Hollands Dagboek

Drs. T.J.M. Galensloot (45), sociaal geograaf, houdt zich bezig met de spreiding van minderheden. Hij werkt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en is drie dagen per week gedetacheerd bij de gemeente Alphen aan den Rijn. Het politieke debat over de concentratie van allochtonen in grote steden beheerste zijn week. Galensloot is gehuwd, heeft twee dochters Daniëlla (16) en Mariska (14), en woont in Leidschendam.

Woensdag 22 maart

Departementsdag. Om half negen geklokt en meteen door naar de stafvergadering. In één week heb ik al een saldo van vijf uren op de prikklok gespaard. Maar wat kun je ermee? Met ATV, verlof-, verplicht vrije en vakantiedagen hoef ik nu al bijna nooit meer op maandag te werken. Als ik ook het spaarsaldo opneem, kan ik zelfs de vrijdagmiddag wegblijven. Zo krijg ik m'n werk nooit af.

De stafagenda wordt beheerst door de interpellatie Wallage/Wolffensperger, bedoeld om Bolkestein in te tomen, die volgens de goegemeente 'gevaarlijk' bezig zou zijn. Zou ons experiment nog genoemd worden? Spreiding van minderheden is immers allang een feit. Onze minister heeft er hard aan getrokken - sinds januari is het zover. Beleidsambtenaren gaan de praktijk in om gemeenten te helpen bij de minderheden-problematiek. Collega Jan zit in Wassenaar, ik in Alphen en Margriet in Leimuiden. Karel wacht nog op detachering. Wij zijn de voorhoede. We zitten in kleinere plaatsen om alvast ervaring op te doen. Straks zijn de grotere steden aan de beurt. Onze functie heet 'preventiewerker'. De bedoeling is de problemen voor te zijn, zodat het maatschappelijk draagvlak voor de minderheden niet afkalft.

Lunch met kamergenoot Karel en Corry, de secretaresse. De hele middag telefonisch overleg met de regio: pensionhouders, verhuurders van bungalowparken, AZC's, woningbouwverenigingen en gemeentebesturen. Sinds de implicaties van het nieuwe beleid in het land doorsijpelen, is er veel onrust ontstaan. Om half zes uitgeklokt: weer een half uur 'te veel' gewerkt. Wat een ellende, die tijd-werk registratie. Straks moet ik nog vervroegd met pensioen! Ja meneer, uw maximaal gewerkte tijd is op! Wilt U plaatsmaken, zegt de computer dan. Wat een idee... Om kwart over zes thuis. Ziezo, de week is weer doormidden.

Donderdag

Met opzet een latere trein genomen. Ik ben toch niet zo dol op het wekelijkse teamoverleg - er dreigt een nieuwe kamer-indeling. Sindsdien is er op de gangen constant zenuwachtig gefluister. Wie wil bij wie en vooral bij wie niet. Dus: wie kankert er steeds, wie rookt, wie zit computer-spelletjes te doen, wie kan niet tegen vloeken. Ik ben tevreden met Karel en Corry en wil in mijn hoekje blijven. Hier is het vol, roepen we eendrachtig.

Eindelijk levert het RCC in Apeldoorn de uitdraai van de WBEAA: de registratie van allochtone afkomst van het nationale personeelsbestand, ter 'bevordering van evenredige arbeidsdeelname'. De respons is met 93 procent goed te noemen, hoewel die 7 procent weigeraars me niet lekker zitten. Overleg met de VNG over de vraag of we de bevolkingsadministraties uit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) kunnen koppelen aan de WBEAA-registers. Zo zouden we onze spreidingstabellen sterk kunnen verfijnen en een nog beter inzicht krijgen in de kleur van werkend Nederland. Zorg ervoor dat de nieuwste cijfers de tas van de minister halen, samen met de concept-richtlijn Spreiding 1996. Daar zullen de collega's van WVS en Justitie morgen in het inter-departementaal overleg van op hun neus kijken.

Ik neem wat visjes mee, voor thuis.

Vrijdag

Eindelijk het veld in! Het perron van station Alphen aan den Rijn lacht me uitnodigend toe, om acht uur. Geen tijd-werk registratie, geen staf- of teamoverleg, maar de praktijk tegemoet. Het stadhuis is nog leeg en daardoor zinkt de moed me onwillekeurig wat in de schoenen. Ik zoek mijn plekje bij de bevolkingsadministratie op, log me in op de stadscomputer. Meteen verschijnt de meest recente info-flash bovenin het scherm: Dit kwartaal 20 procent meer Inburgeringscontracten!. De gemeentesecretaris hoopt met dergelijk positief nieuws het team-gevoel op het stadhuis te vergroten.

