Frankrijk poogt te bemiddelen bij conflict in Burundi

BUJUMBURA, 28 MAART. De Franse minister voor ontwikkelingssamenwerking, Bernard Debré, is vandaag aangekomen in het centraal-Afrikaanse land Burundi om met “de gematigden die vrede willen” te werken aan een oplossing voor het opgelaaide etnische conflict. Geweld tussen de Tutsi-minderheid en de Hutu-meerderheid heeft de afgelopen dagen aan honderden mensen in Burundi, met name Hutu's en Zaïrezen, het leven gekost.

Volgens Debré zal de internationale gemeenschap misschien moeten ingrijpen als het geweld tussen de twee bevolkingsgroepen toeneemt. Debré sloot uit dat Frankrijk een eenzijdige vredesoperatie zal ondernemen, net als vorig jaar juni in Rwanda, het buurland van Burundi. Daarvóór, tussen april en juni 1994 kwamen honderdduizenden Rwandezen, voornamelijk Tutsi's, om het leven bij etnisch geweld.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, zei gisteren tijdens een speciaal hiertoe bijeengeroepen vergadering van de Veiligheidsraad dat de VN “dringend aandacht moet besteden” aan de situatie in Burundi.

Afgelopen nacht was de rust nagenoeg teruggekeerd in de Burundische hoofdstad Bujumbura, waar het leger in de straten patrouilleerde. Het Burundische leger bestaat uitsluitend uit Tutsi's en wordt ervan beschuldigd te hebben deelgenomen aan de gewelddadigheden het afgelopen weekeinde. Militairen zouden Tutsi-extremisten hebben geholpen bij het doden van Hutu's.

Meer dan 23.000 mensen, van wie de helft in Burundi woonachtige Zaïrezen, zijn het afgelopen weekeinde gevlucht uit de hoofdstad naar de buurlanden Zaïre en Tanzania en het Burundische platteland. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNCHR) zei gisteren “deze intocht in de Zaïreze grensstad Uvira helaas te hebben verwacht”. Het UNHCR is bezig met het plaatsen van kampen.

Diplomaten en functionarissen van de Verenigde Naties in Burundi verwachten niet dat de recente geweldsspiraal zal leiden tot een massale volkerenmoord zoals vorig jaar in Rwanda. De Burundische president, Sylvestre Ntibantunganya, die Hutu is, zei gisteren daarentegen voor de Belgische televisie dat hij wel is bevreesd voor genocide.

De Burundische premier, Antoine Nduwayo, een Tutsi, zei gisteren etnische getto's te zullen inrichten voor ontheemde Tutsi's. Vele Tutsi's sloegen op de vlucht na bloedbaden in oktober 1993 waarbij zo'n 100.000 Tutsi's werden vermoord. Het geweld ontstond toen omdat Burundi's eerste democratisch verkozen president, een Hutu, was vermoord.

Volgens premier Nduwayo kunnen de gevluchte Tutsi's in speciaal in te richten dorpen in het binnenland terugkeren naar “een normaal leven”, zonder vrees voor geweld. Maar functionarissen van de Verenigde Naties zijn bang dat dergelijke gescheiden dorpen de etnische haat in Burundi alleen maar zullen aanwakkeren. (Reuter, AP, AFP)