Kinderen

THECLA RONDHUIS: Filosoferen met kinderen

124 blz., Lemniscaat 1994, ƒ 28,50

Is een muis dier of ondier? Hoe echt is een namaak Levi's? Wat is het verschil tussen een mensaap en een aapmens? Hoe leg je een blinde uit wat rood is? Dat is het soort vragen waarover de oudste leerlingen van een basisschool met elkaar praten onder leiding van de filosofe Thecla Rondhuis. Filosoferen met kinderen is een neerslag in boekvorm van haar lange ervaring op dit gebied. Het boek biedt een aanvulling op de televisieserie Ik dacht bij mezelf die de IKON eind vorig jaar uitzond, maar kan ook los daarvan gelezen worden.

Rondhuis geeft een documentair beeld van acht gesprekken, steeds aangevuld met een nabeschouwing over het verloop van de discussie, de aard van de aangesneden kwesties en hun samenhang met meer academische wijsgerige overwegingen. De auteur ziet kinderen als bij uitstek geschikte gesprekspartners, omdat ze wat ze dagelijks meemaken nog onbevooroordeeld kunnen benaderen. Filosoferen met hen is een soort spel waarin een geestelijk onderzoek wordt uitgelokt en waarin je alleen verder komt met de nodige fantasie. In dat spel van denken en taal zijn alle deelnemers gelijkwaardig, want pas wanneer niemand de uitkomst vooraf weet, is het zoeken naar mogelijke antwoorden spannend.

Rondhuis heeft af en toe een goede raad voor de volwassene die haar voorbeeld zou willen volgen, maar ze schreef zeker geen handleiding. Haar verslag van de grillig verlopende gesprekken is meestal goed te volgen, hoewel het ontbreken van houding en mimiek uit de televisieserie - het zichtbaar knarsende denkhoofd, opwinding over een vondst, moedeloosheid over de eigen onwetendheid - een gemis vormt. Een kinderlijk rake formulering - 'Gevoelens, dat is wat de mens is' - wekt vertedering, maar vooral het respect waarmee de auteur haar jeugdige gesprekpartners hun plaats geeft, betrekt de lezer direct bij de gedachtenwisseling. De onbevangenheid en creativiteit veroorzaken ook in het volwassen hoofd weer nieuwsgierigheid en verwondering.

Niks is gewoon, stelt een kind ergens vast. Na lezing van Rondhuis' boekje was ik het daar van harte mee eens en ook met de uitspraak van Karel van der Leeuw, die aan de Universiteit van Amsterdam het Centrum voor Kinderfilosofie beheert: Praten met kinderen over de grote vragen van het leven of over de raadselachtigheden van alledag is niet intellectueel op je knieën gaan zitten, maar luisteren naar het denken van een andere, maar verwante soort.

Op 27 en 28 april wordt tijdens het Kunst jr Festival in Den Bosch een drietal filosofische gesprekken met kinderen in het openbaar gevoerd. Informatie: 030-332328.