Diplomatie, koopmanschap en symboliek bij het 25ste staatsbezoek; De alledaagse verhevenheid van de vorstin

Waar de koningin ook binnentreedt, een rimpeling van ontzag en sentiment beroert de menigte. Tijdens een staatsbezoek bereikt dit effect een climax, mits het publiek weet wie die mevrouw eigenlijk is. Terwijl in Groot-Brittannië openlijk wordt beweerd dat het koningshuis zijn beste tijd heeft gehad, heeft in Nederland het instituut stevige grond onder de voeten. “Er is niemand die zo op de hoogte is en aan wie de mensen zo veel in vertrouwen vertellen, als de koningin.” Staatsbezoeken zitten in een keurslijf van kransleggingen, diners en protocollaire verplichtingen, waarbij wordt gebalanceerd tussen diplomatie en kostenbeheersing. Mystiek en geschiedenis, professioneel benut door een bewonderd staatshoofd. Beatrix in het buitenland.

Jeruzalem eerder deze week. Hare Majesteit Koningin Beatrix en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus zijn zojuist het Jerusalem Theatre binnengetreden. In de ontvangsthal rekken 750 genodigden hun nek. Wat hun blik waarneemt is het beeld van een mevrouw, gelakt gekapt en rozerood gekleed, met naast zich een grijze man in een donker pak. Rationeel gesproken vallen zij alleen op door hun verzorgde uitmonstering. Het Israelische gevoel voor kleden-voor-de-gelegenheid is zichtbaar slecht ontwikkeld en de aanmaning dark suit op de uitnodiging voor deze ontvangst heeft geleid tot uitdossingen die variëren van alleen legerhemd met open kraag tot lange jurk mèt hoed.

Maar ratio is hier niet aan de orde. Waar de mevrouw en haar man gaan, worden zij omstuwd door een posse van officials. Veiligheidsmensen, gevolg, Nederlands vertegenwoordiger in Israel en ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Algemene Zaken doen door hun aantal alleen al de menigte uiteenwijken. Dat creëert een gevoel dat hier iets belangrijks aan de hand is. Daarbij heeft de mevrouw in het rozerood ook een minzame glimlach aangetrokken, die zij zichtbaar naar believen kan aan- en uitknippen. Met dodelijk effect. Geharde cynici lachen, ondanks zichzelf, dom terug. Opdringerige afdwingers van de erkenning per glimlach zijn zichtbaar verkild wanneer die uitblijft. Het samengebalde effect van al deze extra's doet een groepje gasten van Nederlands-Israelitische afkomst tevreden tegen elkaar constateren: “Ze is toch wel ècht een koningin, hè.”

Uitzingen

Schrijven over “Het koninklijk bezoek - waar staat het voor?” is zoveel als je afvragen: “Een koningshuis - waar heb je dat voor?” Het weekblad The Economist zette in oktober 1994 een foto van een kroon op de omslag en verklaarde daarbij onomwonden dat de monarchie een concept is dat zijn tijd heeft gehad. Dat zo'n invloedrijke opiniemaker die gedachte hardop uitsprak, schokte veel Britten. Het wee van de Britse koninklijke familie, met de Charles en Diana-vete als hoogtepunt, is inmiddels wel bekend. The Economist had het dan ook vooral over de Britse monarchie, met het wangedrag van de Britse koningskinderen als aanleiding. Maar het kan niet anders of het clubje van hoofden van de koninklijke hofhoudingen, het periodieke grootmeestersoverleg, moet zich ook bezorgd hebben afgevraagd: als in een grootmacht als Brittannië de monarchie zou sneven, hoe lang kunnen ònze opdrachtgevers het dan nog uitzingen? Acht de Engelse koningin zich niet 'de koningin' bij uitstek, boven alle overgebleven koningen en koninginnen in West-Europa verheven door haar wereldwijde invloed en anciënniteit?

“Wat is de toegevoegde waarde?”, is de vraag aan de diplomaat op Buckingham Palace, die zich alleen maar aangeduid wil zien als 'een bron op Het Paleis'. “Wat is de toegevoegde waarde, boven die van een president-staatshoofd, van het feit dat u bij officiële gelegenheden een koningin kunt inzetten?”

