'Dat we met dit elftal de halve finale hebben bereikt, is een sensatie'

Een begenadigd voetballer was hij, FRANZ BECKENBAUER (49). Of hij een begenadigd voorzitter is, moet nog blijken. Sinds november 1994 hanteert hij de hamer in de bestuurskamer van FC Bayern München. Maar de trots van Beieren keert binnen een jaar terug aan de internationale top, dat weet de voorzitter zeker.

Ronkend glijdt een sportwagen van het merk Mitsubishi het Bayern München Zentrum binnen. Ronkend komt hij tot stilstand, ronkend blaast hij zijn laatste adem uit. Dan stapt een rijzige, slanke man uit. Statig, met ferme stappen loopt hij het hoofdkantoor van de club binnen. Franz Beckenbauer, onmiskenbaar een man die niet onopvallend voorbij gaat.

Onberispelijk gekleed in lichtbruin colbert en daaronder een lichtblauw overhemd, die worden gescheiden door een stropdas met een motief van gele en rode ruitjes. Krullend, kortgeknipt licht grijzend haar boven een gebruind gezicht. Vriendelijk, doorgaans een lach op zijn gezicht, soms streng, maar altijd in evenwicht. Zoals hij als de keizerlijke libero het Duitse elftal naar de wereldtitel stuurde, zoals hij als de keizerlijke Teamchef het Duitse elftal wéér naar de wereldtitel stuurde. Een trotse man met een bijna onovertroffen staat van dienst.

Met die bijna onverstoorbare vriendelijkheid sabelt hij regelmatig de prestaties van FC Bayern München neer. De voorzitter van de Duitse kampioen heeft er geen moeite mee als co-commentator van de commerciele tv-zenders RTL en Première, en als columnist van Bild de spelers van zijn club fel te bekritiseren. Terwijl de Bayern-spelers zich in het kader van de Champions League in het Olympia-Stadion van München of ergens in den vreemde uitsloven, zit de Klubpräsident in de tv-studio van RTL in München en geeft hij zijn werknemers ervan langs. Een 'schizofrene voorzitter' waagde de Süddeutsche Zeitung Beckenbauer te noemen.

Het is volgens Beckenbauer de enige bemoeienis die hij heeft met de sportieve ontwikkelingen van Bayern München. Als voorzitter dien je je niet met de opstelling en de tactiek van het elftal te bemoeien, meent hij. “Ik ben lang genoeg trainer geweest. Bij mij had niemand invloed op mijn werk. Ik zal onze trainer Trapattoni nooit mijn wil opleggen.”

Toch geeft hij in de media waaraan hij contractueel is verbonden kritiek. Maar daar was ook alle reden toe, vindt Beckenbauer. “Het was af en toe zo verschrikkelijk slecht. Wanneer tien miljoen mensen op de televisie zien dat Bayern een slechte wedstrijd speelt, moet ik dan zeggen dat het een goede wedstrijd was?”

Hij geeft toe dat het wel een onbevredigende situatie is. Maar hij staat nu eenmaal onder contract bij de tv-zenders. En toen hij die overeenkomst een jaar geleden aanging, wist hij niet dat hij in november 1994 voorzitter van Bayern zou worden. “Het is geen goede positie waarin ik verkeer. Maar moet ik dan het contract verbreken? Ik kan het echt wel scheiden. Alleen een paar journalisten heeft er problemen mee. Vooral omdat ik niet aanwezig ben als Bayern in Gothenburg of straks in Amsterdam speelt, en ik in de studio in München zit. Maar volgend jaar is het voorbij. Dan speelt Bayern zeker niet in de Champions League en kan ik op woensdag Borussia Dortmund of Werder Bremen in de Champions League becommentarieren.”

Beckenbauer zegt het allemaal met een overweldigende vriendelijkheid. Wie zou der Kaiser iets durven verwijten? Hij heeft overal een plausibele verklaring voor. In eerdere interviews met Duitse bladen had hij al toegegeven dat hem de gang naar het Olympia Stadion de laatste maanden zwaar valt. Liever voor Première het topduel Kaiserslautern-Dortmund becommentariëren dan in München het gehannes van Bayern te moeten aanschouwen. We herkennen hem weer als de altijd mopperende libero, de perfectionist, wanneer hij het spel van het Beierse elftal ter discussie stelt. “Dat we met dit elftal, zonder Matthäus, Papin en Sutter, de halve finale van de Champions League hebben bereikt is het maximum, dat is een sensatie. Zesde in de Bundesliga is de normale situatie. Dat andere is toeval.”

