen. Maar hoe komt het OM aan zijn informatie?

ROTTERDAM, 1 APRIL. De discriminatie-officier van justitie zit niet “achter zijn bureau met schaar en lijmpot om beledigende artikelen uit racistische blaadjes te knippen” teneinde leden van rechts-extremistische groeperingen voor de rechter te dagen. “We krijgen materiaal opgestuurd door instanties en particulieren”, vertelt de Rotterdamse voormalig discriminatie-officier J. Wesselink.

“We hebben contact met groeperingen die zich tegen het fenomeen discriminatie richten en materiaal aandragen”, zegt de Utrechtse hoofdofficier R.B.M. Berger. “Ze komen aan met ideeën en brengen bepaalde zaken onder onze aandacht. Dat houdt je scherp.” Vertegenwoordigers van het OM en de Utrechtse politie hebben onregelmatig contact met medewerkers van de Stichting van Anti-racisten (Start), het Meldpunt Utrecht tegen Discriminatie (MUTD) en het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR).

Dat 'de vijand' meeluistert en -leest merkte onlangs ook de voorzitter van het Oud Strijders Legioen, P. Ego. Hij werd door de Haagse discriminatie-officier A.J. Molshoek veroordeeld tot een geldboete wegens uitlatingen in het tijdschrift Stavast van het OSL. Volgens Ego was het belastend materiaal bij elkaar gehaald door 'anti-racisten'. Het meldpunt van het anti-discriminatie bureau (ADB) in Den Haag zegt dat het Utrechtse meldpunt verantwoordelijk is voor de bloemlezing uit Stavast. Het Landelijk Bureau Racisme bestrijding (LBR) laat desgevraagd weten dat het Utrechtse meldpunt “door problemen even onbemensd” is.

Volgens hoofdofficier Berger vinden de 'anti-racistische' gesprekspartners “soms dat we te weinig doen. We proberen ze duidelijk te maken dat een zaak goed onderbouwd moet zijn omdat een vrijspraak contraproduktief werkt. Soms is het beter om iemand alleen wegens mishandeling te vervolgen omdat discriminatie heel diffuus is. Dan zijn er wel 'racistoïde' kreten gebruikt, maar die kan je dan beter als belediging registreren.” De hoofdofficier heeft de indruk dat het door de discriminatie-watchers wordt gewaardeerd “wanneer je uitlegt wat je doet en ze zien dat je je best doet”. Hij noemt het contact met hen 'heel plezierig', maar benadrukt dat “we als OM moeten uitkijken dat we geen zaakwaarnemer worden”.

Ook de Haarlemse discriminatie-officier C. Hemmes zit in een werkoverleg met mensen van het anti-dicriminatie comité. “We kunnen niet altijd iets doen aan die klachten. Wat doe je aan een hakenkruis op een moskee? We komen altijd in actie, waar het maar mogelijk is.” Volgens haar reageren de mensen van het anti-discriminatie bureau 'heel begripvol' op het vervolgingsbeleid.

“We krijgen wel pamfletten en rottige krantjes”, aldus Hemmes “maar het meeste wat ons bereikt wordt aangedragen door de politie.” Volgens haar is de politie 'heel veel kiener geworden' op het voorkomen van discriminatie. De politie van Haarlem loopt dan ook door de stad met het boekje 'Handleiding discriminatiezaken' op zak. Dat moet ook wel, want “ook in burenruzies en verkeersagressie kan discriminatie zijn verpakt”, aldus Hemmes.

De directeur van het Centrum Informatie Documentatie Israel (CIDI), R. Naftaniel, zegt dat de anti-discriminatie bestrijding in Haarlem in het verleden zeer te wensen overliet. “Drie jaar geleden hebben we een aanklacht in Haarlem ingediend tegen de samensteller van een evident antisemitisch blaadje. Daar hebben we nooit meer iets van gehoord.”

Volgens Naftaniel hangt veel af van de persoon van de hoofdoficier. “Zo heeft in Den Haag een officier een zaak laten liggen die een van zijn collega's, Molhoek, later wel heeft opgepakt.” Hij doelt op de zaak tegen de onlangs veroordeelde Siegfried Verbeke. Deze Belgische 'historicus' heeft onder meer aan 454 scholen in Nederland materiaal toegestuurd waarin de vergassing van joden in de Tweede Wereldoorlog een 'leugen' wordt genoemd. De rechtbank in Den Haag veroordeelde Verbeke tot een boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens belediging van de joodse bevolkingsgroep. Molhoek stelde echter geen vervolging in tegen moslim demonstranten die pamfletten uitdeelden waarop een octopus met een doodshoofd de grote moskee in Jeruzalem omklemt met zijn tentakels. Op het voorhoofd van het beest staat een davidster.

Naftaniel zegt “het spoor totaal bijster” te zijn. “In 1982 is het Palestina-comité tot honderd gulden boete veroordeeld wegens belediging van joden. Ze hadden een tekening verspreid met daarop twee gruwelijk uitziende soldaten. Op hun helm stond het woord Israel, waarvan de 's' was vervangen door een hakenkruis.” Naftaniel vraagt zich af wat het verschil is met 'de octopus'. Hij houdt rekening met de mogelijkheid dat het OM uit 'politieke correctheid' wél rechts extremisme wil aanpakken, maar met een boog om discriminatie door islam-fundamentalisten heenloopt, uit angst vreemdelingenhaat aan te wakkeren. “Terwijl toch ook voor hun geldt dat je je als Nederlands ingezetene moet gedragen naar de wet.”

De Haagse persofficier van justitie N. Zandbergen ontkent “ten stelligste” dat er selectief wordt vervolgd. “Het is altijd moeilijk het ene geval met het andere te vergelijken. Maar we hoeden ons voor voorkeuren voor de ene of de andere kant.”