De gijzeling van Saddam-land; Koppig Irak is na jaren isolatie arm en ondervoed

Na viereneenhalf jaar isolatie van de buitenwereld door het handelsembargo van de Verenigde Naties is Irak weer een ontwikkelings- land. Terwijl het regime van Saddam Hussein comfortabel in het zadel zit, lijdt de bevolking onder een ernstig gebrek aan voedsel en medicijnen.

Boer Ma'al Asi heeft geen adres maar wel een lemen hutje met twee vertrekken waarin hij met zijn vrouw, vier dochters, twee zoons en een kleindochter woont, aan een modderig erf. Awri, in de provincie Al-Kuth aan de Tigris, is minder dan een gehucht, een speldeprik in het vroegere Mesopotamië, de bakermat van de beschaving. Honderd kilometer zuidelijker komen de rivieren Eufraat en Tigris in één stroom samen, de plek waar volgens de overlevering de Hof van Eden zou hebben gelegen.

Nooit heeft een postbode Awri bezocht. Het bestaan van de familie is alleen bekend door de laatste volkstelling van 1988 en omdat twee zoons in het leger van Saddam Hussein dienen. “Die brengen nog een beetje geld binnen”, zegt boer Asi. “We hebben maar weinig land, van de opbrengsten kunnen we niet leven. Het voedselrantsoen is veel te klein. In de zomer krijgen we 500 dinar (minder dan één gulden) van de regering voor een halve ton tarwe.” Asi's bezit bestaat uit twee koeien en enkele schapen en geiten. Door de beschikbaarheid van wat groenten en melk ziet de familie er veel gezonder uit dan de gezinnen in de volkswijken van de grote steden. Daar lopen veel bleke en vermagerde jonge kinderen met totaal versleten kleren rond.

Vóór de Golfoorlog waren de Iraakse steden welvarend, maar nu valt het primitieve bestaan op het platteland te prefereren. In de stad Basra in het zuiden zijn veel straten door hevige regenval ondergelopen. Het rioleringsstelsel is nog niet hersteld. Pompinstallaties werken niet omdat het ontbreekt aan noodzakelijke onderdelen. Het handelsembargo verbiedt bijna alle import. De regering van Saddam Hussein heeft tot nu toe geweigerd om gebruik te maken van een resolutie van de Verenigde Naties die verkoop van een beperkte hoeveelheid olie toestaat. Met de opbrengst zou het regime behalve voedsel en medicijnen ook essentiële goederen zoals rioleringsapparatuur kunnen betalen.

“Na het voedsel- en medicijnentekort is dit het ernstigste probleem waar we voor staan”, zegt Viktor Wahlroos, plaatsvervangend-coördinator van de organisatie voor humanitaire programma's van de Verenigde Naties in Irak. “Rioleringen lopen over, de meeste zuiveringsinstallaties werken niet of zeer gebrekkig, het vuile water dringt de grond in en besmet het drinkwater waardoor mensen en dieren ziek worden. In Bagdad is zeker 10 procent van het drinkwater vervuild met ziektekiemen, maar in Basra, waar veel zwaarder is gebombardeerd, is dat misschien wel 90 procent.” Wahlroos is somber gestemd omdat de bevolking de dupe is van “een politieke patstelling. Je ziet de mensen in veel wijken verzwakken. Ook het onderwijs lijdt eronder, steeds minder kinderen komen naar school.”

Irak is vrijwel bankroet. Van een snel groeiende economie is het afgegleden naar de positie van een ontwikkelingsland. Maar Saddam en zijn ministers zijn nog in staat om goed voor zichzelf te zorgen. Omringd door gewapende veiligheidagenten rijden ze in spierwitte, zwaar gepantserde Mercedessen door Bagdad, in een druk verkeer van versleten en hevig rokende, gammele auto's met gladde banden en kapotte voorruiten. De geldstroom uit de export van de 75.000 vaten ruwe olie en dieselolie per dag naar Jordanië, die door de VN is toegestaan, en uit de smokkel naar Turkije en Iran gaat rechtstreeks via de president, weet een goed geïnformeerde diplomaat in Bagdad. “Daar pakken ze natuurlijk een deel van, maar ze betalen ook de voedselrantsoenering en herstel en nieuwbouw van scholen en andere voorzieningen. Het geldtekort wordt opgelost met de bankbiljettenpers, vandaar die enorme inflatie.”

