'De moedertaal liefhebben en het dialect koesteren'

DEN BOSCH, 27 MAART. De ongeveer zesentwintig dialecten in het Nederlands taalgebied moeten het steeds meer afleggen tegen het standaard Nederlands, maar dialect blijft een taal die emoties oproept. Dialect is gezellig, intiem, authentiek, creëert verbondenheid en roept herinneringen op. Daarom zijn er nog steeds veel liefhebbers die het dialect als (tweede) taal in ere houden.

Dit blijkt uit een onderzoek van de Stichting Nederlandse Dialecten (SND) dat zaterdag op de derde dialectendag met als thema 'dialect in beweging', werd gepresenteerd. Vierhonderd bezoekers uit alle dialectgebieden die gemeen hebben dat ze 'de moedertaal liefhebben en het dialect koesteren' kwamen zaterdag naar het Brabantse provinciehuis.

Bang dat het dialect volledig gaat verdwijnen, waren de aanwezigen in Den Bosch niet. Want ook honderd jaar geleden werd verwacht dat het dialect geen lang leven meer beschoren zou zijn en was het onderzoek een middel om het dialect op te tekenen voor het verdwenen was. Op muzikaal gebied is er zelfs sprake van een kleine renaissance van het dialect signaleerde dr. L. Greep in zijn betoog: 'Is zingen in dialect Normaal?', refererend aan de Achterhoekse popgroep Normaal. Nee, dat is niet normaal zo concludeerde hij, maar feit is wel dat onder invloed van 'Europa' en de bloei van de regionale omroepen liedjes in het dialect het goed doen. En het zijn niet de plattelanders, maar juist steeds vaker de regionale elite die zich in het dialect muzikaal uitleeft.

Centraal stonden de uitkomsten van het onderzoek 'dialectverlies' versus 'dialectbehoud'. Een onderzoek dat was afgeleid van het precies honderd jaar geleden gehouden onderzoek van het Aardrijkskundig Genootschap. In tweeëntwintig regionale dagbladen in Nederland en België verscheen vorig jaar een enquête over kennis en beleving van het dialect. Tienduizend mensen deden mee en vertaalden woorden en zinnetjes in hun dialect, beantwoordden vragen over dialect en literatuur, dialect en muziek èn gaven aan hoe ze tegenover dialect stonden. Daaruit kwam naar voren dat de typische dialectwoorden steeds meer verdwijnen en plaats maken voor woorden die veel lijken op de standaardwoorden in het Nederlands en alleen door de klank nog de herkomst verraden. Zoals bij het woord azijn in het Limburgs. Vroeger was dat 'eek' daarna is het via 'eetje' en 'assig' veranderd in het hedendaagse 'azeen'.

Opvallend is het verschil tussen Nederland en België. Schokkel, talter, touter, bijs, suur, zwik, roets, ruik, bommel, wikkewaan, beiertouw, moek, holaars, russelekok, en juteko zijn allemaal dialectwoorden voor het begrip 'schommel'. Terwijl deze woorden in Nederland al geruime tijd plaats hebben moeten maken voor het standaardwoord schommel, geeft in België nog ongeveer 95 procent van de invullers een streekeigen woord.

In de Randstad blijkt het dialect het minst te leven. Omdat standaardtaal en dialect daar weinig van elkaar verschillen, wordt het dialect gezien als 'plat' in plaats van als een eigen taal. Terwijl Groningers, Limburgers of Zeeuwen trots kunnen zijn op hun dialect, omdat het hun een eigen identiteit geeft, kunnen de inwoners van de Randstad dit nauwelijks.