De bagagedrager van Melkert

Nederland heeft een 'bagagedrager-economie'. Het Centraal Economisch Plan dat het Centraal Planbureau volgende week officieel publiceert, bewijst weer eens hoe afhankelijk de kleine open economie is van de economische ontwikkeling in het buitenland.

De wereldeconomie ontwikkelt zich boven verwachting. Het is dus niet verrassend dat ook de Nederlandse economie een belangrijke versnelling van de groei laat zien. Het bruto binnenlands produkt stijgt dit jaar met 3,3 procent en dat is bijna een vol procentpunt meer dan vorig jaar. Evenals in andere Europese landen nemen de investeringen dit jaar de leidende rol van de uitvoer over. Maar in tegenstelling tot andere landen blijft de consumptie hier relatief achter. Dit wordt met name veroorzaakt door de geringe reële inkomensgroei. Voor volgend jaar voorspelt het planbureau een groei van 2,8 procent.

Het economisch herstel leidt niet direct tot meer werkgelegenheid. Eerst wordt de groei opgevangen door het aanwezige personeel, en pas later worden extra arbeidskrachten aangetrokken, eerst uitzendkrachten en daarna ook vast personeel. De economische opleving ging vorig jaar gepaard met een stagnerende werkgelegenheid, toen het aantal banen, uitgedrukt in arbeidsjaren, afnam met 10.000. Voor 1995 en 1996 verwacht het CPB een groei van de werkgelegenheid van respectievelijk 64.000 en 78.000. Als gevolg van het toenemende aantal deeltijdbanen is de jaarlijkse stijging van de werkgelegenheid in personen groter dan de werkgelegenheid in arbeidsjaren. In 1995 en 1996 stijgt het aantal mensen met een baan (meer dan 12 uur per week) met respectievelijk 85.000 en 101.000.

En ondanks de toename van de werkgelegenheid blijft de werkloosheid op een niveau van circa 550.000 personen. Bij de behandeling van de begroting van sociale zaken en werkgelegenheid in de Eerste Kamer toonde minister Melkert zich deze week verontrust over deze ontwikkeling. Bijna euforisch constateerde de PvdA-minister dat de arbeidsinkomensquote volgend jaar daalt naar 81,5 procent van het nationaal inkomen, die daarmee in drie jaar tijd 5 procentpunten is gedaald. Deze indicator impliceert dat de winstgevendheid van ondernemers is gestegen.

Maar in mineur meldde Melkert dat “het getal van de werkloze beroepsbevolking niet in beweging is te krijgen”. Het aantal werkloosheidsuitkeringen neemt volgend jaar met 10.000 af tot 735.000. “Dat is veel te weinig.”

De werkloosheid blijft bij de groei van de werkgelegenheid stabiel, omdat de beroepsbevolking in 1995 en 1996 met circa 95.000 personen per jaar groei. De bijdrage van de demografische ontwikkeling is ongeveer 35.000 en bijna 25.000 komen voor rekening van de trendmatige stijging van de arbeidsdeelname. Het CPB constateert ook dat beleidsmaatregelen “in toenemende mate een rol spelen bij de groei van de beroepsbevolking”. Het terugdringen van de arbeidsongeschiktheid via strengere (her)keuringen leidt tot extra aanbod op de arbeidsmarkt. Met andere woorden, de verborgen werkloosheid in de WAO wordt teruggedrongen.

Tegenover de senatoren toonde Melkert zich met name bezorgd over de langdurige werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Niet iedereen profiteert immers van de groei van de werkgelegenheid. Het aantal werkenden met een middelbare en hogere opleiding is de laatste vijftien jaar fors gestegen, ook in tijden van recessie.

Bij lager opgeleiden is sprake van een daling en met name voor de mensen die alleen lager onderwijs hebben gehad; die ontwikkeling kwam tijdens de recessie scherp naar voren. In de herstelperiode gedurende de tweede helft van de jaren tachtig was het aantal banen van lager opgeleiden ongeveer stabiel; voor deze groep zou men kunnen spreken van een baanloze groei.

Het CPB constateert dat de vraag naar deze arbeid achterblijft, doordat het loon dat bij deze banen hoort steeds verder uitstijgt boven de arbeidsproduktiviteit. Door de toenemende internationale concurrentie zal de positie van de laaggeschoolden verder onder druk komen te staan. De technologische ontwikkeling fungeert daarbij als katalysator, omdat deze ontwikkeling volgens het CPB de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt niet lijkt te bevorderen.

Minister Melkert wil daarom dat een belangrijk deel van de geplande lastenverlichting voor 1996 bij de laagstbetaalden terechtkomt, omdat hun kansen om mee te liften met het economisch herstel gering zijn. De bagagedrager van Melkert.