Hollands Dagboek

De socioloog Bart Tromp (1944) is “indien nodig” criticus binnen de PvdA. Zo verweet hij het partijbestuur onlangs 'afbraak van de partijdemocratie'. Tromp is hoofddocent aan de Universiteit van Leiden, bijzonder hoogleraar internationale betrekkingen in Amsterdam, columnist van Het Parool en actief in de kunstwereld. Tromp woont in Den Haag, is gehuwd en heeft een dochter.

Woensdag 8 maart

Fiets door stromende regen in striemende wind naar Den Haag CS. De trein staat klaar, maar bij nader inzien vertrekt alleen het voorste gedeelte, een kwart kilometer verderop. Ik begin een sprint van 80%, maar net als ik de afstand heb overbrugd blaast de conducteur, een ver silhouet drie rijtuigen verderop, die mij ziet rennen, op zijn fluit en sluit de deuren, behalve de zijne. Hij wacht nog even, zodat ik de gesloten deuren van dichtbij kan bekijken alvorens een nieuwe solo te fluiten, waarop de trein zich in beweging zet. Helaas staat aan de andere kant van het perron geen trein van een concurrerende spoormaatschappij klaar om mij naar Leiden te brengen. De NS vindt het laten rijden van treinen nog altijd belangrijker dan het vervoeren van mensen.

Toch op tijd voor het seminar 'Shakespeare en politiek'. Wij lezen de koningsdrama's in de hoop daaruit inzichten over politiek te peuren. Deze keer Henry IV, tweede deel. Ik ben gegrepen door de machiavellistische kleur van deze stukken. Het is al 'necessity', het zich richten naar de omstandigheden, en de ijzingwekkende consequenties daarvan. 'They love not poison that do poison need' - Bolingbroke's verscheurde commentaar als Exton hem het lijk van de vermoorde Richard II brengt. Als Hendrik IV sterft hij in dit stuk, na uiteengezet te hebben, dat hij oorspronkelijk niet de kroon zocht, maar rechtzetting van zijn grieven. Zijn illegitieme overname van Richards troon is de centrale daad in de koningsdrama's. Ik blijf zitten met een raadsel: waarom wordt zijn opvolging door zijn zoon prins Hal, 'the machiavel of goodness', kennelijk wel als legitiem beschouwd? Stel je voor dat Pieter van Vollenhoven de andere Oranjeklanten over de kling jaagt, en dan gekweld door schuldbesef, de aldus verworven kroon aan zijn oudste zoon overdraagt?

In de school van mijn dochter is het stembureau gevestigd. Volgens moderne politicologische inzichten is stemmen een volstrekt irrationele daad. De waarschijnlijkheid dat iemands stem er iets toe doet is immers oneindig klein. Dit geeft mij de moed om met overtuiging mijn stem uit te brengen op mijn oude vriend Arie de Jong, die na een verblijf in de Tweede Kamer, in de Staten terugkeert. Bij de uitgang ontmoet ik Henk Neuman, die informeert of ik soms mijn burgerplicht heb verricht. Hij de zijne: het Benoordenhout zal wel nooit een rode burcht worden.

Nadat het is opgehouden met sneeuwen loop ik hard in het duinbos achter het huis. Lees daarna met instemming mijn 765ste column in Het Parool en besteed de avond aan de herziening van mijn De wetenschap der politiek, geïnspireerd door Siegfried (Furtwangler in de Scala, met Kirsten Flagstadt en Set Svanholm). In een pauze komt het verwachte bericht dat de PvdA onder Kok zijn achtste verkiezingsnederlaag in successie heeft geleden. Pas later op de avond wordt de catastrofale omvang van het verlies duidelijk.

