Advocaat hoopt dat er in Monaco naar De Bruin zal worden geluisterd

MONACO, 1 APRIL. Erik de Bruin heeft schriftelijk laten vastleggen dat hij geen partij is bij de behandeling van zijn dopingzaak door de arbitragecommissie van de internationale atletiekfederatie IAAF. “De tuchtcommissie van de KNAU heeft me vrijgesproken. Daarmee is voor mij de zaak afgesloten. Het is nu een kwestie tussen de atletiekunie en de internationale federatie”, zei de discuswerper bij aankomst in Monaco, waar vandaag de behandeling van zijn zaak is.

De Bruin werd op 1 augustus 1993 na een controle in Keulen door de IAAF schuldig bevonden aan doping, maar later vrijgesproken door de tuchtcommissie van de KNAU. Hij is ernstig teleurgesteld in de houding van zijn bond, die weigert achter de atleet en de tuchtcommissie te gaan staan. Volgens directeur Arie Kauffman, die namens de atletiekunie in Monaco aanwezig is, zal de bond zich neutraal opstellen. “De tuchtcommissie is een onafhankelijk instituut. We accepteren dat de IAAF het niet met die uitspraak eens is en we zullen de uitspraak van de arbiters ook accepteren. Bovendien weigert De Bruin volledig openheid van zaken te geven. Dat is zijn goed recht, maar dan kan hij niet van ons verwachten dat we hem verdedigen.”

De Bruins advocaat mr. W. Veldstra spreekt van een “informele vorm” van rechtspraak door de arbiters. Hij kondigt aan de hele gang van zaken rondom deze arbitrage aan de orde te zullen stellen tijdens de behandeling. “Er is weinig geregeld en ik verwacht dat wij veel kunnen inbrengen. Ik hoop vooral dat er goed naar Erik geluisterd wordt, want daar heeft het in Nederland nogal aan ontbroken.”

De Bruin zei dat hij pas na een eventueel negatieve uitspraak zal bezien of hij verder zal procederen. Van een afspraak dat alle partijen zich bij voorbaat neerleggen bij de uitspraak van de arbiters is volgens Veldstra geen sprake. De Bruin benadrukte nog eens dat er in ieder geval een schadeclaim zal komen tegen de KNAU, omdat de bond hem terugtrok van de wereldkampioenschappen in augustus 1993.

De Bruin zal zich in Monaco vooral beroepen op deskundigen die voor de Nederlandse tuchtcommissie de wetenschappelijke waarde en betrouwbaarheid van het dopingonderzoek door prof. M. Donike hebben bekritiseerd. Prof. dr. J. van Rossum en dr. D. de Boer hebben daarbij betoogd dat het aangetroffen testosteron-gehalte geen sluitend bewijs is voor doping en dat de gebruikte apparatuur voor de meting van het hormoon HCG in de urine niet voor dat doel geschikt is. De IAAF heeft Donike opgeroepen als getuige. De federatie maakte eerder duidelijk dat ze weigert te accepteren dat de gebruikte testmethoden niet deugen, omdat daarmee de basis onder vrijwel alle dopingonderzoek zou wegvallen.

De Keniaanse atleet William Tanui heeft door vormfouten bij een dopingtest een schorsing van vier jaar ontlopen. De olympisch kampioen op de 800 meter werd in september 1993 bij internationale atletiekwedstrijden in New Dehli betrapt op gebruik van het verboden middel norephedrine. Door een menselijke fout kreeg de Keniaan geen automatische schorsing opgelegd. Bovendien is het positieve resultaat nooit in de publiciteit gebracht. De IAAF heeft slechts de Kenyaanse Atletiekfederatie verzocht de uitkomst van de dopingtest in de boeken op te nemen. Als Tanui opnieuw in de fout gaat, wordt hij voor vier jaar uitgesloten van de deelname aan wedstrijden. (ANP)