Kabinet wil af van wettelijk bordeelverbod

DEN HAAG, 1 APRIL. Het kabinet wil het verbod op bordelen uit de wet schrappen. Dat schrijft minister Sorgdrager (justitie) in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer.

De minister werkt aan een wetsvoorstel dat gemeenten in staat moet stellen de prostitutie zelf te reguleren.

Verder wil het kabinet dat vormen van prostitutie waarbij minderjarigen zijn betrokken in de toekomst strenger worden bestraft. Ook op geweld, misbruik en misleiding in de prostitutie komen hogere straffen te staan, zo schrijft Sorgdrager aan het parlement.

In 1993 zag toenmalig minister van justitie Hirsch Ballin zich genoodzaakt een wetsvoorstel in te trekken dat de strafbaarstelling van bordeelhouders ophief. In de Eerste Kamer bleek onvoldoende steun voor het voorstel. De wenselijkheid van een gemeentelijk vergunningenbeleid voor prostitutie was niet omstreden, maar wel de manier waarop de gemeenten dat wilden uitvoeren. De meeste kritiek van de senaat spitste zich destijds toe op de mogelijkheid die gemeenten zouden krijgen om op hun grondgebied het houden van een bordeel toch te verbieden. Een overtreder van dat verbod maakte zich volgens de wetstekst in een dergelijk geval schuldig aan een misdrijf. De Eerste Kamer vond het in strijd met de Grondwet dat bepaald gedrag in de ene gemeente wel was toegestaan, terwijl het in een andere gemeente als misdrijf zou worden bestempeld.

Minister Sorgdrager is het met de gemeenten eens dat zij via een vergunningenstelsel beter greep kunnen krijgen op de prostitutie. De bewindsvrouw vindt het vooral van belang dat de arbeidsomstandigheden van prostituées goed worden gecontroleerd. Het kabinet ziet meer in een gemeentelijk vergunningenbeleid voor de prostitutie dan in het gedogen van bordelen terwijl een absoluut bordeelverbod blijft gelden, zo bleek gisteren na afloop van de wekelijkse ministerraad.