Nee, verwacht van Beckenbauer niet dat hij met het oog op de komende confrontaties met Ajax Bayern in een onderliggende positie duwt. “Het elftal is niet slecht, maar ze spelen slecht. Vorige week speelden zeven jongens van 20 en 21 jaar mee, die vorig jaar nog bij de amateurs van Bayern speelden.” Wanneer alleen al Matthäus zou meedoen, meent Beckenbauer, zou Bayern er beter voor staan. Dan zou Bayern met Werder en Borussia om de titel hebben kunnen strijden. “Lothar Matthäus is de ziel van het elftal, der Kopf der Mannschaft. Zonder hem was Bayern vorig jaar geen Duits kampioen geworden.” Zonder Beckenbauer als trainer ook niet? “Dat weet je niet. Ik heb geluk gehad.”

Bayern is een club met een onmiskenbaar grote uitstraling. De totale sportvereniging werkt met een begroting van 100 miljoen Mark. De accommodatie van het Bayern Zentrum is indrukwekkend met de modernste apparatuur, de organisatie is professioneel en de service aan supporters en media heeft de allure die men alleen bij internationale topclubs als AC Milan, Internazionale, Juventus, Barcelona, Real Madrid en Manchester United aantreft. De club telt bijna 40.000 leden. Voetballers uit heel Duitsland voelen zich aangetrokken tot Bayern, waar helden van weleer de dienst uitmaken: voorzitter is Franz Beckenbauer, een van de vier vice-voorzitters is Karl-Heinz Rummenigge, manager is Uli Hoeness, keeperstrainer is Sepp Maier en jeugdtrainer is Gerd Müller.

Alleen de jeugdopleiding laat te wensen over, beseft Beckenbauer. Hij heeft geen moeite een vergelijking te maken met Ajax, vriendelijk als hij is voor het bezoek uit Nederland. “De methode van Ajax is zeker uniek in Europa. Zover zijn we nog niet. Hoewel we in onze jeugd- en amateurafdelingen al heel veel verbeterd hebben. Dat zie je ook op het veld terug met spelers als Frey, Zickler, Nerlinger, Ziege en Hamann. We hebben voor de amateurs nu Hermann Gerland, een ex-Bundesligatrainer aangetrokken, Gerd Müller is jeugdtrainer en na dit seizoen stellen we een jeugdcoördinator aan. We zijn bezig een professioneel geleide opleiding op te bouwen. We hebben met Jan Wouters gesproken, omdat we weten dat hij de Ajax-school kent. Hij kan na zijn voetbalcarrière hier terugkeren, tenminste wanneer hij terug naar München wil.”

Jorginho was een Braziliaan, evenals Mazinho, Valencia was een Colombiaan, Wouters een Nederlander. Ze zijn vertrokken. Maar nu: Kostadinov is een Bulgaar, Papin een Fransman, Sutter een Zwitser, Duffour een Ghanees. Het aankoopbeleid is nogal opportunistisch. Beckenbauer verwijst naar de financiële positie van de club, die minder rooskleurig is door de opkomst van Borussia Dortmund, Werder Bremen, Karlsruhe, Bayer Leverkusen. “We zijn drie jaar lang in de Europese toernooien in een vroeg stadium uitgeschakeld, waar andere Bundesligaclubs heel lang in het toernooi bleven. Dat merk je aan de inkomsten. Nu zijn we kampioen geworden en staan we in de Champions League in de halve finale. Nu kunnen we weer spelers kopen als Sforza, Herzog, Strunz en nog een aanvaller.”

Maar waarom toch telkens weer die buitenlanders, zoals de Zwitser Sforza, de Oostenrijker Herzog en misschien wel de Bulgaar Stoitsjkov? Beckenbauer heft zijn handen ten hemel en lacht. “Er zijn toch geen Van Bastens meer. Klinsmann speelt bij Tottenham Hotspur, maar is al vrij oud. Kirsten heeft nog een contract bij Bayer Leverkusen, die is te duur. Wat loopt er nou rond aan aanvallers in de Bundesliga? Bijna allemaal buitenlanders toch.”

