'Kans gering op nieuw regime bij overnames'

DEN HAAG, 22 MAART. De kans dat de beurs en de belangenvereniging van beursgenoteerde ondernemingen (VEUO) erin slagen de onderhandelingen over een nieuw regime voor beschermingsconstructies tegen onvriendelijke overnames succesvol af te ronden, is zeer gering.

Voor de afgesproken datum van 1 april hebben de twee partijen zelf al aangegeven niet tot een compromis te komen. Maar ook als ze daarna nog twee maanden uitstel krijgen, redden ze niet, verwacht mr. R. de Haze Winkelman, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB).

Daarmee komt het initiatief te liggen bij het ministerie van financiën en het parlement. Geen ongelukkige samenloop van omstandigheden, vindt De Haze Winkelman, die binnenkort zelf voor de VVD in de Eerste Kamer zitting neemt. “Het kabinet vindt economische dynamiek van groot belang voor de werkgelegenheid”, constateert hij. “Niemand heeft er baat bij als slechte managers maar kunnen doorgaan, omdat beschermingsconstructies verhinderen dat een overnemer meer uit een onderneming haalt.”

De Haze Winkelman denkt dat de Kamer zich op het standpunt van de VEB en de beurs zal stellen en zich tegen onaantastbare beschermingsconstructies zal keren. De VEUO stelt zich traditioneel op het standpunt dat beschermingsconstructies noodzakelijk zijn om te voorkomen dat buitenlandse bedrijven eenvoudig Nederlandse kunnen overnemen, terwijl juridische en andere belemmeringen Nederlandse bedrijven in het buitenland daarvan weerhouden.

De VEB, die vanmorgen zijn jaarverslag presenteerde, haalde vorig jaar 1.300 nieuwe leden binnen en naar De Haze Winkelmans verwachting zal het totaal aantal contribuanten rond de eeuwwisseling zijn verdubbeld tot 26.000. Zijn optimisme wordt gevoed doordat “politiek de juiste wind waait”. Verder neemt hij bij institutionele en particuliere beleggers een toenemend besef waar van het belang om op aandeelhoudersvergaderingen aanwezig, danwel vertegenwoordigd te zijn. Ook ziet hij dat de VEB meer steun krijgt van grote beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars om een betere positie van de aandeelhouder af te dwingen. Als voorbeeld noemt hij de gewijzigde gedragslijn bij ondernemingen om onbeperkt aandelen uit te geven zonder dat bestaande aandeelhouders daarin via claimrecht konden deelnemen.

Onvriendelijke overnames zijn in Nederland zeldzaam als gevolg van de taaie beschermingsconstructies. De huidige regeling uit 1992 die op 1 april afloopt, bindt beursfondsen aan maximaal twee permanente beschermingsconstructies, zoals certificaten van aandelen die beleggers geen invloed geven op het bedrijfsbeleid. De VEUO en de beurs praten sinds een paar maanden over aanpassingen van het huidige regime dat als bijlage X is toegevoegd aan het reglement van de beurs.

De discussie concentreert zich op de werkwijze van een nieuw onafhankelijk forum van deskundigen, een panel, dat een oordeel zou moeten vellen over een onvriendelijke overname. De beurs wil dat overnemers die een jaar na een openbaar bod 66 procent van de aandelen van hun doelwit in handen hebben gekregen naar het overnamepanel kunnen stappen. Een uitspraak van dit panel zou vervolgens opheffing van de bescherming van het doelwit kunnen forceren.

Pag.20: VEB ziet niets in VEUO-constructie

De VEUO wil dat pas na twee jaar toestaan en stelt als voorwaarde dat de overnemer een aandelenbelang van 75 à 80 procent heeft. Verder wil de beurs ook de zeggenschap van stemrechtloze certificaathouders onder normale omstandigheden, als er geen overnamepoging gaande is, sterk verbeteren.

De VEB ziet niets in de door de VEUO en de beurs bedachte constructie, om een overname door een panel van onafhankelijke derden te laten toetsen op toelaatbaarheid. De Haze Winkelman vraagt zich af waarom aandeelhouders in hun zeggenschap beperkt moeten worden door een panel, als zoveel wettelijke, statutaire en juridische instrumenten een overname al belemmeren. Bovendien zou de beurs geen afdoende sanctiemiddelen hebben om door het panel genomen besluiten af te dwingen. De enige sanctie die de beurs daarvoor heeft is het schrappen van de notering, maar dat zal juist in eerste instantie de vijandige overnemer in de kaart spelen en de onderneming en de aandeelhouder treffen, meent De Haze Winkelman.

De VEB ondersteunt wel het voornemen van de beurs om de certificering aan te pakken, maar vindt dit niet vergaand genoeg. Want daarmee zijn volgens De Haze Winkelman aandeelhouders nog steeds niet in staat om slecht presterende bestuurders te vervangen. Het is bij nagenoeg geen enkele onderneming mogelijk daartoe een voorstel op de agenda van de aandeelhoudersvergadering te plaatsen. De VEB wil dan ook een procedure creëren waardoor de aandeelhoudersvergadering kan besluiten tot ontslag van een bestuurder. Mogelijkheid daartoe ziet de Haze Winkelman in het Fondsenregelement van de beurs. Daarin zou naar zijn mening vastgelegd moeten worden dat bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen dienen te aanvaarden, dat ze na een dergelijk besluit van de aandeelhouders, verplicht ontslag moeten nemen. Zaken als een eventuele wachtperiode, sanctie op niet-naleving door de bestuurder en vereiste meerderheid van stemmen zouden volgens De Haze Winkelman zonder veel problemen in het Fondsenregelement kunnen worden uitgewerkt. Zelfs bij certificering zou deze regeling zijn in te voeren. Daarbij zou dan gesproken moeten worden van een meerderheid in het aanwezige kapitaalsbelang. Maar deze variant, zo beklemtoont De Haze Winkelman, heeft niet zijn voorkeur.