De gouden eeuw van het kapitalisme

De Sovjet-Unie heeft de Koude Oorlog verloren, maar de Verenigde Staten moeten hem nog winnen. Richard Nixon heeft deze uitspraak in de laatste jaren van zijn leven meermalen gedaan, en ze is nog altijd juist. Er zijn nog altijd veel te veel winstpunten niet geconsolideerd, er zijn nog altijd veel te veel onzekerheden in de wereld om van een definitieve vrede te kunnen spreken.

Er is een nieuw Rusland in opkomst dat zich mondiaal doet gelden. China heeft eigen internationale ambities en bevindt zich midden in een overgangsfase naar een nieuwe politiek leiding. Er zijn internationale - veelal van staatswege gesteunde - terroristen en wereldomspannende misdaadsyndicaten. Er zijn extremistische bewegingen op godsdienstige of etnische basis.

Weliswaar is geen van deze dreigingen te vergelijken met die van het Sovjet-imperium, maar elk kan een gevaar opleveren voor belangrijke Amerikaanse belangen. Ze dienen te worden beschouwd in de context van vijf duidelijke, mondiale realiteiten.

De eerste nieuwe realiteit is dat de hele wereld zich hals over kop stort in wat wel is genoemd een 'nieuwe gouden eeuw van het kapitalisme'.

Lech Walesa gaf me eens de volgende definitie van een communistische economie: 'honderd mannen die om één schop heen staan'. Inmiddels zetten, in bijvoorbeeld Polen, Rusland, India en Latijns Amerika, vier miljard mensen alles op alles om niet alleen een schop te bemachtigen, maar ook om schoppenfabrieken te bouwen. Er zijn thans in de ontwikkelingsgebieden meer dan 30 aandelenbeurzen. Kortom: iedereen wil handel drijven, en iedereen wil kapitaal scheppen en het op wereldwijde schaal benutten.

De tweede onontkoombare realiteit in de wereld na de 20ste eeuw is dat de veiligheid van de mondiale olie- en gasvoorraden van vitaal nationaal belang zal blijven voor de Verenigde Staten en andere industriële mogendheden. De Perzische Golf - al een halve eeuw het centrum van de wereld-energievoorziening - blijft een gebied vol onzekerheden. Saoedi-Arabië is financieel verzwakt. Iran en Irak staan nog altijd zeer vijandig tegenover het Westen en bedreigen hun buurlanden. Bovendien beginnen de grenzen van het centrale olie- en gas-wingebied zich noordwaarts te verleggen naar de Kaukasus, Siberië en Kazachstan, waar ook reusachtige voorraden fossiele brandstoffen zijn.

In deze 'nieuwe energie-orde' zullen veel van de belangrijkste geopolitieke beslissingen van toepassing zijn op de ligging van pijpleidingen voor olie en gas.

De derde onontkoombare realiteit voor Amerika, en voor de wereld, is dat de Berlijnse muur weliswaar is verdwenen, maar de massavernietigingswapens niet.

Een verre van volledige lijst van landen en groeperingen die nu al beschikken over nucleaire, biologische of chemische wapens omvat tenminste Noord-Korea, Irak, Iran en Libië. Gezien hun gedrag in het verleden is het niet verrassend dat er een wereldwijde zwarte markt voor kernwapens aan het ontstaan is.

Intussen zullen er weldra besprekingen beginnen over herziening van het wereldomspannende verdrag over beperking van de verspreiding van kernwapens. Maar zelfs als dit non-proliferatieverdrag voor onbepaalde tijd wordt verlengd, doen we er verkeerd aan ons daarmee veilig te wanen. Irak, Iran en Noord-Korea hebben stuk voor stuk aangetond hoe het traditionele non-proliferatie-streven kan falen.

Amerika zal de uitdaging van het non-proliferatieverdrag met voortvarendheid moeten aangaan, willen niet nog meer landen voor de nucleaire optie kiezen.

De vierde nieuwe mondiale realiteit is de toename van het geweld gepleegd door extremistische religieuze en etnische bewegingen op tal van plaatsen.