Vóór de invasie van Koeweit in 1990 bedroeg het inkomen per hoofd van de Iraakse bevolking nog 3000 dollar op jaarbasis, nu is dat nog krap 40 dollar. De Iraakse dinar was in 1990 nog drie dollar waard, nu krijg je op de zwarte markt voor één dollar 1.300 dinar. Gemiddeld verdienen lagere ambtenaren en werknemers in de particuliere sector 3000 dinar per maand (ruim 4 gulden) terwijl ze tenminste 1000 dinar aan huur moeten neertellen. Het voedselrantsoen (rijst, bloem, thee, spijsolie) is bij lange na niet voldoende. Vlees, tomaten, groenten en melkpoeder zijn voor de gemiddelde Iraakse familie - die kinderrijk is - onbetaalbaar. Een kip kost op de markt 1.500 dinar (een half maandsalaris) en een kilo tomaten 4000 dinar (meer dan een heel maandsalaris).

Paleis

Het gebied tussen de Eufraat en de Tigris is vruchtbaar door eeuwenlange afzettingen van rivierslib. Maar als de zon na een dag zware regenval terugkeert, slaat de grond wit uit van het zout. Dat is afkomstig van zoutafzettingen die zijn ontstaan door de frequente overstromingen in vroeger eeuwen door de Golf en van verdamping van regen- en irrigatiewater. Op advies van onder andere het Nederlandse ingenieursbureau Nedeco is irrigatie met zoet water uit de Tigris toegepast. Maar achtereenvolgende regeringen hebben nog te weinig ondernomen om het zoute water te draineren. Vorig jaar is de Saddam river voltooid, een breed kanaal van Bagdad naar de Golf dat het zoute water moet afvoeren.

Met wat meer inspanningen in deze streek zou Irak met gemak zijn eigen voedselvoorziening kunnen verzorgen. Maar dat vergt import van deskundigheid, technologie, zaden en pootgoed. Daarover valt met de Verenigde Naties te praten. Saddam geeft echter de voorkeur aan dure prestige-objecten in Bagdad: hij liet een dubbeldekse brug over de Tigris bouwen. Een nieuw paleis, vakantiehuizen voor de top van zijn Ba'ath-partij en een gigantische nieuwe moskee zijn in aanbouw. Ook met de moderne communicatietoren Saddam Tower die net is opgeleverd, bewijst de president dat zijn land onder benarde omstandigheden technische hoogstandjes kan verrichten.

Zijn liefde voor het militarisme heeft Saddam na het verlies in 1991 van de 'moeder van alle veldslagen' nog niet verloren. Elke avond wordt de president op de staatstelevisie, de enige zender in het land, toegejuicht en volgen er fragmenten van de dappere strijd tegen Iran in de jaren '80 en in de laatste Golfoorlog. In de kelder van het museum Saddam Center in Bagdad staan veertig ontwerpen in gips van oorlogsmonumenten die in alle steden en dorpen moeten verrijzen.

“In sha'allah”, verzuchten de Irakezen als je informeert naar hun leefsituatie. “Zo Allah het wil, mag het embargo nu eindelijk worden opgeheven?” Op straat fluisteren ze, want de geheime diensten zijn alom tegenwoordig. Journalisten mogen niet zonder een gids die in het Engels als minder (oppasser) wordt aangeduid, en duidelijk als censor fungeert, met de bevolking praten. Maar deze opmerkingen vertaalt de oppasser graag, want het regime is wanhopig op zoek naar politieke steun om het embargo opgeheven te krijgen. Saddam kan veel verloren vertrouwen herwinnen als de economie zich snel herstelt. Irak heeft die potentie door zijn olierijkdom en een goede infrastructuur die in de jaren '70 en '80 is opgebouwd. Het land beschikt over moderne wegen, een redelijk spoorwegennet, elektriciteitsvoorziening tot in alle uithoeken en goed opgeleide werknemers.

Maar nu liggen veel fabrieken er verlaten bij. Alleen de bouwsector floreert. Enorme cementfabrieken en tientallen steenfabrieken draaien op volle toeren. Evenals raffinaderijen en elektriciteitscentrales, die zorgen voor benzine en stroom tegen zeer lage prijzen. De tank van een flinke auto kan, omgerekend, voor enkele Nederlandse centen worden gevuld.

