Verdedigend groeien

Als de VVD een andere politieke leider zou hebben, had die partij ook gewonnen. Dat is een strekking van het onderzoek door dr. R. Andeweg, gepubliceerd in de Volkskrant van zaterdag. Het onderzoek zelf zal weldra verschijnen als onderdeel van het boek De Nederlandse kiezer 1994, onder redactie van J.van Holsteyn en B. Niemöller. De oorzaak van de liberale winst ligt in de groei van de 'natuurlijke achterban'. Met andere woorden: welke politieke wijsheid de liberalen ook ten beste geven, ze moeten het wel bont maken als ze daarbij hun geluk verspelen.

Tot ongeveer dezelfde conclusie is drs. M. Visser twee jaar geleden gekomen. De winst van de VVD, meende hij toen, was niet tot stand gekomen doordat deze partij met succes had ingebroken bij de andere grote partijen. “Haar natuurlijke kiezerssegment, de seculiere midden- en hogere klassen, is gegroeid”, zo vat Mark Kranenburg in deze krant (25 maart) dit onderzoek samen. Deze analyse klopt niet meer, schrijft Kranenburg, “want juist in de onderste inkomensregionen heeft de VVD meer vaste voet gekregen, zo blijkt uit de gegevens van een onderzoek door het bureau Inter/View. De geaffecteerde stem van Bolkestein is voor de Schilderswijk in Den Haag geen beletsel meer om VVD te stemmen”.

Is de conclusie van Visser tegengesteld aan die van Andeweg? Laatsgenoemde stelt vast dat - ik citeer weer de Volkskrant - de groei “vooral moet worden verklaard uit sociaal-economische en culturele verschuivingen en veel minder door verrechtsing”. Verhoudingsgewijs is de aanhang van de VVD constant gebleven maar de middenklasse is gegroeid. Het is dus mogelijk dat de conclusies van Andeweg en Visser elkaar aanvullen: de middenklasse heeft zich uitgebreid tot de Haagse Schilderswijk en talrijke vergelijkbare regionen, en daar wordt dan tegenwoordig meer gelet op wàt de politicus zegt dan op het accent waarmee.

Vanouds heeft de middenklasse een cultuur waardoor ze zich onderscheidt van de arbeidersklasse en die der rijken. De middenklasse, zegt een oude theorie, is die der gematigden, zonder politieke hartstochten, maar ontvankelijk voor de risico's van verandering als die vooruitgang belooft. De middenklasse is niet conservatief maar biedt wel weerstand tegen revolutionaire aanvechtingen, van links en van rechts. Door haar relatieve welvaart is ze de ruggegraat van de stabiele Westerse democratie.

Hoe ziet zo'n middenklasse eruit? In de oude theorie, in Nederland onder anderen door Jacques de Kadt geformuleerd, treedt de ontwikkelde, goed betaalde arbeidersklasse in de welvaartstaat nog op als een van de belangrijkste samenstellende delen. Het is dan een klasse die, verburgerlijkt als ze is, deze naam eigenlijk niet meer verdient. Ze heeft geen scherpe grenzen meer; ze vloeit over in wat dan nog de hogere klassen heten. In die tijd was het een aanvaardbare zienswijze met een hoog gehalte aan voorspellende waarde. Die tijd: een halve eeuw geleden.

Sindsdien is de scherpe scheiding tussen de cultuur van de middenklasse en die van de andere steeds vager geworden - hoewel binnen de middenklasse het standsbesef een rol blijft spelen maar dat heeft geen politieke betekenis. Terwijl de jongeren in klasseloze extase aan het housen zijn, kijken de ouderen in even klasseloze aandacht naar de geliefde series die in hun genre elkaar evenmin veel ontlopen. Ik geef toe: het is sociologie van de koude grond. Maar het neemt niet weg dat binnen de groeiende middenklasse de politieke eenvormigheid toeneemt. Gelijktijdig is buiten de middenklasse, bij gebrek aan een overtuigend programma en bijbehorende organisatievorm, de uitnodiging tot politieke vereenzelviging met een partij verder verzwakt. Dat is de kwaal van zowel de PvdA als het CDA: niet meer een arbeidersklasse die als klasse denkt, en evenmin een volksdeel dat het geloof voldoende vindt om zich in politiek opzicht te verenigen.

Het eigenaardige is dat we op het ogenblik geen scherpe omschrijving van de middenklasse kunnen geven, volgens haar gewoonten, woonwijken, straten, voorkeuren, kleding, enz., en dat inkomensverschillen of plaats op de maatschappelijke ladder ook niet meer voldoende zijn voor zo'n omschrijving. Maar wel weten we dat er zo'n middenklasse is en dat die zich van de vroegere formules tot identificatie afkeert. De winst van de VVD, opper ik, wortelt in een culturele gelijkvormigheid die de inkomensverschillen overheerst. Dat is het voorlopig resultaat van een ontwikkeling die al tientallen jaren aan de gang is.

En nu een paradox: terwijl deze middenklasse zich duidelijker vestigt en politiek bevestigt, komt ze tot de ontdekking dat ze in haar status van arrivé-zijn wordt bedreigd. Demografische veranderingen, de erosie van de natie-staat, aantasting van vertrouwde instituten (waarvan de oorzaak gedeeltelijk in haar eigen cultuur ligt besloten), doen haar verlangen naar verweer. De partij die zich daartoe aandient is de VVD. Ze doet dat bij monde van haar woordvoerder in de taal die bij de nieuwe middenklasse past. Dat is niet meer de taal van de consensus, maar de zelfverzekerde ondubbelzinnige taal van een organisatie die groeit en die weet dat ze de enige is die daartoe de capaciteiten heeft.

De VVD is tegelijkertijd de enige partij die op de vruchtbare bodem van de middenklasse opereert en de enige die, in de verdediging daarvan, en vooral in de manier waarop, randgroeperingen buitensluit. Dat gebeurt niet met voorbedachte rade; het is een politiek natuurverschijnsel. Verdedigend groeien, dat is de formule van de VVD. Haar groei dwingt alle andere partijen tot een gestaag terugtrekken. Er zit niet anders op. De achterban van vroeger is te zwak geworden om tot basis voor een relatief grote politieke macht te kunnen dienen, en het ontbreekt deze concurrenten aan inzicht in de middenklasse, of, als dat inzicht er wel is, aan talent en moed om er de gevolgtrekkingen uit te maken. In dit opzicht is Nederland geen uitzondering. Met de Republikeinse revolutie van Newt Gingrich in de Verenigde Staten is het in grote trekken, op macro-schaal niet anders gegaan.