Zo dreigt de Servische genocide in de Balkan zich uit te breiden naar Macedonië, Albanië en verder. Werkloos toezien van Amerika en Europa terwijl die agressie plaatsvindt zal door andere radicale 'etno-nationalisten' onherroepelijk worden opgevat als een groen licht voor eigen etnische zuiveringen. Turkije, een NAVO-bondgenoot van essentieel belang, kampt met islamitisch extremisme en een separatistische etnische beweging. Gewelddadige islamitische fundamentalisten bedreigen de regering in Algerije en hebben een aanval op Egypte ingezet. Hoe lang zouden de akkoorden van Camp David nog standhouden als de fundamentalisten het in Egypte voor het zeggen krijgen?

Islamitische terroristen streven ernaar het vredesproces tussen Israel te torpederen en wellicht met enig succes. Met steun van Iran en andere partijen hebben islamitische terroristen in het World Trade Center in New York getoond dat Amerika evenmin onkwetsbaar is voor hun aanvallen.

Ook de etnische beroering in de voormalige Sovjet-Unie is niet te veronachtzamen - er zijn oorlogshandelingen gepleegd in vijf voormalige Sovjet-republieken. En de Tsjetsjenen zijn mogelijk niet als enige etnische groepering bereid geweld te gebruiken om ooit door Stalin getrokken grenzen te verleggen.

Kortom, de lijst van 's werelds 'pijnpunten' is veel te lang voor Amerika om op zijn lauweren te kunnen gaan rusten.

En dat brengt ons tot de vijfde mondiale realiteit: de geopolitieke rivaliteit met Rusland is niet afgelopen met de verdwijning van het Sovjet-communisme.

Telkens weer blijkt het Russische buitenlandse beleid te botsen met Amerikaanse belangen: de verkoop van wapens en nucleaire technologie aan Iran, de instandhouding van een inlichtingendienst in Castro's Cuba, het aanbod om Noord-Korea kernreactoren te leveren - wat het einde zou hebben betekend van het door Amerika geëntameerde initiatief - en de voortdurende dreigementen aangaande de uitbreiding van de NAVO tegenover landen die lid willen worden - hetgeen de noodzaak om de NAVO zo snel mogelijk uit te breiden alleen maar onderstreept. In december 1994 nog heeft Rusland zijn veto uitgesproken over een resolutie over santies tegen Servië in de VN-Veiligheidsraad, het eerste zwaarwegende veto sinds het hoogtepunt van de koude oorlog in 1985.

Zoals het in 1991 verkeerd was te veel de nadruk te leggen op Michail Gorbatsjov, zo is het thans verkeerd de ogen te sluiten voor het feit dat president Boris Jeltsin ernstige fouten heeft gemaakt, naar autoritaire heerschappij heeft gestreefd en vrijwel alle aanhang onder hervormingsgezinde Russen heeft verloren.

Met haar onberaden gehechtheid aan een 'Rusland voorop'-beleid - inmiddels verworden tot een 'Jeltsin voorop'-beleid - heeft de regering van Clinton een zeer bijzondere kans verspeeld om Amerikaanse standpunten en bezorgdheden met kracht te doen horen voordat duizenden werden afgeslacht in Tsjetsjenië.

Het is tijd voor een 'nieuw realisme' ten aanzien van Rusland en zijn vooruitzichten. Dat betekent niet een terugkeer naar de Koude Oorlog, maar wel het ontwikkelen van een eerlijker relatie waarbij belangrijke beleidstegenstellingen niet worden verdoezeld uit naam van persoonlijke bindingen.

Nieuw realisme betekent een nieuwe nadruk op de betekenis van de Russische verkiezingen in 1996 en het essentiële belang van een vreedzame, democratische machtsoverdracht. Ook betekent het dat kwesties als de wapenverkopen aan Iran, het geweld in Tsjetsjenië en veto's in de VN ten behoeve van agressoren niet mogen worden vergoelijkt, genegeerd of gebagatelliseerd.

Met een dergelijke aanpak is zowel het Russische als het Amerikaanse volk op de lange duur meer gediend dan met het verdedigen, ontkennen en goedpraten van Russische vergrijpen.

De wijze waarop Amerika de vijf door mij genoemde realiteiten het hoofd biedt, zal maatgevend zijn voor Amerika's besluitvaardigheid en leiderschap. Blijven we onder de maat - wijzen we de leidersmantel af - dan zal het nog lang duren voordat de overwinning kan worden uitgeroepen.

© IPS