De kunst van een meester kalligraaf

Tentoonstelling: Ghani Alani - meesterkalligraaf. Museum voor Volkenkunde Rotterdam, t/m 11 juni.

Twee ineengevlochten harten, waarbinnen mysterieuze tekens met elkaar om de eer strijden. Reeksen lijnen die als golven over het papier lijken te ijlen. In het Rotterdamse museum van Volkenkunde is nu een tentoonstelling te zien van de Irakese kunstenaar Ghani Alani. Op de affiches wordt hij aangekondigd als 'meester kalligraaf'. En inderdaad zijn alle ruim veertig werken die er hangen, opgebouwd uit Arabische letters. Op een enkele plek zijn de afzonderlijke letters nog als zodanig te herkennen. De in zwarte inkt uitgevoerde tekens vormen woorden en zinnen, maar zijn tegelijkertijd iets abstracts, een vorm die aan de woorden voorbijgaat. Of daar wat aan toevoegt.

Wat gebeurt er nu precies in Alani's kunst? Hoe verhouden vorm en inhoud zich tot elkaar? Hoe komt het dat deze vellen met Arabische, voor de meeste bezoekers onleesbare teksten toch weten te boeien? Is het moderne kunst waarbij de kunstenaar gebruik maakt van letters? Of is het de inhoud van de tekst die de vorm bepaald?

Het Arabische schrift heeft één aspect waardoor het afwijkt van de meeste andere schriftsoorten. Behalve de drager van de Arabische taal is het de taal waarin God zich tot de mensen heeft gericht. God heeft, zo ervaren honderden miljoenen gelovigen dat, voor zijn boodschap het Arabisch uitgekozen. De kalligrafie behoort daardoor tot de edelste der Islamitische kunsten behoort.

In de begintijd van de Islam werd het Arabisch geschreven in het hoekige, zogeheten Kufische schrift, genoemd naar de plaats waar deze stijl ontwikkeld werd, Kufa in Irak. De stijl was uitermate geschikt voor gebruik op harde en ruwe ondergronden zoals steen en perkament. Later ontwikkelde zich een aantal cursief geschreven schriftstijlen.

Een van de belangrijkste figuren in de kalligrafie is Ibn Muqla geweest, gestorven in 940 a.D. Hij heeft de regels opgesteld voor de perfecte proportie van het ronde schoonschrift. Volgens Ibn Mulqa worden de verhoudingen in, en tussen, de letters bepaald door de grootte van de punt van de rietpen waarmee men schrijft.

Ghani Alani, die nu in Rotterdam exposeert, is in 1937 in Bagdad geboren. Hij volgde zijn opleiding als kalligraaf bij de bekende Baghdadse meester Hachim Al-Khattat. Bij hem leerde hij de canon van de kalligrafie. In 1967 ontving hij zijn diploma als meesterkalligraaf en in dat zelfde jaar vertrok hij naar Frankrijk. Voor zijn ontwikkeling als kunstenaar is dat van groot belang gebleken omdat hij buiten de Arabische wereld zijn Arabische kunst verder kon verdiepen. In Parijs begint hij steeds vrijer te werken. De basis is bij hem nog steeds een Arabische tekst, maar de vormen worden steeds losser. Zo bewegen de letters zich in Alani's latere werken soms van onder naar boven, wat in de klassieke kalligrafie onmogelijk is. Ook gebruikt hij soms verschillende schrijfstijlen binnen één tekst. Vormen krijgen de overhand en de tekst wordt daar aan ondergeschikt gemaakt.

Daarmee is Alani niet langer een kalligraaf maar een kunstenaar, al is het één die werkt vanuit een eeuwenoude traditie en met een vakmanschap dat ook in de Arabische wereld steeds zeldzamer wordt.