Het nieuws van zaterdag 1 april 1995

Poolse houdgreep

Met een enorme voorsprong op de rest van het veld hebben Kryzstof Lasocki en Piotr Gawrys afgelopen zondag de Europese titel bridge bij het open paren gewonnen. Geen verrassing, want mondiaal gezien vormen zij een van de meest succesvolle partnerships van de jaren negentig. De twee Poolse bridge professionals hielden de concurrentie een week lang in de houdgreep. De vierhonderd andere deelnemers restte slechts zwoegen en zweten in de catacomben van een deprimerend groot en grijs hotel aan de rand van Rome. Verse luchttoevoer was mondjesmaat. De atmosfeer stond bol van de tabaksrook. Een regelrechte ramp voor heel wat spelers, die bij soortgelijke kampioenschappen in Angelsaksische landen betere bescherming genoten. Maar ja, wat moet je als een sigarettenconcern de zaak zwaar sponsort? Bovendien, een prijzengeld van 175.000 gulden is, zeker voor bridgebegrippen, lang niet misselijk. Sommigen werd het wel eens even te veel. Voor de Fransman Gautret bijvoorbeeld die nog in de race lag voor de tweede of derde plaats. Op de laatste dag beging hij de blunder van zijn leven door een spel volkomen verkeerd af te spelen (zie diagram). Op dit niveau bijna ondenkbaar. Onmiddellijk nadat hij zich realiseerde wat hij had gedaan barstte hij in snikken uit. Zijn Nederlandse tegenstander, Jan Jansma, schoot de uit het lood geslagen Fransman te hulp en bood aan om de punten op het volgend spel te delen. Reglementair gezien volstrekt ontoelaatbaar, maar wel zeer sportief van Jansma. Gautret pakte de draad weer op en eindigde nog netjes als vierde.

De verbeelding in plastic van onze nationale deugd

Weer voerde ik met succes het nummertje voor buitenlandse bezoekers op. Mijn Duisburgse studenten, die een dagje in Nijmegen waren, reageerden ongelovig toen ik uit de keukenla een steelvormig voorwerp haalde en veronderstelde dat zij het met al hun scherpzinnigheid niet zouden kunnen thuisbrengen. Dat was een serieuze uitdaging van het intellect van de aankomende academici. Het object ging van hand tot hand. Peinzend nam de ene Kommilitone na de andere het buigzame sikkeltje aan het uiteinde tussen duim en wijsvinger: dat moest de clou zijn, maar wat deed je met zo'n halve maantje van plastic? In mimiek werden allerlei hypothesen opgevoerd: was het een instrumentje om de rug te krabben? Daarvoor was het wel wat klein uitgevallen. Anderzijds leek het als oorpeuteraar disfunctioneel groot. Trouwens, bij nader inzien was het onwaarschijnlijk dat hulpmiddelen voor de intieme hygiëne bij het eetgerei werden bewaard. Je kon bij de Nederlanders met hun smerige slachthuizen en hondemest op straat wel het een en ander verwachten, maar zoiets onbetamelijks schreef men ons toch ook weer niet toe. Ook mijn gebarentaal en sturende vragen vermochten hen niet op het juiste spoor te brengen. Tenslotte opperde iemand wanhopig dat het werktuigje ervoor diende om de binnenwanden van buizen schoon te schrapen. Die student was warm, maar ook hij kon geen reden bedenken waarom men sanitaire hulpmiddelen bij het bestek zou bewaren. Toen het gezelschap het raadspel begon op te geven, gaf ik de waarheid prijs: 'Dies ist ein authentischer Flaschenlecker'. Mijn onthulling bracht een vrolijke Aha-Erlebnis teweeg. Die 'kluge' Hollanders toch. Inderdaad, aleen zij konden dit instrument van schraapzucht hebben uitgevonden.