Kok wil beperkte daling van koopkracht minima

DEN HAAG, 1 APRIL. Minister-president Kok vindt een verschil in de koopkrachtdaling van 1,5 procent tussen sociale minima en werknemers met een modaal inkomen “veel te fors”. Kok zei gisteren na afloop van de ministerraad: “Het moet onze ambitie zijn de koopkracht zo bij te stellen dat je van voldoende evenwicht kunt spreken.”

De premier gaf niet exact aan wat hij onder “voldoende evenwicht” verstaat. Ook PvdA-fractievoorzitter Wallage vindt een verschil van 1,5 procentpunt “te groot”. In een vraaggesprek met deze krant zei Wallage gisteren dat koppeling van de uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven volgend jaar “wel eens de goedkoopste vorm van inkomenspolitiek zou kunnen blijken te zijn”. Volgens Kok komt de koppeling “letterlijk in zicht”. De premier doelt op de verhouding tussen niet-actieven en actieven die volgens het Centraal Planbureau volgend jaar uitkomt op 82,75. Bij een verhoudingsgetal van 82,6 worden de uitkeringen weer gekoppeld. Maar het wordt volgens Kok nog “een flinke robber vechten” in het kabinet, waarbij de premier de kanttekening plaatste dat ook bij een volledige koppeling er nog aanvullende maatregelen genomen zullen moeten worden om te komen tot een “redelijk evenwichtige inkomensverhouding”.

Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau neemt de koopkracht van de minima volgend jaar met 1,75 à 2 procent af als het kabinet deze zomer geen compenserende maatregelen gaat nemen. De koopkracht van werknemers met een inkomen van 48.000 gulden (modaal) neemt met 0,25 procent af.

Het Tweede Kamerlid De Korte, financieel woordvoerder van de VVD-fractie, noemde een verschil van 1,5 procentpunt “goed verdedigbaar”. Volgens De Korte valt een dergelijk verschil in de bandbreedte van “redelijk evenwichtig” die in het regeerakkoord is afgesproken.

D66-fractievoorzitter Wolffensperger meent dat inkomensverschillen gerepareerd moeten worden als de koopkracht in het algemeen daalt.