De bron op Het Paleis aarzelt geen moment. “Als Koningin Elizabeth waar dan ook binnenkomt, verandert er voelbaar iets in de atmosfeer. Met premier Thatcher, de koningin van Westminster als het ware, was dat in zekere zin ook zo, maar dat had meer te maken met politieke macht. Wanneer de Engelse koningin binnenkomt gaat er onveranderlijk een frisson door het aanwezige gezelschap. Want wat daar staat, in dat kleine figuurtje, is bijna duizend jaar ononderbroken traditie en tegelijkertijd de draagster van een onbenoembare mystiek, object van een diepgevoelde behoefte.” Hij voegt daar later eerlijk aan toe: “En ze heeft natuurlijk de laatste tijd de extra attractie dat ze de moeder is van die vreselijke kinderen, die haar haar annus horribilis bezorgd hebben. Die willen de mensen wel eens van dichtbij zien.”

Witte tas

“Oh, Your Majesty”, zei eerder deze maand een zichtbaar ontroerde Nelson Mandela tegen koningin Elizabeth toen die van het koninklijk jacht Brittannia voor het eerst voet zette op de bodem van een gedemocratiseerd Zuid-Afrika. “Welcome to South-Africa.”

“Wilhelmus van Nassaue, ben ik van Duitschen bloed”, zongen deze week de Israelische Nederlanders in het Jerusalem Theatre in een objectief bezien inconsequente tekst. Toch was de ontroering tastbaar, omdat de koningin daar stond. Ongrijpbare emoties worden opgehangen aan de kroon, of die nu vertegenwoordigd wordt door een kleine, grijze mevrouw die veel liever elke dag zou paardrijden, of door een Oranje-kind dat, vlak vóór haar beëdiging nog door een vriend van haar vader en voormalig bewindsman tegenover deze krant werd afgedaan als “die bekakt pratende Leidse studente van wie ik nog moet zien of het Nederlandse volk zich met haar wil identificeren”. Conclusie: het instituut blijkt, dankzij zijn symbolische lading, sterker dan de individuele persoon. Na de “middelbare mevrouw met de witte tas die er uitziet als de gemiddelde dagtripper die uit de bus stapt bij het Vredespaleis” (dezelfde spreker) heeft het Nederlandse volk zich massaal geïdentificeerd met de persoon van koningin Beatrix. Wanneer in Engeland koningin Elizabeth lang genoeg blijft leven om prins Charles gelegenheid te geven de smadelijkste onthullingen over zijn privéleven te doen vergeten, zal het Britse volk zich weer net zo identificeren met King Charles IV. “Als de leden van de stam maar niet te veel in de tent van het stamhoofd kunnen kijken” - om een befaamde uitspraak van BBC-regisseur David Attenborough te parafraseren - delft de ratio vanzelf weer het onderspit tegen de emotie.

Zelfs een republikein als de columnist Neil Ascherson bekent immers beschaamd dat hij behoort tot de meer dan vijftig procent van de Britten die, zo heeft serieus onderzoek uitgewezen, regelmatig in hun droom de koningin op bezoek krijgen. Over het voorkomen van een soortgelijke droom in de Nederlandse context is niets bekend, maar in de Britse versie neemt deze hang naar onderwerping en genade-van-boven de vorm aan van het samen met Haar nuttigen van een kopje thee, dan wel het aan Haar doen toekomen van zéér gewaardeerd advies. Misschien is het omdat Nederland, veel meer dan Groot-Brittannië, volgens velen naar de geest al een republiek is, zij het met een koning aan het hoofd, dat geen gesprekspartner voor dit verhaal de Britse 'frisson' op de Nederlandse situatie van toepassing wil verklaren. De een na de ander wijst juist op de persoon van de huidige koningin zelf, om de onomstreden positie van de Nederlandse monarchie te verklaren. De spreekwoordelijke 'dossierkennis', de 'werkkracht', het 'invoelingsvermogen' en de 'alomvattende kennis', allemaal eigenschappen die de persoon van deze koningin in zich verenigt, zijn sinds 1980 al net zo'n cliché geworden als vroeger de termen 'het Oranje-zonnetje' en 'prinses Glimlach'. De meerwaarde van het zenden van een koningin op staatsbezoek boven die van het zenden van een een president, ligt daarom in het geval van de Nederlandse koningin-van-het-moment volgens allen die voor dit verhaal zijn geraadpleegd vooral in 'haar vakkennis en haar persoonlijke uitstraling'.