Ik bekijk de dag-agenda. Vanochtend: spreekuur, werkoverleg en wat bezwaarschriften afhandelen. Vanmiddag: buurtonderzoek in de Bloemenwijk. Het nieuwe allochtoon-gerichte klantbeleid roept soms nog wat misverstanden op. Straks komt de Marokkaanse familie S. weer op bezoek. Ze maken bezwaar tegen de Aanschrijving van Allochtonen-Allocatie in Rijswijk, hoewel ze toch duidelijk aan alle criteria voldoen. Het quotum is vol. Dat heb ik ze ook herhaaldelijk uitgelegd, maar ze willen het maar niet accepteren. Er zijn grenzen aan wat een veldwerker vermag, en ik neem me voor duidelijker op te treden. Als het nee is, is het nee. En anders gaat U maar naar de Raad van State! Ik repeteer dat een paar keer stilletjes voor me uit, maar als de familie S. voor me zit, krijg ik het niet uit m'n mond. De meeste gezinsleden blijken in Nederland geboren, zijn perfect tweetalig en geheel geïntegreerd. Ze hebben zelfs nooit een Inburgeringscontract hoeven tekenen. Dat is een tegenvaller, want dan geldt de verhuisplicht niet. Ik krijg medelijden, vooral met de mooie Sanya van 16 die van school zou moeten. Ze is even oud als mijn Daniëlla. Ik hou hun zaak aan; dinsdag is er regio-overleg, dan kunnen we zaken aanbrengen voor de hardheidsclausule. De bezwaarschriften wijs ik af, conform de richtlijn van het departement. Hoog inzetten, is het parool van het departement. Het politieke klimaat is er nu geschikt voor. Nee zeggen op papier blijkt makkelijker dan tijdens het spreekuur.

De Bloemenbuurt blijkt 's middags ontevreden. Er zijn bezwaren tegen de bouwplannen voor de Fresiadreef-Goudsbloemhof. De bewoners vrezen een nieuw blok sociale woningbouw, waar de gemeente wel weer vluchtelingen, nieuwkomers en andere migranten in zal onderbrengen. We stellen de bewoners zo goed mogelijk gerust. Met het nieuwe allochtonen-klantbeleid en de migrantenverordening kan de samenstelling van een buurt precies worden bijgeregeld. We kiezen duidelijk voor een individuele benadering, zo dicht mogelijk naar de burger toe. Erbij blijven en de kloof dichten, is het motto van de preventiewerker. We betrekken ook altijd het plaatselijke migrantenplatform bij onze beslissingen. Daar is de staatssecretaris heel precies in: denk aan het draagvlak, ook bij de migranten zelf. We beloven het quotum gezinsherenigers Bloemenbuurt te heroverwegen.

Om vijf uur thuis; er zit (alweer) een nieuw gezicht op de bank, hand in hand met Daniëlla voor de buis. Dag pa, dit is Othman, van school. Ook deze geven we maar weer een hand.

Zaterdag

Boodschappen doen op de markt met Jeanet en de meiden en dan naar de Houtrusthallen voor de beurs. Ik doe goede zaken met mijn vroege setjes 'groen', destijds bestemd voor de eerste kaarttelefoons. Door mijn werk heb ik een mooi bestandje buitenlandse kaarten op kunnen bouwen, vooral uit landen rond de Middellandse zee. De Marokkaanse vijftig-tik is al zeldzaam geworden, een cadeautje van mijn eerste cliënt. Ik sla de manifestatie Nederland Bekent Kleur in de Bijlmer maar over. De volkstuin lokt - het wordt schoffelen, spitten en mesten, zolang het weer het toelaat. En wat radijs gezaaid.

Zondag

De auto gewassen, in de krant gebladerd, voetbal gekeken. Ruzie met Daniëlla die vannacht veel te laat thuiskwam. Wil niet zeggen met wie ze uit was of waarheen. Ze ziet bleek en rookt de ene sigaret na de andere. Ook daar ben ik op tegen. Ze wil niet mee naar oma in Zoetermeer. Dan gaan Jeanet en ik maar alleen. 's Avonds kouskous; heb ik leren eten tijdens een buitenlandse missie. Heerlijk! Mariska en Daniëlla kijken me misprijzend aan.

Maandag

Ik zou ATV hebben, maar dat staat zo raar in een dagboek, dus ga ik naar het departement, waar ik flink word geplaagd. Vragen, of het soms gratificatie-tijd is, een roept zelfs 'Uitslover!' Ik loop de staf binnen, waar Karel net een verhandeling houdt over de spreiding van woonwagenbewoners en dat we de fouten uit het verleden niet moeten herhalen. Eerst kleine kampen, toen grote kampen en nu weer kleine kampen. Het departement streeft nu naar een fijnmazige, individuele spreiding van buitenlanders, volgens een matrix-model waarin alle variabelen zijn verantwoord. Een allochtoon-gerichte cliëntbenadering, dus. De buurtprobleemindex is gekoppeld aan een minderhedenquotum-regeling, zodat een evenredige distributie realiseerbaar is. In die wijken waarin verhuissnelheid, inkomensniveau, migrantendichtheid en eigen woningbezit beneden de CBS-norm zakken, treedt het Spreidingsbesluit 1995 in werking. Karel meent dat maximale spreidingsdichtheid over Nederland de enige garantie is voor een optimaal integratietraject voor allochtonen. Politiek halen we zo extreem rechts de wind uit de zeilen. Het is bovendien voor de allochtonen zelf ook beter.