Niet bekend

De armoede lokt ook corruptie en criminaliteit uit. Wie een telefoonaansluiting wil, moet de ambtenaar eerst gunstig stemmen met een stapel dinars. Smeergeld is ook vereist voor reparatiewerk aan bovengrondse elektriciteitsdraden die vaak door stormen worden beschadigd. In de strijd tegen de diefstal heeft Saddam per decreet het afhakken van de rechterhand als straf vastgesteld. Het jongste fenomeen op misdaadgebied is het binnendringen door gewapende bendes in woningen die de auto van de familie of andere waardevolle objecten komen stelen.

Vis

Een autorit van Bagdad naar het zuiden kost veel tijd, want op elke vijf à tien kilometer is een wachtpost met politie en militairen ingericht waar alle voertuigen worden gecontroleerd. Voortdurend rijden militairen in kleine legerauto's met machinegeweren in de aanslag heen en weer op jacht naar Iraanse infiltranten die de afgelopen maanden het oostelijke grensgebied zijn binnengedrongen. De soldaten wonen in tenten of armoedige barakken, omgeven door aarden wallen die als verschansing dienst doen. Elk dorp heeft een kleine kazerne met een paar tanks. Hier en daar zie je grote kerkhoven voor tanks en legervoertuigen die tijdens de operatie Desert Storm zijn verwoest.

Verder naar het zuiden proberen vrouwen met glimmende schalen op hun hoofd verse vis aan de man te brengen. Zo komen uit de moeraslanden tegen de grens met Iran en hebben zeker 30 kilometer te voet afgelegd. Vreemdelingen hebben speciale toestemming van de gouverneur van Basra nodig om dat gebied van de Shi'itische moslims te bezoeken, waar veel mensen in drijvende, rieten hutjes wonen. Het is een vrijplaats voor deserteurs, vluchtelingen, Iraakse oppositieleden en Iraanse indringers.

Een ambtenaar in Bagdad legt uit dat de regering een derde van de moerassen heeft laten droogleggen door een dam langs de Tigris aan te leggen, en door inpoldering. “We bouwen er nu centrale dorpen met scholen en kleine ziekenhuizen en proberen er landbouw te ontwikkelen. Maar het gebied wordt nog steeds door vijandige groepen uit Iran bedreigd. Soms steken ze zelfs de dam door.”

Volgens een Westerse diplomaat die de moerassen vaak heeft bezocht is de drooglegging in de eerste plaats bedoeld om het gebied onder controle van Bagdad te brengen en de acties uit Iran af te weren. Hij is het eens met de Nederlandse VN-rapporteur voor de mensenrechten in Irak, oud-minister Max van der Stoel, dat de mensenrechten door Saddam Hussein ernstig worden geschonden. Maar hij relativeert het verband dat wordt gelegd met de drooglegging van het moerasgebied. “Drie jaar geleden zijn duizenden mensen omgekomen bij de strijd van de Iraakse troepen tegen de Shi'itische opstand in het zuiden. Maar de Shi'ieten zijn begonnen, met beestachtige acties tegen tegen Iraakse overheidsfunctionarissen. Ze hebben gemoord en gemarteld, scholen en andere overheidsbezittingen vernield.” Hij schat het aantal mensen dat in de moerassen gedwongen werd om te verhuizen naar centrale dorpen op enige duizenden. “De bevolking verzet zich nog steeds, ook tegen omschakeling naar de landbouw. We zijn vissers en geen boeren, zeiden ze mij.”

Embargo

Basra, het oude handelscentrum in het zuiden, ligt er verpauperd bij. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze stad op last van minister Winston Churchill als eerste door de Britten ingenomen, toen Irak olie voor de Royal Navy moest gaan leveren. Alleen op de grote raffinaderijen in de omgeving van Basra is er werk. De haven aan de Shatt el Arab, de grensrivier met Iran, ligt stil. Ook Um Quassr, een nieuwe haven aan de Golf, is verlaten. Gezonken schepen herinneren aan de Golfoorlog en een olietanker ligt werkeloos te roesten. Tegen de grens met Koeweit wordt de controle door militairen steeds grimmiger. De laatste tien kilometer bestaat uit een bufferzone waar een VN-post elke Irakees in het bezit van een wapen tegenhoudt. Incidenten aan deze kant van de grens komen niet meer voor, zegt de Poolse VN-commandant Leszek Kocik. “Provocaties zouden de Irakezen alleen verder van hun doel afbrengen.”

