2 miljard gulden in 1994; Aantal gevallen van fraude met geld EU stijgt

BRUSSEL, 30 MAART. In de Europese Unie zijn in 1994 aanzienlijk meer gevallen van fraude met gemeenschapsmiddelen aan het licht gekomen dan in voorgaande jaren. Volgens het jaarrapport van de Europese Commissie, dat gisteren openbaar is gemaakt, gaat het om ruim twee miljard gulden.

Het bedrag staat gelijk aan 1,2 procent van het totale budget van 165 miljard gulden van de Unie van vorig jaar. De lidstaten en de Commissie spoorden vorig jaar ruim 4200 onregelmatigheden op, tegen 2500 in het jaar daarvoor. Het merendeel van de fraudegevallen is terug te voeren op gesjoemel met landbouwfondsen en met douaneheffingen en accijnzen, de zogenoemde traditionele eigen middelen.

Eurocommissaris Anita Gradin van justitie schrijft de toename van het aantal opgespoorde fraudegevallen toe aan de nieuwe, hardere aanpak die de Commissie vorig jaar heeft ingezet. Ook de lidstaten hebben er volgens Gradin meer aandacht voor. Zij betreurt het echter dat de lidstaten maar een klein deel van het geld van fraudeurs terugvorderen. Slechts vier procent van het bedrag dat de afgelopen vier jaar in verband kon worden gebracht met Europese fraude, is tot nu toe teruggehaald. “Zorgwekkend”, aldus de Eurocommissaris die vindt dat de lidstaten en niet de Commissie verantwoordelijk is voor het opsporen van fraude.

Volgens Gradin moet de strijd tegen fraude verder worden opgevoerd. Via het nieuwe fraudeprogramma zijn grensoverschrijdende gevallen van oplichting aan het licht gekomen, die te maken hebben met de georganiseerde misdaad. Wegens het grote verschil in wetgeving in de lidstaten zijn deze organisaties in staat 'à la carte' te kiezen in welk land het best een frauduleuze activiteit ontwikkeld kan worden. Het is volgens Gradin zaak dat een gemeenschappelijke definitie wordt opgesteld van fraude met gemeenschapsgelden en dat de lidstaten hun wetgeving en de strafmaat op elkaar afstemmen.

Ook wil Gradin de Europese regelgeving vereenvoudigen en minder gevoelig maken voor misbruik. Tevens wil de Commissie meer mogelijkheden krijgen om lidstaten die te laks zijn bij de controle te straffen. Gradin denkt daarbij onder andere aan bevriezing van de uitkering van subsidiegelden en aan het opleggen van boetes.

In het jaarrapport 'De strijd tegen fraude' valt op dat in Nederland fraude met douaneheffingen en accijnzen een scherpe stijging te zien geeft in de periode van 1991 tot 1993. In het eerste jaar bedroeg het 820.000 gulden. Twee jaar later was dat opgelopen tot ruim 12 miljoen gulden. In totaal is er in Nederland, al dan niet in samenwerking met de Commissie, tussen 1991 en de eerste helft van 1994 voor 20 miljoen gulden aan fraude op dit terrein geconstateerd. Op het gebied van misbruik van landbouwfondsen is in dezelfde periode in Nederland voor bijna 47 miljoen gulden aan fraudegevallen opgespoord. Bijna de helft daarvan is teruggevorderd. (ANP)