Donderdag

In mijn column had ik Frits Bolkestein geprezen om zijn bijdrage aan het publieke debat, en hem vervolgens gegispt over enkele van de standpunten die hij daarin had ingenomen. Nu de verkiezingen achter de rug zijn, lijkt dat laatste de taktiek van de verliezers te worden. Laatste college over Machiavelli; voor velen kennelijk te vroeg. Met de aanwezigen geprobeerd de verhouding tussen Machiavelli's republikanisme en zijn vermoedelijke opvatting over democratie in kaart te brengen. Daarna hard gewerkt aan een artikel over 'politieke partijen zonder leden', een denkoefening die ik eerder verrichtte toen ik het begrip 'Greenpeace-model' uitvond voor een situatie waarin een kleine groep politici, ondersteund door ingehuurde deskundigen, de politieke partij vormt, en de leden gedegradeerd zijn tot donateurs, die over koers en inhoud van het beleid niets te vertellen hebben. Het is een voorbereiding voor de openbare discussie over de politieke partij, die Felix Rottenberg en ik op termijn zullen voeren, want mijn stelling is dat Rottenberg de PvdA in deze richting tracht te voeren. Maar het thema is natuurlijk van veel bredere strekking, het gaat om de toekomst van politieke partijen en daarmee van de democratie. Want hoewel in de theorieën over democratie partijen niet voorkomen, zijn zij daarvoor onmisbaar gebleken. De laatste paragrafen schrijf ik in de trein, de laatste zin op mijn kamer in het PC Hoofthuis.

Dan meldt zich telefonisch de koerier, die de diskette naar Intermediair moet brengen. Het is dan ook bijna drie uur, en dan begint enkele verdiepingen lager een debat over Joegoslavië, georganiseerd door de vereniging van geschiedenisstudenten Kleio. De wereld is klein: de andere debaters zijn Matthijs van de Port, met wie ik drie weken geleden in De Balie discussieerde over Canetti's Masse und Macht, en die een prachtig boek heeft geschreven over zijn onderzoek in Novi Sad; en Nena Tromp-Vrkic, mijn bloedeigen schoonzusje. Nena zit de arme Matthijs eerst in de haren op basis van een misverstand, dat eigenlijk wel mooi past bij de teneur van zijn boek, nadat hij heeft verteld in Vojvodina, zoals het een antropoloog betaamt, 'the native's point of view' serieus te hebben willen nemen. Nena roept dat haar standpunt niks minder is: tenslotte is zij ook een native, uit Kroatië. Wat speelt is de associatie van antropologie met primitivisme; de ambiguïteit die Matthijs in zijn onderzoek beschrijft is nu juist die van de 'fijne lui' in Novi Sad, die zich Europeaan, beschaafd en wereldburger willen weten, en dan weer - zeker nadat de oorlog was uitgebroken - gloriëren als 'Balkanmens'. Er zijn veel mensen, en het is een geïnteresseerd publiek. Een magere Kroaat meldt dat hij zelf heeft gezien dat Karadzic in het Joegoslavische hoofdkwartier van de Britse geheime dienst in 1986 al een cursus doorliep. Dit wordt voor kennisgeving aangenomen, maar illustreert meer dan een lang verhaal een bepaalde dimensie van de oorlog in Joegoslavië. Pas in de trein terug kom ik aan de ochtendkranten toe. Het schijnt nu zo te liggen dat de vorige zeven verkiezingsnederlagen van de PvdA met Kok aan het hoofd werden geleden, maar dat deze achtste nu juist geweten moet worden aan het feit dat hij geen campagne heeft gevoerd, en dat als minister-president van alle Nederlanders ook niet had kunnen doen. Ik zou deze fantastische verklaring de geboorte van het begrip 'Kanzlerdefizit' willen noemen.

Vrijdag

Vakgroepbestuursvergadering! De Leidse politicologen vergaderen spaarzaam, maar niet voor niets. Besloten moet worden over de invoering van een nieuw lesrooster voor het eerste en tweede jaar. Vijf voorstellen liggen ter tafel, maar het eerste half uur gaat weg aan tellingen: zijn er 21, 22 of 13 stemgerechtigde bestuursleden aanwezig? (Het quorum is 23.) De andere 23, 24 of 25 leden geven onderwijs, vergaderen elders, of doen onderzoek op plaatsen waarvandaan ze niet tevoorschijn getoverd kunnen worden. Met enige moeite wordt toch nog een quorum gehaald, en kan er een besluit worden genomen, wanneer dit feest van de democratie weer voorbij is. Bestuurskundigen kunnen in het algemeen niet besturen, en veel politicologen hebben geen verstand van politiek.

