Mahler

Mahler: Zevende symfonie; Diepenbrock: Im grossen Schweigen door Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly: Decca 444 446-2 (2 cd) Mahler van Mengelberg tot Chailly: cd bij gelijknamig boek uitg. Thoth Bussum/ Gem. Archief Amsterdam. ƒ 59,80.

Riccardo Chailly, de nieuwste erfgenaam van de Amsterdamse Mahlertraditie, begon veel gekritiseerd aan dit deel van het repertoire van het Concertgebouworkest. Zijn afstandelijke, heldere stijl in Das Lied von der Erde stond haaks op de sfeer van 'Gouden Mahlerjaren' van Haitink. Maar Chailly zette door, eiste het recht op eigen opvattingen op en verwierf tenslotte erkenning tijdens een prachtige Kerstmatinee met Das klagende lied. De vorig jaar uitgevoerde Zevende symfonie bevestigde het niveau van de Mahler van Chailly en dat blijkt ook uit de nu verschenen cd-opname. De Zevende klinkt met een uitzonderlijk briljante orkestrale klankpracht, buitengewoon geraffineerd en soms wellustig veelkleurig en wuft gespeeld. De langzame tempi geven daar ook veel ruimte voor en elk van de vijf delen krijgt een eigen karakter. Soms herinnert het klankbeeld aan dat van Mengelberg, en verder zet Chailly het dagelijkse en het eeuwig-mysterieuze in Mahlers muziek prachtig tegen elkaar af.

Op deze cd staat ook nog het op een tekst van Nietzsche door Hß8akan Hagegß8ard gezongen Im grossen Schweigen van Alfons Diepenbrock, naast Willem Mengelberg dé Amsterdamse vriend van Mahler, die bewondering had voor de componerende classicus, met wie hij zielsverwantschap voelde. Men hoort - net als bij Mahler - natuurevocatie, direct verbonden met het goddelijke: 'Hier ist das Meer, hier können wir die Stadt vergessen. Zwar lärmten eben jetzt noch ihre Glocken das Ave Maria...'

Het slotdeel van de Zevende staat ook op de cd 'Mahler in Amsterdam van Mengelberg tot Chailly', gevoegd bij het boek dat de vorige week geopende gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdamse Gemeentearchief begeleidt. Van Mengelberg staat daarop een deel uit de befaamde opname uit 1939 van de Vierde symfonie: het slotlied Das himmlische Leben, met zilveren stem gezongen door Jo Vincent. Verder: twee delen uit Das Lied von der Erde (1957), gedirigeerd door Eduard van Beinum en gezongen door Ernst Haefliger (schitterend expressieve stem en verzorgde voordracht) en Nan Merriman (lichter dan Ferrier, maar fraai doorleefd). Van Haitink zijn er twee opnamen: een repetitie van het begin van de Tweede symfonie (1965) en de Trauermarsch uit de Vijfde symfonie (1970).