Wie de Primavera wint is voor altijd een held

Morgen wordt Milaan-Sanremo verreden. De Italianen zijn zó wielergek dat ze al in hogere sferen raken als ze de naam van de eerste lenteklassieker horen.

ROTTERDAM, 17 MAART. Hotel Leonardo da Vinci, begin maart 1986. Terwijl Fred de Bruyne luncht in een van de restaurants in het chique onderkomen aan de snelweg buiten Milaan, wordt hij benaderd door een oude man die hem een aantal flessen Chianti overhandigt. “Waar heb ik die aan te danken?”, vraagt de verbaasde Vlaamse ex-renner en pr-man de vriendelijke bezoeker in zijn beste Italiaans. “Sinds u Milaan-Sanremo in 1956 won, ben ik altijd een supporter van u gebleven”, luidt het antwoord. “Toen ik hoorde dat u hier met de ploeg van Panasonic logeerde, besloot ik naar u toe te gaan en u met wijn te belonen. Wat heb ik van u genoten!”

Het voorval rondom de verleden jaar overleden De Bruyne is kenmerkend voor het gedrag van Italiaanse wielerfans. Eens een held, altijd een held, is hun motto. Wie Milaan-Sanremo op zijn naam schrijft, is in hun ogen een campionissimo, een kampioen der kampioenen.

Als de winnaar van Italiaanse afkomst is, kan hij - zeker in deze bloeiperiode van de wielersport in zijn land - niet meer stuk. Zijn naam wordt gezongen, hij wordt aanbeden, heilig verklaard. De kranten onder aanvoering van het organiserende roze blad Gazzetta dello Sport storten zich weken lang op hem. Hij kan meer dan het hele seizoen op het succes teren. En als de triomfator over enig zakeninstinct beschikt, kan hij zelfs een vermogen verdienen.

Milaan-Sanremo is iets aparts. Niet als wedstrijd, want de 'Primavera' is niet echt zwaar. De Ronde van Lombardije met zijn cols, in oktober, is stukken lastiger dan de lenteklassieker met aan het einde de Poggio di Sanremo als bloedstollende apotheose. Het is vooral de sfeer die Milaan-Sanremo zo bijzonder maakt. Neem de start bij de prachtige dom in Milaan, waar een zwaarlijvige priester zich tussen de renners begeeft en hen, intussen gebeden prevelend, ijzeren kruisjes in de handen duwt, opdat ze op de lange tocht gevrijwaard blijven van valpartijen en ander leed. De start ook waar het vrolijk kwetterende publiek zich vergaapt aan de wielersterren van vroeger - Felice Gimondi, Gianni Motta, Francesco Moser, Beppe Saronni en zelfs de bejaarde Gino Bartali worden door een ieder herkend - en die van nu.

De deelnemers bestaan steevast uit twee groepen: de gebruinden en de blanken. De eersten hebben de doorgaans zonnige Tirreno-Adriatico in de benen, de anderen bereidden zich voor in de veel killere wedstrijd Parijs-Nice, de zogenaamde koers naar de zon. De finish is sinds vorig jaar weer op de Via Roma, de smalle straat in het centrum van het door bloemenkassen omgeven Sanremo, waar al vele massasprints de winnaar aanwezen. Maar de ware wielerliefhebbers willen geen pelotonspurt, ze hopen dat de Poggio als scherprechter zal dienen. Zoals vorig jaar, toen Giorgio Furlan op een supersmal stuk weg van de steile en venijnige bult de beslissende demarrage plaatste.

De wonderlijke Poggio is sinds ruim twintig jaar in het parcours opgenomen. Toen De Bruyne zijn triomftocht in 1956 voltooide, kende nog bijna niemand de 'puist'. De Poggio had evenmin enige klank toen Arie den Hartog in 1965 als eerste Nederlander de hoofdprijs kreeg van de klassieker. Jan Raas, winnaar in 1977, moest het colletje wèl over, net als Hennie Kuiper, in 1985 de laatste Nederlandse nummer één.

In zijn nadagen verzorgde de vechtlustige Kuiper destijds op de Poggio een onvergetelijke show. Hij was die dag niet echt goed, werd al eens gelost op de Capo Berta, maar hij keerde terug in het gezelschap van de Spanjaard Navarro, die door een lekke band was achter geraakt. In een mum van tijd bereikte het duo zelfs de eerste renners, die de Poggio naderden. De weer herstelde Kuiper demarreerde meteen en kreeg gezelschap van Teun van Vliet, de Belg Versluys en de Italiaan Ricco.

In de beklimming haakte Versluys af, terwijl Kuiper op kop sleurde om zijn ploeggenoot Van Vliet buiten schot te houden. Hij slaagde daar in, maar betaalde de tol voor zijn inspanningen en moest de twee medevluchters laten gaan. Van Vliet passeerde als eerste de top en aangezien hij een veel betere sprinter was dan Ricco, maakte hij zich op voor de overwinning. De superdaler Kuiper liet zich echter als het ware van de Poggio vallen, haalde de tandem in en maakte een veelbetekenende armzwaai naar Van Vliet. Zo van: Sluit maar aan, ik leid je naar de streep. Van Vliet begreep het gebaar niet of verkeerd, ging niet mee, aarzelde. Weg was Kuiper, de zege was binnen.

Komende nacht logeert de huidige ploegleider Kuiper (Motorola) in hotel Leonardo da Vinci. En vanavond eet hij in een van de restaurants in het chique onderkomen aan de snelweg buiten Milaan. De Italiaanse fans zijn ook hem vast niet vergeten. Het kan best gebeuren dat hij wordt benaderd door een oude supporter die hem een aantal flessen Chianti wil overhandigen.