Kom niet aan de Bundesliga bij Beckenbauer. Want laten we duidelijk zijn, de Bundesliga is een sterke competitie. “Zeker in vergelijking met de Nederlandse. In Nederland zijn het altijd dezelfde clubs en nu dan even... ja, Kerkrade. In de Bundesliga is veel meer evenwicht tussen de achttien clubs. In de Bundesliga ontbreekt de absolute topclub, zoals Bayern in de jaren zeventig en HSV in de jaren tachtig en Ajax nu in Nederland.”

Die toppositie wil Bayern weer innemen. Daarom heeft de club Otto Reh hagel als trainer voor het volgende seizoen aangetrokken. “Als we met het elftal wat we nu hebben al tot de beste vier van Europa kunnen doordringen, moeten we volgend jaar inclusief de nieuwe spelers en Matthäus, Papin en Sutter de finale van de Champions League kunnen halen.”

Dat Bayern niet tot de gewenste prestaties komt, mag voor een belangrijk deel ook op het conto van trainer Giovanni Trapattoni geschreven worden. Dat kan Beckenbauer beamen. Trapattoni, wiens bijnaam in Italië door zijn uiterlijk il tedesco (de Duitser) is, werd ooit door Beckenbauer “de beste voetbaltrainer ter wereld” genoemd. En die kwalificatie zal hij niet terugnemen. Wie zoveel succes als Trapattoni met Milan, Inter en Juventus heeft geboekt, is een toptrainer. Toen de Italiaan interesse had om afgelopen zomer de opvolger van Beckenbauer te worden, zei Matthäus die hem kende van zijn Inter-periode, tegen het Bayern-bestuur dan ook: “Als je die kunt krijgen, moet je het doen.”

“In Duitsland hebben we geen grote trainers meer”, begint Beckenbauer zijn verklaring. “Geen Happel, Zebec, Lattek en Weisweiler. Alleen Rehhagel. Maar die wilde eerst maar niet. We hebben ook gedacht aan Van Gaal, ja. Maar toen kwam Trapattoni. We waren zeer verrast dat hij naar Duitsland wilde komen: ander land, andere cultuur, andere taal. We hebben het taalprobleem een beetje onderschat.”

Bayern had Trapattoni nodig van zijn tactisch inzicht, verklaart Beckenbauer. “Hij kon de Duitsers leren hoe te bewegen in de kleine ruimte, hoe de buitenkant te benutten als je naar voren wilt spelen. Maar om spelers iets totaal nieuws aan te leren, moet je veel praten en aanwijzingen geven. Matthäus vertaalde wel veel, maar dat is natuurlijk wel via een omweg.” De methode sprak niet aan. Trainingen die vier in plaats van twee uur duurden, waren de Duitsers niet gewend. Na een half jaar besloot 'Trap' naar huis terug te keren. “Net nu hij Duits begint te spreken en zich thuis voelt, gaat hij weg. Maar hij gaat wegens familie-omstandigheden. Dan kun je hem niet tegenhouden.”

Bayern zal zich een moderne stijl van voetbal eigen moeten maken, meent Beckenbauer. Hij verwijst naar de ontwikkeling die het spel heeft doorgemaakt sinds hij in de jaren zeventig, begin jaren tachtig het spel vanuit de achterhoede dicteerde. “Er wordt meer pressing gespeeld, dat is gekomen door de Nederlanders, maar vooral door Ernst Happel. In Duitsland is er veel ruimte. Een beetje zoals in onze tijd. Ik had de tijd om de bal aan te nemen, om me heen kijken naar een vrijstaande man om dan in alle rust een prachtige pass over veertig meter te geven. Tegenwoordig kan dat niet meer. Bij balbezit word je onder druk gezet door drie, vier spelers. Daarom zegt men ook, en misschien terecht, dat er vroeger beter en mooier werd gevoetbald. In de kleine ruimte spelen, dat moeten Duitsers nog leren. Bij ons in Duitsland hebben ze geen vleugelspelers meer, spelers die kunnen dribbelen. Ons spel is zeer statisch geworden. Maar het komt terug. Als je maar goede spelers en vooral goede trainers hebt.”