Koning David

Honderd Israelische schoolkinderen staan in de zon in de tuin van hun president en wachten op - ja, op wie eigenlijk? Minstens eens per week worden zij gerecruteerd van de dichtstbijzijnde lagere school om te zwaaien met telkens weer een ander vlaggetje. Sinds het vredesproces in het Midden-Oosten is begonnen, is het in Jeruzalem een komen-en-gaan van hoge gasten. Premiers, kerkvorsten, staatshoofden - hun belangrijkheid wordt door de gemiddelde Israeliër vooral afgemeten aan de lengte van de stoet, de omvang van de veiligheidsmaatregelen en de duur van daaruit voortvloeiende verkeersopstoppingen. De Amerikaanse vice-president Al Gore was hier vorige week nog in het voetspoor van de Britse premier John Major, de kardinaal van Chicago en de vice-premier van China. In het laatste halfjaar zijn de staatshoofden van Kongo, de Verenigde Staten, Oostenrijk, Duitsland en Litouwen het Nederlandse staatshoofd voorafgegaan.

“Holland”, zegt een meisje na lang nadenken, wanneer haar gevraagd wordt op wie zij wacht. Maar het concept 'koningin' zegt de ruim vijf miljoen Israeliërs niets. Dat is iets wat alleen past bij 'Koning David'. Na, lang geleden, het bezoek van de koning en koningin van Spanje, is de Nederlandse koningin het eerste gekroonde staatshoofd dat de staat bezoekt.

“Ik hoop maar dat we ons deze drie dagen zullen weten te gedragen”, zegt het hoofd van het Israelische protocol. “Wij Israeliërs zijn zo ontzettend spontaan en dat kàn natuurlijk niet met de koningin.”

Een van de oudere schoolkinderen bekent: zij doet met haar klasgenoten een wedstrijd wie de meeste handdrukken van hoge gasten kan verzamelen. Zij heeft Clinton al en vandaag mikt zij eerder op Peres dan op de Nederlandse koningin. Die wordt dan ook bijna onder de voet gelopen, wanneer de gebruikelijke inspectie van de erewacht is afgelopen. Peres en Rabin zien zich omstuwd door opspringende en handreikende kinderen. De hele ceremonie eindigt spontaan en in Mediterrane chaos. Een Israelische diplomaat reageert verbijsterd. “Bij een bezoek van de Amerikanen hadden hun mensen dat nooit laten gebeuren. Dat zou een schandaal geweest zijn.”

Onderscheidingen

Het staatsbezoek aan Israel is, volgens opgave van de Rijksvoorlichtingsdienst, het 25ste dat koningin Beatrix en prins Claus tussen maart 1981 (Luxemburg) en maart 1995 hebben afgelegd. Volgens dezelfde opgave zijn er in de vijftienjarige regeringsperiode van koningin Beatrix tien staatshoofden op hoogste niveau ontvangen. Niet helemaal de verhouding 'twee in, twee uit' waar de regering naar streeft, maar in deze opsomming zijn niet meegerekend de officiële en gewone (werk-)bezoeken over en weer en al helemaal niet de privébezoeken die staatshoofden aan elkaar brengen.

Wild ergeren zij zich op Buitenlandse Zaken wanneer er in de pers gesproken wordt van 'officiële staatsbezoeken'. Dat haalt de zaken door elkaar, terwijl het 'toch zo eenvoudig' is. Een officieel bezoek is minder formeel dan een staatsbezoek. De gasten slapen in Paleis Noordeinde en niet in het Paleis op de Dam. Zij zijn niet gehouden aan vaste punten als een uitgebreid aankomst- en vertrekceremonieel of de kranslegging op de Dam en zij krijgen geen ere-escorte van zestien motorrijders, maar een 'protocollair escorte' van slechts acht gemotoriseerde politiemensen. Het uitwisselen van geschenken (in Israel een Delftsblauw servies in ruil voor een schilderij van de hand van een jonge Israelische kunstenaar) gebeurt bij een staatsbezoek gewoonlijk wel, bij een officieel bezoek 'conform de wensen van beide staatshoofden' en bij een werkbezoek meestal helemaal niet. Soortgelijke voorschriften gelden voor het uitwisselen van onderscheidingen: bij een staatsbezoek gebruikelijk, bij een officieel bezoek als de staatshoofden dat allebei leuk vinden en bij een werkbezoek gewoonlijk niet.

