Slecht resultaat met nieuwe behandeling van maagkanker

Het resultaat van de chirurgische behandeling van patiënten met maagkanker is over het algemeen teleurstellend. In Nederland is vijf jaar na de operatie nog slechts tien à twintig procent in leven. Opvallend is dat Japanse chirurgen een veel gunstiger vijf-jaarsoverleving behalen: rond 40%. De verklaring hiervoor zou zijn dat de Japanse chirurgen naast de maag ook de lymfeklieren tot op grote afstand verwijderen en zelfs de milt en een deel van de alvleesklier (de zogenoemde D2-dissectie). In Nederland worden over het algemeen alleen de lymfeklieren direkt om de maag verwijderd (D1-dissectie). De Leidse hoogleraar dr. C.J.H. van de Velde heeft in 1989 een landelijk onderzoek opgezet naar deze Japanse techniek: kan daarmee de prognose van maagkanker ook in Nederland worden verbeterd? In The Lancet van 25 maart worden nu de eerste resultaten beschreven. Weliswaar is het voor een evaluatie van de resultaten op de lange termijn nog te vroeg, maar de sterfte en de complicaties in de periode vlak na de operatie zijn bij de ingrijpende D2-dissectie in ieder geval niet bepaald bemoedigend.

Het betrof 711 patiënten met maagkanker. Bij 380 van hen werden overeenkomstig de gebruikelijke techniek (D1-dissectie) alleen de plaatselijke lymfeklieren verwijderd. Bij de overige 331 patiënten werd de veel uitgebreidere Japanse D2-dissectie toegepast. De D2-dissectie bleek in de eerste maand na de operatie in een duidelijk hogere sterfte te resulteren en ook meer complicaties op te leveren; er stierven ruim twee keer zo veel patiënten (32 tegen 15 sterfgevallen) en er kwamen ook bijna dubbel zoveel complicaties voor (142 tegen 94). Het ging daarbij vooral om ontstekingen van de operatiewond, infecties in de buikholte en lekken in de naad tussen de slokdarm en de darm. Bovendien verbleven de patiënten na een D2-dissectie ook nog gemiddeld een week langer in het ziekenhuis dan na een D1-dissectie (25 tegen 18 dagen).

Niet bekend