Loterij-imperium ONCE gevangen in Spaanse slangenkuil

Het Spaanse loterij-imperium ONCE beheerst een derde van de particuliere lootjesmarkt in het land, een omzet van omgerekend vele miljarden guldens. In het buitenland geniet ONCE bekendheid door de prestaties van de gerenommeerde wielerploeg van Erik Breukink, Patrick Jonker en Laurant Jalabert die door de organisatie wordt gesponsord. Maar zakelijk gaat het ONCE minder voor de wind door dramatische verliezen van zeker 450 miljoen gulden, door participaties in slecht lopende ondernemingen. Met het opzetten van een zakenimperium en belangen in de mediawereld stortte ONCE zich in de Spaanse slangenkuil van zakelijk-politieke belangennetwerken.

Eind vorig jaar leek het er even op dat de wereld instortte van de zo goed als blinde lootjesverkoper Ricardo Cortés, die dagelijks zijn loten vent in de straten van Madrid.

Een junkie beroofde hem van duizend lootjes van de ONCE, de loterij-organisatie van blinden en invaliden waar Cortés zijn dagelijks brood mee verdiend. Een kleine ramp voor de lotenverkoper en zijn zeskoppige familie: de verzekering van de ONCE dekt geen diefstal en dus diende Cortés zelf de 220.000 peseta (toen nog drieduizend gulden) op te hoesten. Het bedrag kon de familie alleen opbrengen door het sluiten van een lening.

De ellende werd er niet minder op toen de vrijdag van de trekking bleek dat de hoofdprijs van 50 miljoen peseta's (700.000 gulden) was gevallen op een van de nummers die van Cortés waren gestolen. Cortés was ten einde raad: “Als die schurk dat lootje had verkocht kon ik er niets meer aan doen. Dan had ik mooi het geluk van een ander moeten betalen.” Maar de goden waren Cortés goed gezind. De junkie werd teruggevonden en de koffer met lootjes bleek in bewaring gegeven bij een bank. Van het ene op het andere moment veranderde het slachtoffer van een laffe beroving in een multimiljonair.

Heel Spanje leefde mee met de geschiedenis van Ricardo Cortés. Want de loterij is naast voetbal het meest favoriete tijdverdrijf. En zoals het bij voetbal niet alleen om het spel op het veld gaat, worden ook alle gebeurtenissen rond de loterij nauwgezet gevolgd. Voor de trekking van de jaarlijkse Kerstlotto wordt een complete dag uitgetrokken, opgesierd met kinderkoortjes, dieptereportages over het winnende lot en avondvullende achtergrondanalyses van de winnaars. In totaal werd vorig jaar alleen in lotto en toto 1,2 biljoen peseta's (16 miljard gulden) vergokt, bijna het dubbele verdwijnt nog eens in gokkasten, bingospelletjes en casino's. Per hoofd van de bevolking - bejaarden en babies meegerekend - werd voor ruim 30.000 peseta's (420 gulden) aan lootjes gekocht.

Gokken is in Spanje een belangrijke bedrijftak en de ONCE is met een aandeel van dertig procent van de lootjesmarkt de belangrijkste loterij die niet in staatshanden is. In het buitenland geniet de ONCE vooral bekendheid vanwege de gerenommeerde wielerploeg die door de organisatie wordt gesponsord. Het is de ploeg van Erik Breukink, Patrick Jonker en sinds 1992 ook van de Fransman Laurant Jalabert, die schitterde door dit jaar de drie belangrijkste voorjaarswedstrijden (de etappe-wedstrijd Parijs-Nice, de klassieker Milaan-San Remo en de korte etappe-wedstrijd Critérium International) op zijn naam te zetten. Kenners schatten de jaarlijkse investering in de ploeg rond de twintig miljoen gulden. De ONCE-ploeg staat voor grote professionaliteit met gedegen prestaties.

Zakelijk gaat het de ONCE minder voor de wind. Voor zover bekend, want de organisatie treedt in Spanje weinig naar buiten wat het de financiën betreft. ONCE-topman Juan Carlos López Cid-Fuentes, die de zakelijke investeringen van de organsatie beheert, lichtte begin dit jaar een tipje van de sluier: uit een gesprek met het zakenweekblad Actualidad Economica kon worden opgemaakt dat de organisatie de afgelopen vijf jaar op zijn zakelijke belangen een verlies leed van zeker 25 miljard peseta, naar schatting ruim 450 miljoen gulden. Dat verlies is des te dramatischer, omdat het de helft bedraagt van het bedrag dat de ONCE de afgelopen vijf jaar in participaties in ondernemingen heeft belegd.