“Die uitwisseling moet je je niet te plechtig voorstellen”, legt een zegsman met veel uit dit gebruik voortgekomen onderscheidingen uit. “Als je ergens met de koningin op bezoek komt, ligt je onderscheiding meestal al op je nachtkastje.”

Die nachtkastjes bleven in Israel leeg. Het gastland kent geen onderscheidingen en dus konden de Nederlandse versierselen behorend bij het Grootkruis van de Nederlandse Leeuw - en lager - in Nederland in de kast blijven. Een besparing van ettelijke tienduizenden guldens die de budgetbewakers 'koninklijke bezoeken en ontvangsten' (2,5 miljoen gulden per jaar te besteden) stralend gelukkig moet stemmen. Het is tobben op de grens tussen diplomatie en de noodzaak tot kostenbeheersing, wanneer een bezoekend staatshoofd zijn grenzen niet kent en gratis gastvrijheid verwacht voor méér dan de tussen Europese regeringen afgesproken twaalf man maximaal gevolg. En inderdaad: er zijn wel eens gasten in zo'n gevolg die misbruik maken van de geboden gastvrijheid door voortdurend de minibar van het hotel leeg te drinken of nog erger. “In dat geval hebben we wel eens gezegd: stuur de rekening nu maar naar hun ambassade.”

Symbool

Formeel zijn koninklijke bezoeken een uiting van regeringsbeleid. Het bezoek aan Israel, alleen op religieuze gronden al begeerd door koningin Juliana, werd door de Nederlandse regering niet eerder gewenst geacht. Nu het vredesproces in het Midden-Oosten in gang is gezet 'mocht' het staatshoofd eindelijk naar Israel. Voor het evenwicht werd het staatsbezoek aan Jordanië, dat vier maanden geleden plaatshad, vorig jaar op dezelfde dag aangekondigd.

Noch Nederland, noch Israel had bij dit staatsbezoek uitstaande kwesties af te handelen of laatste duwtjes aan wederzijdse besprekingen te geven. Israel is voor talloze Nederlanders het Heilige Land, en de Israeliërs zijn het Uitverkoren Volk, dat soms gedwaald heeft in zijn behandeling van het Palestijnse probleem. Nederland kan in Israel niet stuk vanwege het vaste geloof onder de meeste Israeliërs dat àlle Nederlanders in de oorlog 'goed' zijn geweest en de joden hebben gered. Enig doel van het bezoek is dus, volgens diplomaten uit beide landen vooraf, om de wederzijdse vriendschappelijke gevoelens te accentueren op een moment dat dat door geen van de partijen in het Midden-Oosten uitgelegd kan worden als partij kiezen.

Die verzekeringen houden niemand voor de gek. Zoals de vergezellende minister van buitenlandse zaken, Hans van Mierlo, in ander verband in Jeruzalem zal opmerken: “Alles lijkt hier op een gegeven moment wel symbool te staan voor wéér iets anders.” Een staatsbezoek aan Israel is geen staatsbezoek aan IJsland. Wanneer aan de vooravond van het koninklijk bezoek aan Israel de correspondent van de Volkskrant een verhaal afscheidt, als zou de Nederlandse gemeenschap in Israel collectief behoefte hebben aan het doorprikken van de 'mythe' dat alle Nederlanders in de oorlog 'goed' zijn geweest, is het effect daarvan zodanig dat opeens àlle officiële toespraken van gastheren en gasten zich over dit aspect van de relatie moeten buigen. De koningin noemt het, de Israelische president bevestigt het en de speaker van de Knesset doet er nog eens een schepje bovenop door Nederland als de leverancier van het grootste contingent SS'ers te benoemen.

In de broeikasatmosfeer die toch al heerst rond het koninklijk bezoek - de ambassadeur is steevast 'kapot' na afloop, de tweede man 'moet meteen met vakantie' en iedereen die zich belangrijk heeft gevoeld schikt tevreden de gesigneerde foto van de koningin op het bijzettafeltje tussen de familieportretten - valt een tweede 'schaduw' over het bezoek. Heeft de Israelische ambassadeur in Nederland, Micky Bavli, nu wel of niet gesproken over “die oude kakkers”, toen hij een pleitbezorgster voor het Prinses Juliana-bejaardenhuis in Israel duidelijk maakte dat de koningin onmogelijk op haar bezoek hier een nieuwe steen zou kunnen metselen? De ambassadeur ontkent, de bejaarden zijn verdrietig, de Nederlandse gemeenschap wil een eigen ontmoeting met de koningin... Een exercitie in Wiedergutmachung blijkt dringend nodig, wil niet alle publiciteit zich op de bijzaak richten. De RVD zet alle zeilen bij en op een receptie wordt de koningin handig in de richting van de belangengroep Bejaardenhuis Prinses Juliana geleid. En weer werkt de magie.