Twee dagen later, op de Islamitische rustdag Algumaea, schallen luidsprekers van de kleurrijke minaretten over de Iraakse dorpen en steden. In Mosul, 500 kilometer ten noorden van Bagdad, is de grote moskee van de profeet Unis (een van de eerste volgelingen van Mohammed) stampvol. “De Amerikanen en de Britten willen ons volk met hun embargo vernietigen”, zegt de Soennitische Imam (priester) met de linkerhand op de Koran. Godzijdank roept hij ook meteen “alle volkeren” op tot vrede. “Dat moet je letterlijk nemen”, legt de oppasser desgevraagd uit. Het geldt voor Israel, het hele Arabische schiereiland, maar ook voor Iran en het Westen, inclusief de vijanden in Washington en Londen.

Verbaasd reageert hij op de vraag of Iraakse Imams in augustus 1990 niet geprotesteerd hebben tegen de invasie van Koeweit. Was het leed dat de zuiderburen toen is aangedaan te rechtvaardigen voor wie strikt volgens de Koran leeft? “Ik heb nooit een protest van de geestelijkheid gehoord, iedereen applaudisseerde toen voor Saddam Hussein.”

De oppasser biedt dagelijks aan een bezoek aan een ziekenhuis te organiseren, om de ramp die het embargo daar teweegbrengt waar te nemen. Terugkerend van Mosul lukt het om onaangekondigd bij het Academisch ziekenhuis in Bagdad binnen te gaan. Volgens UNICEF sterven er nu per maand gemiddeld meer dan 4000 Iraakse kinderen onder de leeftijd van vijf jaar (39 procent van alle sterfgevallen) en dit “veel te hoge” aantal stijgt nog steeds. Dr. Raafat Al-Aswael van de zuigelingenafdeling beschikt met 50 patiëntjes waarvan 10 in kritieke conditie, slechts over één couveuse. Het acht dagen oude meisje Alinaif uit een dorpje ten noorden van Bagdad kan waarschijnlijk alleen in de couveuse gered worden, maar die is al bezet. Alinaif liep vóór haar geboorte al een tetanusinfectie op, van haar moeder die ondervoed is. “We hebben een groot tekort aan antibiotica, speciale medicijnen tegen longontsteking, astma en bronchitis, infuusvloeistoffen en apparatuur. Ambulances zijn er in deze stad ook veel te weinig”, zegt Al-Aswael.

“Bush is criminal”, staat er op de vloer achter de ingang van het Al-Rasheed hotel in Bagdad, onder een foeilelijk portret in tegelmozaïek van de vroegere Amerikaanse president. Op 17 januari 1993, bijna twee jaar na Desert Storm, kwamen enkele medewerkers van het hotel om toen in deze hal een Amerikaanse Tomahawk-kruisraket ontplofte. De VS beschoten die dag met 40 Tomahawks vanaf een oorlogsschip in de Golf een fabriek bij Bagdad, omdat Irak bleef weigeren inspecteurs van de Verenigde Naties vrije toegang te verlenen tot al zijn nucleaire installaties. Volgens het Agentschap voor atoomenergie van de VN werden in deze fabriek onderdelen voor elektromagnetische verrijking van uranium gemaakt. Nooit is achterhaald of de raket die Al-Rasheed trof was verdwaald, of door de Irakezen van zijn baan afgeleid zoals door Amerikaanse experts wel is gesuggereerd.

In hetzelfde Al-Rasheed werd begin vorige week een olieconferentie gehouden. “Welkom in Bagdad, de stad van vrede, goedheid en liefde”, sprak minister Safa Hadi Jawad de gasten toe. Niemand van de ruim honderd vertegenwoordigers van Westerse, Oosteuropese en Aziatische ondernemingen verbaasde zich over die woorden. De oorlog was een hel, de vrede moet zorgen voor orders om alles op te knappen, stelden ze nuchter vast. Alleen al in de oliesector, die Saddam Hussein weer aan geld moet helpen, is 30 miljard dollar te verdienen zodra president Clinton het groene licht geeft.