Kaarsen van Bolsius brengen sfeer in winter én zomer

Vanaf vandaag is de Nederlandse Bolsius-Groep de grootste producent van kaarsen in Europa, doordat de overname door Bolsius van de Duitse kaarsenfabrieken van Kieser- en Münz Kerzen vanmorgen is bekrachtigd. Een Deense kaarsenfabriek werd eerder dit jaar aan de groep toegevoegd. Het licht van een 'Pauselijk hofleverancier' dat over Europa schijnt.

SCHIJNDEL, 1 APRIL. Er zit leven in de kaarsenfabriek van de Bolsius-Groep in het Brabantse Schijndel. Een aannemer is bezig met een verbouwing. De fabriek wordt verder gemoderniseerd. In de showrooms is het bonte aanbiedingspakket te zien van graflichtjes tot devotielichtjes, van theelichtjes tot novenelichtjes en natuurlijk van kaarsen. In de produktiehallen ruikt het naar paraffine, de grondstof waarmee het symbool voor het leven - in de christelijke opvattingen zelfs voor het eeuwige leven - wordt gemaakt.

Directeur G.J.M. Roefs: “In Nederland waren we als groep al verreweg de grootste. Met de overnames zijn we dat nu ook in Europa.” De omzet stijgt van 120 miljoen naar 200 miljoen gulden, het aantal werknemers van 450 naar 600. “Alleen in de Verenigde Staten en het Verre Oosten zijn er vermoedelijk bedrijven die groter zijn. Je kunt niet alles tegelijk, maar straks zal de mondiale ontwikkeling ongetwijfeld ook bij ons aan de orde komen.”

Begin dit jaar nam de Bolsius-Groep in Denemarken de Midtjysk Lysfabriek in Jutland (Denemarken) over. Midtjysk Lysfabrik is het Deens voor Middenjutlandse kaarsenfabriek. In Duitsland werden tegelijkertijd de onderhandelingen afgesloten over de overname van Kieser- en Münz Kerzen, die in één onderneming waren ondergebracht.

Met de Deense overname heeft de Bolsius-Groep een betere greep op de Scandinavische markt gekregen. Met een verbruik van 2 kilo kaarsen per jaar per hoofd van de bevolking is deze markt zeer belangrijk. Ter vergelijking: in Nederland ligt het gebruik per jaar op ongeveer 1,5 kilo. Hoe zuidelijker des te geringer wordt het verbruik van kaarsen.

Met de overname in Duitsland wil de groep zich een steviger positie verwerven op de markt van wat wel wordt genoemd de modische kaarsen. Dat zijn kaarsen met veel opsmuk en versiering, die vooral aftrek vinden in Beieren en Oostenrijk. In de meeste andere Europese landen zijn ze een vrijwel onbekend verschijnsel. De Bolsius-Groep wil daar nu verandering in brengen. Een ander belangrijk voordeel van de Duitse overname is dat de Bolsius-Groep vaste grond onder de voeten krijgt in een land dat met een produktie van 72.000 ton kaarsen per jaar de grootste producent in Europa is; Nederland lag tot vandaag op een tweede plaats met 27.000 ton. In Europa wordt per jaar 200.000 ton aan kaarsen geproduceerd, die een marktwaarde vertegenwoordigen van 1,5 miljard gulden. Voornaamste grondstof is paraffine, daarnaast stearine en op zeer bescheiden schaal was.

De Bolsius-Groep is een concentratie van de kaarsenfabriek Bolsius in Schijndel, de Kaarsenfabriek Boxmeer en van Gouda Kaarsen, gespecialiseerd in stearinekaarsen. Enig aandeelhouder en president-directeur is A.B.J. Kristen. Hij is nazaat uit een Twentse kaarsenmakersfamilie en hij was al eigenaar van het Boxmeerse bedrijf. In 1978 nam hij nam Bolsius in Schijndel over en in 1983 Gouda Kaarsen. Bolsius was tot dan toe een bedrijf van de gelijknamige familie. Omdat de fabriek met haar kaarsen een belangrijke functie vervulde in het opluisteren van de kerkelijke erediensten, kreeg ze het predikaat Pauselijk hofleverancier. Gouda Kaarsen was van Unilever.

In Schijndel, met 200 werknemers de grootste vestiging van de groep, worden als belangrijk produkt de theelichtjes gemaakt, 500 miljoen stuks per jaar. De fabriek in Boxmeer heeft zich gespecialiseerd in graflichten, tuinlichten, partylichtjes, offerlichtjes, godslamplichten, theelichtjes en horecalichten. De vestiging van Gouda Kaarsen in Waddinxveen blijft voornamelijk de stearine kaarsen maken. In Roermond worden vooral kerkkaarsen gemaakt. In Amersfoort heeft de groep een verkoopkantoor voor kaarsen voor de Horeca in heel Europa. De kaarsenindustrie ontstond voornamelijk in de buurt van kerken die kaarsen nodig hadden voor de eredienst. De fabriekjes waren familiebedrijfjes. De laatste decennia echter is er sprake geweest van een grote concentratie. Volgens Roefs is dat nodig, omdat ook de afnemers zich in steeds grotere verbanden gaan organiseren.

“Tot op heden is de kaarsenmarkt een groeimarkt geweest, maar dat begint nu wat af te vlakken”, aldus Roefs. “Er zit wel nog groei in de Engelse en de Midden- en Zuideuropese markten en straks misschien ook in de landen van het voormalige Oostblok.” De theelichtjes daarentegen zijn nog altijd in opgaande lijn. Ze worden steeds meer gebruikt als gezelligheidslichtjes. Steeds meer jongeren zijn volgens Roefs de kaars gaan ontdekken. “Het is een goedkoop produkt en je haalt er een leuk sfeertje mee in huis.”

Probleem blijft het feit dat de kaarsen tot nog toe erg aan het winterseizoen zijn gebonden. Van de omzet wordt 60 tot 70 procent afgezet in de maanden september tot en met december. Dat betekent dat er in de stillere tijden van het jaar grote voorraden worden opgebouwd, waarvoor grote magazijnen nodig zijn. “Het kost geld en rente”, aldus Roefs. Om een deel van dat probleem op te lossen wil de Bolsius-Groep proberen ook in de andere seizoenen de afname van kaarsen te stimuleren. Kaarsen met Pasen, een zomermarktpakket met tuinlichtjes en fakkels. Roefs: “We willen de kaarsen dusdanig gaan profileren dat ze ook iets te maken krijgen met de zomer, maar daarbij hebben we niet de illusie dat we op hetzelfde omzetniveau komen als in najaar en winter.”