“Ik zei dat ze misschien een van haar zonen zou kunnen sturen en toen zei zij dat dat misschien een goed idee was...” De belangenbehartigster kijkt of zij zojuist een keiharde toezegging in de wacht heeft gesleept die alles goedgemaakt heeft. Dan komt zij tot haar positieven: “Niet dat die oudjes daar ècht iets mee opschieten natuurlijk.”

Verkoop

“Kijk, je komt tijdens zo'n staatsbezoek natuurlijk met je Nederlandse belangen wel op het hoogste niveau binnen”, zegt een Nederlandse industrieel, die een aantal handelsmissies heeft meegemaakt die simultaan met de aanwezigheid van koningin en prins werden georganiseerd. “In cijfers en opdrachten kun je die extra bonus niet uitdrukken. Maar zo'n gastland als India of Amerika staat wel drie dagen lang geheel in het teken van de betrekkingen met Nederland, en dat helpt.

“De koningin is alleen bereid zo'n handelsmissie van Nederlandse bedrijven te ondersteunen, wanneer die bedrijven ook hun topmensen sturen. Je kunt natuurlijk geen onderknuppels naast de majesteit zetten”, aldus een gezaghebbende bron in Nederland. Sinds de Lockheed-affaire, de combinatie van ministeriële onverantwoordelijkheid en prinselijke onbetamelijkheid die Nederland in 1976 bijna van zijn monarchie afhielp, heeft de wijze waarop het Nederlandse bedrijfsbelang het beste koninklijk bevorderd kan worden, de hoogste aandacht van zowel regering als vorstin. Industriëlen en koninklijk paar reizen altijd apart - “de koningin moet niet de indruk wekken dat ze Nederlands kaasmeisje is” - en de koninklijke aanwezigheid mag niet de indruk wekken dat er gebedeld wordt. Bedrijven die, zoals soms gebeurde in de tijd van prins Bernhard, hun verkooppropaganda van een beeltenis van de koninklijke gasten zouden willen voorzien, wordt meer dan ferm de onbetamelijkheid van zulk gedrag onder de neus gewreven.

Wat betreft de meerwaarde van een koningin - in plaats van een president - in zo'n situatie: “Het gastland is in die omstandigheden toch vaak net ietsje meer onder de indruk van een al lang zittend en ervaren staatshoofd, al is het van een klein landje, dan van een willekeurige president die na zes jaar toch weer weg is.”

De industrieel: “De vraag is natuurlijk wel in hoeverre grote Nederlandse bedrijven, die zich multinationaal willen presenteren, nog behoefte zullen blijven voelen aan dat typisch Nederlandse stempel, dat de aanwezigheid van de Nederlandse koningin drukt.”

Diashows

Koningin Beatrix heeft wel degelijk inspraak in de keuze van welk bezoek wel en welk bezoek niet zal worden gemaakt, en zij deinst er niet voor terug haar wensen over de invulling ervan door te zetten. Een of twee bezoeken aan het begin van haar regeringsperiode, uitsluitend gevuld met 'verplichte nummers' en 'echtgenotes van de hoogwaardigheidsbekleders', leidden tot het besluit 'eens, maar nooit meer'. De door de koningin zelfgekozen grootmeester heeft nu de opdracht om 'zinvolle' bezoeken te organiseren. Die opdracht botst regelmatig met het instinct van het gastland, dat geneigd is tot diashows, voordrachten van burgemeesters en toespraken van directeuren van prestigeprojecten. Tegen de wens van de regering-Thatcher in bijvoorbeeld drukte de koningin in 1982 bij haar staatsbezoek aan Groot-Brittannië een bezoek aan de toen nog bestaande en door hard links gedomineerde Greater London Council door, teneinde zich te laten informeren over de binnenstadsproblematiek van de Britse hoofdstad.