De Organización Nacional de Ciegos Españoles (Nationale organisatie van blinden, afgekort ONCE) werd eind 1938 opgericht. De vereniging heeft tot doel doel de maatschappelijke integratie van blinden en slechtzienden te stimuleren. Werk speelde daarbij een belangrijke rol. “Dat de blinden werken en niet hun hand ophouden”, zo werd het uitgangspunt geformuleerd. Streng gecontroleerd door het Franco-regime werden de lootjesverkopers van de ONCE-loterij een vertrouwd verschijnsel in het Spaanse straatbeeld. Met zijn talloze verkopers op straat en in de speciale ontworpen loterij-kiosken groeide de ONCE-loterij uit tot een populaire manier om aan een sociale verplichting te doen.

Inmiddels is de ONCE, die sinds enige tijd ook open staat voor andere invaliden dan blinden, uitgegroeid tot een van Spanjes belangrijkste ondernemingen. Het afgelopen jaar kreeg de loterij 371 miljard peseta's (5 miljard gulden) binnen aan de verkoop van haar coupons. De loterij verschaft een kleine 30.000 mensen werk, waarvan ongeveer tachtig procent invalide is. Bij de zakelijke tak van de groep werken nog eens 7000 mensen, bij de stichting die hulpgelden voor gehandicapten beheert nog eens enkele duizenden. De bestuurstop van de organisatie bestaat daarbij uitsluitend uit blinden en slechtzienden.

De inkomsten van de loterij worden voor de helft uitgekeerd als prijzengeld. Voorts krijgen medewerkers hun salaris uitbetaald en genieten rond de 12.000 leden een pensioen. Voor het overige worden de inkomsten voor het grootste deel gebruikt voor hulp aan blinden en anderen andere invaliden. De organisatie beheert blindenbibliotheken, uitgeverijen, scholen, revalidatiecentra en een school voor blinde-geleiden honden. De ONCE organiseert culturele, sportieve en sociale bijeenkomsten. Daarnaast organiseert geeft de ONCE opleidingen en creëert arbeidsplaatsen voor blinden in de bedrijven waarover het de scepter zwaait.

Hoewel de ONCE sinds begin jaren tachtig een democratische structuur kent, compleet met interne verkiezingen van bestuur en president, geldt ze als een van de meest gesloten organisaties in Spanje. Ook onder de leden wordt gemord over het gebrek aan inzicht over de gang van zaken binnen de organisatie. “Als je de ONCE met een land wil vergelijken is het als Mexico onder de PRI. Er zijn verkiezingen, maar de top wordt gedomineerd door een kleine groep die weinig inzicht in zaken wil geven”, zegt Ricardo Gayol. Hij behoort is als vertegenwoordiger van de kleine oppositiegroep Alternativa Democrática gekozen binnen het algemeen bestuur.

Gayol - geen lid van de “officiële”, eigen vakbond waarmee de ONCE zaken doet, maar van de communistische vakbond CCOO - kritiseert als een van de weinigen openlijk het beleid de ONCE. “De ONCE maakt op dit moment een crisis door”, meent Gayol. “De verliezen op de holding vormen een bedreiging voor onze sociale dienstverlening. En de informatie over wat er werkelijk gebeurt bestaat weinig inzicht.”

Het geconsolideerd jaarverslag - waarin overigens de internationaal gebruikelijke accountantsverklaring ontbreekt - bevat inderdaad slechts een beperkt inzicht in de activiteiten. Als semi-publiekrechtelijk orgaan met sterk coöperatieve trekjes wordt de organisatie op zijn financiën gecontroleerd door het ministerie van sociale zaken. Maar ingewijden zijn hiervan niet bepaald onder de indruk. “Die lui op sociale zaken controleren ook het Spaanse Rode Kruis. En daar hebben we vorig jaar ook een grote corruptie-affaire gehad”, aldus een economische onderzoeker.

Rond de financiën van de ONCE hangt dan ook een waas van geheimzinnigheid. Die wordt er niet minder om als bedacht wordt dat de laatste jaren van verschillende zijden met grote belangstelling wordt gekeken naar de enorme kasstroom die de organsatie beheert. Een kleine optelsom leert dat de ONCE sinds 1989 1,8 biljoen peseta's (ongeveer 32 miljard gulden) aan kasgeld van de verkoop van lootjes binnenkreeg. Door een wetswijziging eind jaren tachtig kreeg de ONCE een grotere vrijheid om een deel van het geld dat na de vaste uitgaven overblijft te investeren in deelnemingen in bedrijven.

