Bolkestein bespeelt nationale politiek vanuit Bonn

BONN, 20 MAART. De ambtswoning van de Nederlandse ambassadeur in Duitsland staat in een chic-stille, enigszins afgelegen straat in Bad Godesberg, vlak bij de Rijn. Bewoners van die straat zullen zich gisteren een beetje hebben verbaasd nu daar wel twee Nederlandse televisieploegen aanrolden. Namelijk een van de NOS en een van de KRO, welke laatste trouwens niet naar binnen mocht en dus langdurig probeerde om van de stoep door een voorkamerraam te filmen.

Wat was het geval? Frits Bolkestein, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, logeerde bij de Nederlandse ambassadeur, Peter van Walsum, met wie hij al veertig jaar bevriend is. In feite was het een soort werkbezoek, want de spraakmaker en electoraal succesvolle stoorzender in de paarse coalitie, heeft zich de afgelopen dagen laten informeren over wat Duitse politici denken en vinden over de Europese politiek.

Bolkestein had afspraken gemaakt met de gewezen fractieleider van de SPD in de Bondsdag, Hans-Ulrich Klose, de FDP'ers Otto graaf Lambsdorff en Werner Hoyer (staatssecretaris op Buitenlandse Zaken). En met Karl Lamers, co-auteur van de veelbesproken, in september 1994 gepubliceerde CDU/CSU-notitie over de eventuele vorming van een kern-Europa van landen die in 1999 voldoen aan de gestelde eisen voor de Europese Monetaire Unie (EMU) zoals afgesproken in de Verdragen van Maastricht. Ambassadeur Van Walsum had de Nederlandse correspondenten in Bonn gevraagd zondagmiddag voor een buffet-lunch langs te komen.

Die buffet-lunch werd een typische gebeurtenis. Nee, over zijn gesprekken met Duitse politici - het thema waarvoor de correspondenten uitgenodigd dachten te zijn - wilde hij liever niet zoveel vertellen, zei Bolkestein vroom, al wilde hij wel kwijt dat het recente VVD-verkiezingssucces zijn gesprekspartners niet was ontgaan.

Zodoende ging het gesprek vanaf de onvermijdelijke broccoli vooral over enkele nationale politieke vraagstukken, zoals de hoogte van de ontwikkelingshulp en de door Bolkestein en de VVD bepleite gelijkmatiger spreiding van asielzoekers en andere allochtonen over heel Nederland. De ontwikkelingshulp, waarvan niet is aangetoond dat Derde-wereldlanden er werkelijk economisch baat bij hebben, kan best terug tot het niveau van internationale (VN-)afspraken, namelijk tot driekwart procent van het BNP. Niet wie oriëntatie op zo'n internationale norm bepleit maar wie dat kritiseert doet aan “dorpspolitiek”, aldus Bolkestein.

De VVD-leider zei niet veel te begrijpen van de kritiek, vorige vrijdag van premier Kok bijvoorbeeld, op zijn pleidooi voor meer landelijke spreiding van allochtonen. De VVD baseert zich op de prognoses van het Sociaal en Cultureel Planbureau, die bij onveranderd beleid in de drie grote steden voor de komende vijftien jaar een groei van het aantal allochtonen tot 40 à 45 procent van de bevolking laten zien. Daaraan moet, op basis van vrijwilligheid, dus iets gebeuren wil er in de binnensteden van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag onder allochtonen niet net zo'n vergaande verpaupering en ghettovorming ontstaan als in Amerikaanse steden. “Daar kan ik niets aan doen, en daarover denkt de heer Kok heus niet anders”, aldus Bolkestein.

Verder maakte hij werk van de vraag wat we moeten vinden van de Frans-Duitse as in Europa. Want daarop zijn velen te veel gefixeerd, meent Bolkestein, en dat dient het Nederlandse belang - zoeken naar evenwichten in Europa, ook door versterking van de bilaterale verhouding met Londen - niet. “Zo'n as bestaat niet, daarover wordt in Nederland te veel in cliché's gepraat, er zijn een aantal assen tussen Parijs en Bonn, die naar hun aard verschillend zijn, een politieke, een culturele, een handelspolitieke as, de defensiesamenwerking.” De EMU, al dan niet eerst voor een kerngroep, ziet Bolkestein niet komen: “Italië zal niet voldoen aan de voorwaarden, en zonder Italië zie ik geen EMU ontstaan, zonder Groot-Britannië ook niet trouwens.” In plaats daarvan zou er straks voorlopig kunnen worden doorgewerkt met een vergrote D-Markzone, zei Bolkestein, “die hebben we in feite al”.