Mislukt een bezoek van staatshoofden onderling wel eens? “Nee, je zorgt ervoor dat het niet kàn mislukken en twee dagen zijn te kort voor het uitbreken van algehele animositeit. Hooguit hebben de desbetreffende functionarissen elkaar niets meer te zeggen. Het griezeligste moment voor de meereizende minister van buitenlandse zaken breekt aan wanneer twee constitutionele staatshoofden elkaar goed kennen en bij elkaar logeren. Wanneer ze dan samen ontbijten, is daar helemaal niemand bij. Wat gebeurt daar dan precies, en wat zeggen ze allemaal tegen elkaar buiten de aanwezigheid van hun verantwoordelijke ministers? Hoe goed gaat het eigenlijk tussen onze beide landen? Kun jij niet eens een gesprek stimuleren, dan doe ik hetzelfde in mijn land? Weet jij waarom onze ministers niet met elkaar kunnen opschieten? Kunnen wij daar iets aan doen?”

Een Israelisch diplomaat: “Ik ken alleen maar een bezoek van een eerste minister dat op een haar na catastrofaal zou zijn afgelopen. Dat was toen Willy Brandt na afloop van een bezoek aan Israel per helikopter zou opstijgen van de berg Massada. Een plotselinge windvlaag greep de helikopter, die nog niet op sterkte draaide. Willy Brandt zat er al in. De helikopter helde over, naar de afgrond. Toen hebben we met alle uitwuivende officials aan de zijkant van de helikopter gehangen om een ramp te voorkomen. Sindsdien stijgt er nooit meer iemand op van Mount Massada.”

Populair

“Al die amateurs die minister worden”, zegt de welingelichte bron in Den Haag, “die krijgen toch in de koningin zo langzamerhand een zeer ontwikkeld klankbord voor zich. Er is niemand die zo op de hoogte is, die zo veel gereisd heeft en aan wie de mensen zo veel in vertrouwen vertellen, als de koningin. Ja, natuurlijk is er een spanningsveld. Er zijn ministers die niet naar Haar willen luisteren. Er zijn ook ministers naar wie Zij niet wil luisteren. Wat beweegt een minister om de koningin te adviseren iets niet te doen? Drie redenen: hij heeft het oog op zijn rol in het kabinet, hij denkt in het belang van de partij die hij vertegenwoordigt of hij heeft puur eigenbelang op het oog. Zelf populair willen zijn. Dan adviseert hij de koningin met opzet verkeerd. Zoals die keer dat een minister een groot project zelf wilde openen en tegen de koningin zei: daar hoeft u niet heen te gaan.”

Een andere bron bevestigt dit verhaal en voegt eraan toe dat de - vrouwelijke - minister en het staatshoofd (“Reken maar dat die twee meiden elkaar binnenskamers de ogen hebben uitgekrabd”) uiteindelijk beide verschenen en tot op de letter de lengte van elkaars toespraak in de gaten hebben gehouden.

Botsing

In Den Haag ontvouwen twee oud-ambassadeurs, onafhankelijk van elkaar, vergeelde mapjes rapportage over het moment dat zij een staatsbezoek van de koningin aan het land van hun plaatsing mochten meemaken. Eén raakte de koningin kwijt omdat zij een aantal uren ontsnapte aan het keurslijf van kranslegging en staatsdiner. Een ander zag datgene, wat het hoogtepunt van zijn carrière had moeten worden, overschaduwd door koppen in de Nederlandse kranten als zou hij in een protocollaire botsing met het gastland 'een incident' hebben gecreëerd.

“De koningin was zo vriendelijk om mij en mijn vrouw te laten weten dat zij het allemaal zéér op prijs gesteld had”, straalt de een. “De koningin liet duidelijk merken dat ze nog nooit zo'n fantàstisch bezoek had meegemaakt”, geniet de ander.

In Jeruzalem straalde de Nederlandse ambassadeur deze week ook al. Wat een fantàstische toespraak van de koningin in de Knesset. Never mind dat de Israelische pers 's avonds benadrukte dat de banken van het parlement beschamend leeg waren gebleven. Een staatsbezoek is àltijd geslaagd. Het kan ook niet anders, want, zoals alweer zo'n welwillende, maar absoluut anonieme bron op Buitenlandse Zaken tevoren heeft gewaarschuwd: “Werkelijk, denk eraan wanneer je je verhaal schrijft. Eén verkeerd citaat in dit verband, iemand herkenbaar in de mond gelegd, kan een carrière breken.”