Er werd een aparte holding binnen de organisatie opgericht, de Corporación Empresarial ONCE (CEOSA), waar de participaties in werden ondergebracht. Onder leiding van de energieke directeur-generaal Miguel Durán werd op deze wijze in korte tijd een zakenimperium uit de grond gestampt. Inmiddels is zo'n 50 miljard peseta's (ongeveer 900 miljoen gulden) gestoken in een reeks uiteenlopende bedrijven. Belegd werd in hotels en vakantieparken, reisbureaus, in onroerend goed, in belangen in kranten, televisie en radiostations, in constructiebedrijven en financiële dienstverlening. In 1993 was de geconsolideerde omzet van de holding ongeveer een miljard gulden.

Wat de resulaten betreft pakte de explosieve investeringsdrang echter dramatisch verkeerd uit. Juist op het hoogtepunt van Spanjes financiële “boom” kocht ONCE op grote schaal belangen op in sectoren waar de crisis in Spanje het hardst toe zou slaan: onroerend goed en media. Gevreesd moet worden dat op de participaties inmiddels een verlies is genomen dat meer dan de helft van de oorspronkelijk ingebrachte investeringssommen bedraagt. Een kwestie van onervarenheid meent Juan Carlos López Cid-Fuentes, die Miguel Durán in 1993 opvolgde als de directeur die de zakelijke belangen van de ONCE beheert. “We hebben ons laten meeslepen in de investeringseuforie die in hele land was binnengedrongen. En door het idee dat je in Spanje snel veel geld kon maken”, zo verklaarde Cid-Fuentes in een van zijn zeldzame interviews.

Niet iedereen gelooft evenwel in het mengsel van ongeluk en onervarendheid als oorzaak van het dramatische verlies.

Een aantal mensen, waaronder Ricardo Gayol, meent evenwel dat de ONCE-top onverantwoordelijke risico's heeft genomen. “Ik ben geen financieel expert. Maar je kan je zakelijke belangen ook diversificeren op een manier waarbij je minder risico loopt”, meent Gayol. De doelstellingen van het opkopen van bedrijven - een alternatieve bron van inkomsten voor de loterij en een manier om meer blinden aan het werk te krijgen - is daarbij geenszins gehaald. “De holding kampt met verlies. En als je al dat geld in meer opleidingen had gestoken waren onze leden betere geholpen met het zoeken naar werk”, meent Gayol.

De beschuldigende vinger gaat met name in de richting van voormalig directeur-generaal Miguel Durán. Durán (39) is een bekende verschijning in Spanje. De blinde zakenman schuwt de publiciteit niet en draagt daarmee op originele wijze bij aan de emancipatiedoelstelling van de ONCE. Niet alleen werd Durán na zijn vertrek bij de ONCE president van het succesvolle televisietation Tele 5. Wekelijks is hij op zijn eigen zender te zien als lid van een grappen tappend panel in een satirisch praatprogramma.

Tele 5 maakt deel uit van de mediapoot die de ONCE onder leiding van Durán optuigde. De investering in de televisiezender is een succes: de ONCE heeft zijn belang van een kwart van de aandelen in de zender inmiddels vrijwel volledig van de hand gedaan en zou daarbij naar eigen zeggen het viervoudige van haar aankoopbedrag van 2,5 miljard peseta's (50 miljoen gulden) hebben ontvangen.

Daarmee vormt de televisiezender een gunstige uitzondering, want voor het overige heeft de ONCE weinig plezier beleefd aan zijn media-ambities. Volgens de huidige top hebben de mediabelangen de afgelopen jaren veertig procent van alle verliezen voor hun rekening genomen. Miljarden peseta's verdwenen in rampzalige ondernemingen als het verliesgevende radiostation Onda Cero of de inmiddels failliete dagblad El Independiente.

Het zijn niet alleen de financiële verliezen die de ONCE publicitaire last bezorgen. Met het opzetten van een eigen zakenimperium trad de organisatie rechtstreeks in de Spaanse slangenkuil van zakelijk-politieke belangennetwerken. Alleen al door de kolossale omvang van de investeringen was de ONCE plotseling een machtsfactor van belang geworden. “Zes jaar geleden keek iedereen in de markt naar de ONCE”, weet een financiële expert, “Alleen al het kleinste gerucht dat ze belangstelling hadden voor een bepaald bedrijf deed de koers omhoogschieten.”

Het onvermijdelijk gevolg was dat de ONCE een dankbaar onderwerp vormde van al dan niet verzonnen complotten, geheime overeenkomsten en andere samenzweringstheorieën. Vooral het opzetten van een mediapoot werd gezien als een poging om ook politiek een voet aan de grond te krijgen. Anderen meenden dat de organsatie een instrument zou zijn geworden waarmee de socialistische regering van premier González zich op verkapte wijze in bepaalde ondernemingen inkocht. ONCE bevond zich aan de onderhandelingstafel met machtige financiers en mediagiganten als het Fininvest van Berlusconi, de Spaanse Prisa-groep van de geslepen Jesús Polanco en het bankimperium van de inmiddels van fraude beschuldigde Mario Conde.