Terug naar mijn studeerkamer vallen mij twee troostende gedachten in. De eerste is dat zorgvuldigheid van besluitvorming in onze vakgroep een waarde op zich is. De tweede dat ook deze vergadering uiteindelijk terug te voeren is op een dolzinnig onderwijsbeleid van 'Den Haag'. Het is nu zo gesteld, dat het onderwijsprogramma moet worden afgestemd op de organisatie van de studiefinanciering. De onkunde van politici, in het bijzonder de zogenaamde onderwijsspecialisten onder hen, met betrekking tot het onderwijs in het algemeen en de universiteiten in het bijzonder, wordt alleen maar overtroffen door de haat die zij tegenover deze laatsten ten toon spreiden. Vandaag teken ik op dat Kamerlid Rabbae 'vindt' dat het wetenschappelijk corps niet hard genoeg werkt. (Volgens onderzoek bedraagt de gemiddelde werkweek bijna zestig uur.) Kamerlid Van der Ploeg lijdt aan het waandenkbeeld dat er zoiets als een 'angelsaksisch systeem' bestaat, maar in plaats van zich daarvoor te laten behandelen wil hij dat de PvdA dat hier invoert. (Meer dan de helft van de Amerikaanse studenten doet vier jaar of langer over zijn of haar studie.) Minister Ritzen zegt in Elsevier... Kortom, mijn oude these dat het onderwijs de Sovjetzone van de Nederlandse samenleving vormt, wordt deze dag weer rijkelijk bevestigd. Heleen blijkt 550 te hebben gescoord op de cito-toets.

Zaterdag

Het goede nieuws kwam gister van het ministerie. De stichting Musica Neerlandica is voorlopig op vaste grond. Twee jaar geleden werd ik voorzitter, en dat bleek allesbehalve de sinecure die mij was voorgespiegeld door degenen die mij daartoe overhaalden. De stichting beheert en ontsluit de omvangrijke collecties Nederlandse muziek uit vier eeuwen die de violist Willem Noske heeft verzameld, ten koste van grote persoonlijke opofferingen. In de afgelopen twee jaar zijn wij er in geslaagd voor de collectie een goed onderkomen te vinden, in het Haags Gemeentemuseum, dankzij een aantal fondsen een tweede grote collectie muziek aan te kopen, en de ontsluiting van de collectie in hoog tempo gestalte te geven. Dit alles onder permanente financiële dreiging, om nog maar te zwijgen van de fysieke slagen die Noske in het afgelopen jaar hebben getroffen. Daarvan is overigens vrijwel niets te merken in het martiale interview dat hij gister aan de Volkskrant gaf.

Zondag

De nieuwe editie van De wetenschap der politiek begint zijn definitieve vorm te krijgen, ook al betreur ik de lichtzinnigheid waarmee ik indertijd een inhoudsopgave met daarin nieuwe hoofdstukken en paragrafen bij de uitgever heb ingeleverd. Die is al gedrukt, daar valt niets meer aan te doen. Het is onmiskenbaar een lentedag. Als ik in het bos hardloop en over het terras kom dat uitkijkt over Den Haag, ligt de stad in een lichte, maar zonnige nevel. Voor de rest van de dag zit ik te schrijven en te schrappen, tot het moment dat het niet meer gaat - wat vanzelfsprekend pas achteraf kan worden vastgesteld, als ik het gereviseerde hoofdstuk nog even oproep om te zien wat het netto-resultaat in bytes is geworden. Maar er is niets veranderd aan hoofdstuk 15, bestandsnaam '15wdp', het scherm meldt 120.665, net als toen ik er vanmorgen aan begon. Het zweet breekt me aan alle kanten uit. Als ik de bestandenlijst lusteloos doorloop tref ik helemaal onderaan 'wdp15' aan, ruim 80.000 bytes groot.

