De verbeelding in plastic van onze nationale deugd

Weer voerde ik met succes het nummertje voor buitenlandse bezoekers op. Mijn Duisburgse studenten, die een dagje in Nijmegen waren, reageerden ongelovig toen ik uit de keukenla een steelvormig voorwerp haalde en veronderstelde dat zij het met al hun scherpzinnigheid niet zouden kunnen thuisbrengen. Dat was een serieuze uitdaging van het intellect van de aankomende academici. Het object ging van hand tot hand. Peinzend nam de ene Kommilitone na de andere het buigzame sikkeltje aan het uiteinde tussen duim en wijsvinger: dat moest de clou zijn, maar wat deed je met zo'n halve maantje van plastic? In mimiek werden allerlei hypothesen opgevoerd: was het een instrumentje om de rug te krabben? Daarvoor was het wel wat klein uitgevallen. Anderzijds leek het als oorpeuteraar disfunctioneel groot. Trouwens, bij nader inzien was het onwaarschijnlijk dat hulpmiddelen voor de intieme hygiëne bij het eetgerei werden bewaard. Je kon bij de Nederlanders met hun smerige slachthuizen en hondemest op straat wel het een en ander verwachten, maar zoiets onbetamelijks schreef men ons toch ook weer niet toe. Ook mijn gebarentaal en sturende vragen vermochten hen niet op het juiste spoor te brengen. Tenslotte opperde iemand wanhopig dat het werktuigje ervoor diende om de binnenwanden van buizen schoon te schrapen. Die student was warm, maar ook hij kon geen reden bedenken waarom men sanitaire hulpmiddelen bij het bestek zou bewaren. Toen het gezelschap het raadspel begon op te geven, gaf ik de waarheid prijs: 'Dies ist ein authentischer Flaschenlecker'. Mijn onthulling bracht een vrolijke Aha-Erlebnis teweeg. Die 'kluge' Hollanders toch. Inderdaad, aleen zij konden dit instrument van schraapzucht hebben uitgevonden.

De flessenlikker heeft in het debat over onze identiteit nog niet de aandacht gekregen die hij verdiend. Nog meer dan de kaasschaaf, die in het buitenland ook verbazing en bewondering wekt, vertegenwoordigt de flessenlikker Holland op zijn smalst. Van oudsher willen wij immers het onderste uit de kan hebben.

Daarom was ook de theorie van een Tsjechische archeoloog lang niet gek. Hij moest en zou dat geheimzinnige geschenk uit Nederland verklaren. Tenslotte was het benoemen van artefacten zijn vak. Uiteindelijk was zijn bod: dit ding wordt bij jullie voor miniroulette gebruikt. Je kunt er geringe geldbedragen mee over de speeltafel schuiven. Zo kennen we jullie, als een volk dat op de kleintjes let.

Sinds ik besef dat ons geestesmerk het eren van het kleine is, weet ik welke handzame gastgeschenken in ieder geval meegaan op buitenlandse reizen. Naast de enigszins riskante drop en de altijd succesvolle stroopwafels gaan er een boel flessenlikkers in de koffer. Deze specimina van Nederlandse beschaving zijn inmiddels uitgaand in keukens te Moskou, Michigan en Tübbingen. Naar dit laatste oord - in het land van de spaarzame Zwaben - moest nog een levering worden nagezonden: de vriendinnen van mijn gastvrouw waren zichtbaar begerig ook zo'n stukje Nederlands vernuft te bezitten.

Laat buitenlandse bezoekers niet in de waan dat onze kneuterigheid alleen een historisch verschijnsel is, waarvan de binnentafereeltjes in de musea getuigen. Breng hen ook in aanraking met de cultuurschatten van Blokker en Xenos. Laat hen zich vergapen aan al de slimmigheidjes van Brabantia en Tiger-Plastics. In de kleine handigheid ligt onze nationale grootheid. Zou een monsterlijk vergrote flessenlikker voor de megabioscoop van het nieuwe Tweede-Kamergebouw onze nationale gezindheid niet beter uitdrukken dan de gewrongen tekst van artikel 1 van de grondwet?

Ik ken mijn plicht als het gaat om de promotie van de Nederlandse cultuurgoederen. Op het laatste werkcollege in Duisburg kregen alle deelnemers van mij een flessenlikker. Ik had nog wel even een marktonderzoekje uitgevoerd: er blijkt een prijsverschil van één gulden tussen de luxueuze en eenvoudige uitvoering te bestaan. Zo hield ik maar liefst 18 gulden in mijn zak: je bent Hollander of je bent het niet.