Het was overigens niet de eerste maal dat de ONCE onderwerp was van geruchten over een felle machtstrijd tussen verschillende belangengroepen. De bizarre dood in 1987 van de toenmalige ONCE-president Antonio Vicente Mosquete veroorzaakte een golf van speculaties. Mosquete verongelukte in zijn huis in Madrid toen hij de lift naar beneden wilde nemen. De blinde president opende de liftdeur waarachter zich echter op dat moment geen cabine bevond. Mosquete tuimelde drie meter in de liftschacht, kwam opmerkelijk ongelukkig terecht en stierf twee dagen later aan de gevolgen van zijn val.

Onmiddellijk na het incident werd de mogelijkheid van een moordaanslag gesuggereerd. Het dagblad Diario 16 bracht het vreemde ongeluk in verband met de lotto-oorlog die juist was uitgebroken tussen de ONCE en de PRODIECU. Laatstgenoemde loterij was opgezet onder leiding van de evidente oplichter Andrés Rodríguez. Deze kopieerde gemanipuleerde ONCE-loten en zette deze in voor de verkoop aan invaliden, een groep die tot dan toe niet was toegelaten tot de ONCE. Rodríguez, bijgenaamd de “loterijkoning”, wist drie jaar lang zonder officiële toestemming ongehinderd zijn loterij te drijven.

Uiteindelijk zou de loterijkoning wegens oplichting een gevangenisstraf van 14 jaar en een boete van 55 miljard peseta tegen zich horen eisen. Rodríguez werd overigens nooit veroordeeld - het proces werd verdaagd omdat de verdachte aan darmkanker leed.

De ONCE miste miljarden aan inkomsten in de jaren dat de illegale concurrent op de markt was. En het feit dat de PRODIECU lang ongemoeid werd gelaten, was aanleiding tot een stroom van geruchten over het kopen van politieke invloed en andere mafiose praktijken. De confrontatie met de ONCE (die uit alle macht trachtte de illegale invalidenloterij te laten verbieden), de raadselachtige omstandigheden van het ongeluk van Mosquete en de panische pogingen van de blindenloterij om de publicaties over de dood van haar president tegen te houden verergerde de stroom van bestaande complottheorieën. Niettemin sloot de politie na onderzoek de kans van een doelbewuste moordpoging uit.

De negatieve publikaties uit het verleden hebben de leiders van de ONCE schuw gemaakt tegenover de buitenwacht. De noodzaak om een forse sanering door te voeren in de investeringen maakt de zaak er niet beter op. Gevraagd naar de toekomstige investeringsstrategie van de ONCE verklaart een anonieme woordvoerder van het secretariaat dat de komende tijd pas op de plaats zal worden gehouden. De bestaande bezittingen nauwkeurig aan een herwaardering worden onderworpen en zo mogelijk verkocht.

Aan de inkomstenkant kampt de ONCE echter eveneens met problemen. Hoewel de jaarlijks lotenopbrengst nog steeds stijgt, zwakt de groei af onder invloed van de hevige concurrentie van andere loterijen. Met de introductie van nieuwe grote prijzen, zoals de recente ingevoerde trekking van een superlot van 200 miljoen peseta (2,5 miljoen gulden) iedere eerste vrijdag van de maand wordt geprobeerd nieuwe klanten te trekken.

Daarnaast kampt de ONCE met een imagoprobleem. Het beeld van snelle jongens die zich prima thuis voelen in de wereld van bankiers en politici strookt niet met dat van de blinde lootjesverkopers die dagelijks hard moeten werken om het geld binnen te brengen. “De houding van het publiek is een beetje dubbel”, meent Ricardo Gayol. “Aan de ene kant heb je een groep die zegt: Caramba! Die blinden weten het toch maar handig te regelen. Aan de andere kant doet het afbreuk aan het vertrouwen.”

Met uitspraken over desinvesteringen en een pas op de plaats van de holding tracht de ONCE het beeld te herstellen van een organisatie die in de eerste plaats bedoeld is om blinden en invaliden te helpen. Gayol blijft evenwel kritisch. “Ik weet niet of er echt een mentaliteitsverandering is in de top. Maar onafhankelijk van wie de macht heeft is het nodig dat we minder risico's zullen nemen. En dat er een striktere democratische controle is op wat er in de ONCE gebeurt.”