Internering

Het artikel van Harm van den Berg over de deportatie van 'landverraders' uit Nederlands-Indië (Z 11 maart) naar Suriname werpt een onthutsend licht op een nogal verhuld facet uit onze koloniale geschiedenis. In het hele Nederlandse koloniale rijk zijn in de meidagen van 1940 Duitsers en verdachte personen van hun bed gelicht en gevangengezet. In allerijl zijn quarantaine-stations en kazernes ingericht om de gearresteerden op te bergen. Erg subtiel werd daarbij niet te werk gegaan. Zo werden alle inwoners van Nederlands-Indië die van Duitse nationaliteit waren, geïnterneerd, ook zij die al een hele generatie in de koloniën woonden en werkten, zelfs Duitse joden. Na Pearl Harbour volgde een nieuwe golf van arrestaties, nu ook van Indonesische nationalisten, onder hen Douwes Dekker, de neef van Multatuli, die tot de gedeporteerden in het Jodensavannekamp behoorde. Het paniekerige arrestatiebeleid leidde ertoe dat joden samen met Nazi's werden opgesloten. In het concentratiekamp op Bonaire, waar de verdachten uit Suriname en de Nederlandse Antillen werden geïnterneerd, veroorzaakte dit zulke spanningen dat joden en nazi's uiteindelijk gescheiden werden.

Militairen van het KNIL en van de marine kregen plotseling de bewaking opgedragen van onschuldig ogende burgers van wie hun werd verteld dat zij gevaarlijke landverraders waren. Soortgelijke executies als Van den Berg van het Jodensavannekamp beschrijft, hebben zich voorgedaan in een interneringskamp op het eiland Onrust in de baai van Batavia.

In diezelfde tijd werd besloten een grote groep Duitsers naar Ceylon te verschepen om daar geïnterneerd te worden. Op de Van Imhoff, waarop de Duitsers werden getransporteerd, waren daartoe speciale kooien in de ruimen gebouwd. Voor de zuidkust van Java werd het schip door de Japanse vliegtuigen gebombardeerd en kreeg de Van Imhoff een voltreffer. De Nederlandse bemanning verliet het zinkende schip en liet de gekooide gevangenen aan hun lot over. Onder de meer dan 400 slachtoffers was de vermaarde Duitse kunstenaar op Bali, Walter Spies.

Moet dit alles aan paniek en onervarenheid worden toegeschreven? Het Nederlands-Indische bestuur had ruime ervaring met zowel massatransporten overzee als met internering van al die Indonesiërs die voor staatsgevaarlijke elementen werden aangezien. Zo had het gouvernement het monopolie op het vervoer van pelgrims naar Mekka, waaraan het in de loop van de jaren flink had verdiend. Al sedert 1927 bestond op Nieuw-Guinea een concentratiekamp voor nationalisten en communisten, waar onder meer de latere leiders Sutan Sjahrir en Mohamed Hatta geïnterneerd zijn geweest.

Toen in 1943 Merauke door de Japanners veroverd dreigde te worden, besloot de Nederlands-Indische regering in ballingschap de geïnterneerden van het kamp Boven-Digoel naar Australië over te brengen. Tot verbijstering van de vrijheidslievende Australiërs werden de politieke gevangenen door de Nederlanders opgesloten in een op hun grondgebied gebouwd concentratiekamp. Dit heeft in hoge mate bijgedragen tot de boycot van Nederlandse schepen in 1945 door Australische havenwerkers, toen Nederland vanuit Australië zijn Indische koloniën wilde terugveroveren.

Mochten Kamerleden de Nederlandse regering voor hetgeen in het Jodensavannekamp in Suriname is voorgevallen excuses willen laten aanbieden, zoals het NRC Handelsblad van 14 maart berichtte, dan lijken er derhalve nog enkele andere gebeurtenissen uit ons koloniaal verleden die excuses rechtvaardigen. Zinvoller lijkt het ons echter fondsen beschikbaar te stellen voor een grondig historisch onderzoek naar het tot dusver nog slechts fragmentarisch bekende deportatiebeleid van Nederland in de koloniën tijdens de Tweede Wereldoorlog.