Expositie over Hendrik Werkman in oorlogstijd: subtiel verzet in woord en beeld

Tentoonstelling: Werkman in Oorlogstijd. Centrum Beeldende Kunst, De Oosterpoort, Trompsingel 27 in Groningen. Tot en met 7 mei; di t/m vr 10-17, za en zo 13-17, vr ook 19.30-21.30. Gesloten 14, 16, 30 april en 5 mei.

Publikatie: Ate Zuithoff, Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit. ƒ 69,50.

“Zonder De Blauwe Schuit was ik de oorlog niet doorgekomen”. Dat waren woorden van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945), een van de vier initiatiefnemers van deze uitgeverij. De Blauwe Schuit heeft schilder-drukker Werkman een hechte vriendschap met zijn collega-uitgevers en een groeiend artistieke erkenning in zijn directe omgeving opgeleverd. Toch kon De Blauwe Schuit niet verhinderen dat de Sicherheitspolizei 13 maart 1945 Werkman, op grond van nooit opgehelderde feiten, arresteerde. In de vroege ochtend van 10 april '45 werd Werkman, zonder vorm van proces, samen met negen anderen vermoord. Nog geen week later bevrijdden de Canadezen Werkmans woonplaats Groningen.

Ter nagedachtenis aan deze uitzonderlijke kunstenaar, die zich onttrekt aan alle kunsthistorische indelingen, is 1995 uitgeroepen tot Werkman-jaar. Er verschijnen grafiekmappen, nieuwe of herdrukte publikaties en op 29 juni beleeft Groningen de première van een opera over de vijf laatste levensjaren van Werkman, Ontstaan in grote nood. Later volgt een oratorium en in november opent het Groninger Museum een retrospectieve van het veelomvattende oeuvre: schilderijen, grafische experimenten, druksels, manifesten en tijdschriften, zoals The Next Call.

Vooruitlopend op dit grote overzicht exposeert het Centrum Beeldende Kunst in Groningen tot begin mei de veertig uitgaven die onder het impressum van De Blauwe Schuit van eind 1940 tot midden 1944 - toen de schaarste aan papier en inkt verder werken onmogelijk maakte - zijn verschenen.

Niet bekend

Na Nijhoffs gedicht volgen in snel tempo andere publikaties. Voor Pasen 1941 maakt Werkman Alleluia, een oud-Nederlands lied. De kleurige omslag en de muzikaal vormgegeven tekstpagina benadrukken de troostende regels: ... Of nu de Satan raast en tiert, Alleluia, de leeuw uit Juda zegeviert....

Uit veel van de uitgaven spreekt een openlijke solidariteit met de joodse landgenoten. Een hoogtepunt vormen de twee suites van elk tien bladen, de Chassidische Legenden. In het begin van de oorlog las Werkman van Martin Buber, Die Legende des Baalschem, verhalen uit de Oosteuropese getto's over de 'wonderrebbe' Baal Sjem Tov. De 18-eeuwse volksverhalen fascineerden Werkman. Met sjablonen, drukkersrollen en ander eenvoudig materiaal verbeeldt hij de vrome poëzie van deze mystieke vertellingen, onder meer in De rit naar Berlijn waar een koets met twee paarden, in strijd met de zwaartekracht, tegen het silhouet van een stadje door de lucht zweeft.

Op alle publikaties drukt Werkman zijn stempel: bezwerende en bemoedigende poëzie van Marsman, Vestdijk, Revius en Charles d'Orleans verschijnt in prachtige vaag-abstracte omslagen en met subliem gekleurde illustraties. Een fel gekleurde Sinterklaas is bestemd voor de kinderen van De Blauwe Schuit. In kleine oplage drukt Werkman de platen voor Paul van Ostaijens Gedichtje van Sint Niklaas, in de winter van 1942 verschenen.

Een enkele keer slaagde Werkman er niet in een passende illustratie te vinden. In Groningen hangt een proefdruk van een fragment uit Ramuz' l'Histoire du Soldat. Hoewel Werkman een groot muziekliefhebber was en zelf viool speelde, bleef het bij de geschiedenis van de soldaat die zijn viool en daarmee zijn ziel verliest, beperkt tot twee ontwerpen. Werkman schreef aan een van zijn mede-schippers dat hij een vioolspelende soldaat 'iets onharmonisch' vond.

Dat is veelzeggend. De Blauwe Schuit was geen illegale uitgeverij en de vier bemanningsleden waren geen verzetstrijders die opwekten tot sabotage en aanslagen. Ze kozen voor een subtielere vorm van verzet, een verzet in woord en beeld. Ze wensten hun doel te bereiken met een gedicht. En dat sluit een machinegeweer uit.