Bij het vallen van de schemering verheft voor het eerst in tijden een merel zijn stem. Wat een genot, na al dat gekras van eksters, zeker als ik hem duidelijk de eerste vijf noten van de Walküre hoor fluiten, een merkwaardig voorbeeld van ars naturae magister.

Maandag

's Morgens Adviesraad Vrede en Veiligheid. Er wordt gewerkt aan een advies ter voorbereiding van de intergouvernementele conferentie die volgend jaar verdere stappen over de Europese Unie moet nemen. Er ontspint zich een boeiende discussie over de vraag of verdere communautaire integratie nu de speelruimte voor Nederland vergroot of verkleint. De Adviesraad blaast leven in de oude stelling dat het met rechtse mensen in het algemeen aangenamer toeven is dan met linkse. Vroeger waren 'linkse mensen' in de politiek in het algemeen onaangenamer dan 'rechtse'. Tegenwoordig zijn ze nog wel onaangenaam, maar niet meer links.

Ik breng mijn euroscepsis naar voren: wat voor zin heeft het om nieuwe institutionele modellen over een gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek te bedenken, als niet eerst wordt vastgesteld waaraan het falen van de bestaande instituties in Joegoslavië te wijten is. Naar mijn inzicht ligt dat niet aan die instituties - de mogelijkheden van 'Maastricht' zijn nauwelijks benut, de instelling van de 'contactgroep' over Joegoslavië is alleen maar de meest grove ondermijning geweest van de afspraken over een gemeenschappelijk beleid in verband van de Europese Unie. Dit is in zekere zin de les van de vijf jaar wereldgeschiedenis die wij net achter de rug hebben. Al die prachtige 'interlocking institutions' en internationale organen en verdragen, waarvan in de euforie na 1989 zoveel werd verwacht zijn nevelige spoken gebleken tegenover de 'kille monsters', zoals De Gaulle staten noemde.

De kranten melden dat Jos de Beus, 'medeopsteller van het PvdA-verkiezingsprogramma', in een nieuw 'fax-vlugschrift' van de partij, heeft meegedeeld niet te hebben gestemd, uit onvrede over de koers der partij. Ook Ed van Thijn heeft een duit in dit zakje gedaan. Krijgt de PvdA nu een eigen Oprah Winfrey-show per fax? En is de huidige koers van de PvdA niet precies die waartoe vorig jaar per regeerakkoord werd besloten? Vijf jaar geleden vergeleek ik de crisis van de PvdA met die bij Philips en adviseerde Timmers therapie over te nemen: 40.000 man eruit en een nieuwe top. Het eerste deel ging vanzelf. Zolang de PvdA er niet in slaagt een overtuigend programma rond bestaanszekerheid, sociale rechtvaardigheid en publiek domein te formuleren, gaat zij verder haar marginalisering tegemoet.

Dinsdag 14 maart

Nog één week, dan sluit de deadline voor het boek. Er wordt nu dag en nacht gewerkt, vandaag met drie onderbrekingen. De eerste voor het college over wereldsysteemtheorie, waar de these van Fernand Braudel dat kapitalisme nu juist niets met markteconomie te maken heeft; de tweede om mijn column voor Het Parool en De Gelderlander te schrijven en de derde om met Willemien naar Boris Godoenow in het AT&T-theater te gaan. Vol1734700659wij naar de Schönberg-trilogie in de Nederlandse Opera gaan. Maar de kans om een serieus Russisch ensemble als dat van het Moessorgski-theater uit Petersburg mag niet ongebruikt blijven, en ik kan mijn hardwerkende en consciëntieuze assistente Jeannette plezieren met de NO-kaartjes. Het is een prachtige opvoering, met een huiveringwekkende sterfscène van Boris, die terecht (maar tegen Moessorgski's opzet) de finale van de opera vormt. Later in de nacht voltooi ik column 766, over Tony Blairs poging Labour weer regeercapabel te maken door te doen wat zijn voorganger Hugh Gaitskell in 1959 niet lukte: clause four van de partijconstitutie te herschrijven.