Over voetbal praat hij met hartstocht, over besturen zakelijk. Hij is zeker begaan met de ontwikkeling van het voetbal. “Bayern is een onderneming geworden, maar het elftal, het voetbal moet het belangrijkste blijven.” Hij ziet geen heil in een Europese competitie, een elitevorming. “Neem Ajax uit de Nederlandse competitie en de Nederlandse competitie is niet interessant meer. Neem Dortmund, Bremen en Bayern uit de Bundesliga en de Bundesliga is niet meer boeiend. Altijd moet er een nationale competitie zijn met de sterkste clubs.”

De Champions League is volgens hem een formule die wel voldoet, een soort middenweg. Maar in die vorm worden de rijken toch ook steeds rijker en de armen steeds armer? “Ja, maar in Duitsland is daarvoor een oplossing gevonden in de vorm van een solidariteitstoeslag. Totnutoe ging twintig procent van onze tv-opbrengsten uit de Champions League in een Bundesliga-pool. Ook die van de UEFA Cup- en van de Europa Cup 2-deelnemers. De rest werd verdeeld onder de andere Bundesligaclubs. Afgelopen zondag is dat veranderd: zestig procent naar de deelnemers en veertig naar de andere clubs. Daarmee voorkom je dat de afstand tussen de grote en de kleine clubs te groot wordt. Anders kunnen de rijke clubs alle spelers van de kleine spelers wegkopen. De formule kost ons veel geld. Maar het komt wel ten goede aan de Bundesliga. Daardoor wordt de kracht van de Bundesliga in stand gehouden.”

Hij praat als een voorzitter met een voetbalhart. Gelukkig maar. Eigenlijk was het ook toeval dat hij voorzitter werd. Op aandringen van de Beierse minister-president Stoiber, lid van de raad van commissarissen van Bayern, werd Beckenbauer voor de komende drie jaar aangesteld. Er dreigde een scheiding der geesten in het Beierse voetballandschap toen voorzitter Scherer in vice-voorzitter Rummenigge een geduchte concurrent bleek te hebben. Er dreigde zelfs een ware media-oorlog tussen de kandidaten, met als mogelijk gevolg een vertroebelde sfeer in de club en zijn aanhang wanneer de 'verkeerde' man voorzitter was geworden.

“Ik ambieer geen functies”, zegt Beckenbauer. “Ze hebben me altijd gevraagd. Eerst als aanvoerder, toen als Teamchef, toen weer als trainer van Bayern, vervolgens als voorzitter. Sommigen willen me als voorzitter van de voetbalbond. Havelange zou me hebben voorgedragen als zijn opvolger bij de FIFA. Ach, ik denk niet aan morgen, zeker niet overmorgen. Ik denk aan het nu, aan het zijn, zoals ik nu ben, zoals FC Bayern nu is. Dat is voor mij het belangrijkste. Zo'n houding is me totnutoe goed bevallen.”

Zoveel vriendelijkheid, zoveel ogenschijnlijk geluk samengebald in één persoon, dat kan niet waar zijn. Waar is de echte emotie van een zo gedreven man? Wie als een keizer wordt geleefd, moet toch keizerlijke ambities hebben gehad. Dan toch eindelijk even de weemoed. Wanneer hij terugkijkt op zijn mooiste moment. “Nee, niet in 1974 toen we wereldkampioen werden. Wel in 1990, toen we wereldkampioen werden. Nog wel in Italië, een droomland voor voetballers. Ik heb er nooit kunnen voetballen, omdat tijdens mijn actieve periode de grenzen voor buitenlandse voeballers gesloten waren. Helaas. Maar misschien is het zo beter geweest. Het beste is: men blijft in het land en voedt zich verstandig. Ik woon in Kitzbuhel, weliswaar in Oostenrijk, maar eigenlijk in Duitsland. Wat wens ik me meer in het leven?”

Wanneer Beckenbauer het kantoor verlaat, verkiest hij een omweg. Bij de hoofdingang staan supporters in een lange rij voor een kaartje voor de wedstrijd Bayern-Ajax. Die wenst hij te omzeilen. Een keizer gaat door de achterdeur. Al is het om niet altijd vriendelijk te hoeven zijn.