Toch kan Corry het niet laten om de zogeheten schrijnende gevallen aan de orde te stellen. Vrijwel alle preventiewerkers hebben buitenlandse gezinnen leren kennen voor wie de verhuisplicht eigenlijk onredelijk is. Het beginsel 'last in, first out' werkt in de praktijk soms vreemd uit, zoals bij mijn familie S. De gemeente Alphen voegde vorig jaar twee buurten bij elkaar door de binnengemeentelijk herindeling; de straat van de familie S. viel toen opeens in een probleemwijk. Ze waren er net twee jaar geleden gaan wonen omdat vader S. in Alphen een baan kon krijgen. Volgens de spreidingsmatrix zouden ze naar Schoonhoven moeten verhuizen, maar dan zou S. z'n baan moeten opgeven. Wat is nu beter: een werkloze erbij of een probleemwijk minder? Ik weet het even niet meer. Om vier uur naar huis. Ziezo, de kop is eraf.

Dinsdag

Regio-overleg met preventiewerkers, plaatselijke migranten-platforms, districtspolitie en ambtenaren van Allochtonen Allocatie Rijswijk. De minderheden-manager van regio west zit voor. Op de agenda een hele lijst schrijnende gevallen die in aanmerking zouden komen voor de hardheidsclausule. Zij krijgen dan een 'gedoogdenstatus' en worden (voorlopig) buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de locale CBS-spreidingsnorm. Het wordt een taaie dag met veel onverwachte gevallen: nogal wat Nederlanders blijken door een buitenlandse geboorteplaats als allochtoon te worden beschouwd en geheel onverwacht aanschrijvingen van AA te krijgen. Of buitenlandse families die verdeeld over aangrenzende wijken wonen, waardoor de ene tak net wel en de andere juist niet behoeft te verhuizen. Of gemengde huwelijken, waarvan de man wel boventallig is en de vrouw juist niet, bijvoorbeeld omdat hij Marokkaans is en zij Antilliaans. We kunnen er soms geen wijs uit. We lunchen met een broodje kaas, bovenop de dossiers, en gaan 's middags stug door. 's Avonds een tevreden gevoel - 150 zaken behandeld. Dat komt de doorstroming ten goede - de jaarplancijfers halen we makkelijk, als we dit tempo volhouden.

Woensdag 29 maart

Om half negen op het departement; de stafjuristen beginnen deze week met de voorbereiding van het concept Spreidingsbesluit 1996. In mijn sombere momenten denk ik dat wettelijke spreiding van minderheden praktisch ondoenlijk is. Die blauwe blazer-boys zouden eens een dagje bezwaarschriften moeten afhandelen; dan ervaren ze eens wat ze over ons afroepen. Wat ooit begon als een integratie-ideaal, met inburgeringscontracten, inhaal-onderwijs en portiek-begeleiding, heeft zich ontwikkeld tot een controle-model, met spreiding- en verhuisplicht als stok achter de deur. Je mag het als ambtenaar niet hardop zeggen, maar ik vraag me wel eens af of dit nu een goed idee was.

Maar goed, we blijven loyaal, en ik zet me aan de lijst met praktische adviezen. Er is om te beginnen een beter sluitende allochtoon-definitie nodig, een ruimere peildatum (ter bepaling van de CBS-norm) en een overgangsregeling voor wie nog maar onlangs verhuisd is zonder rekening te houden met de Vestigingsquota voor probleemwijken. Dan zitten we nog met het enorme probleem van de controle. Nu al wordt duidelijk dat velen alleen pro-forma verhuizen: men neemt in de toegewezen wijk of stad een postadres, maar blijft stil zitten waar men zat. Of erger: men duikt onder bij familie, in weer een andere wijk. Vind ze dan nog maar eens terug. Om de vervuiling van de bevolkingsadministratie tegen te gaan moeten de bestanden gekoppeld worden - waterleidingbedrijf, sociale dienst, gemeente, woningbouwvereniging, vreemdelingenzaken, fiscus, postorderbedrijven, telefoondienst - àlles. En dan: hoe krijg je de mensen feitelijk weg, als ze niet willen.

Komende zaterdag is gelukkig het Landelijke Preventiewerkers Symposium, met een manifestatie in de Rai en vele workshops, waar dit allemaal uitgebreid aan de orde komt. Daar laat ik de tuin dan maar een weekje voor schieten.