Golfstaten voor sancties tegen Irak

JEDDAH/ NEW YORK, 13 MAART. Zes Arabische Golfstaten hebben gisteren aangedrongen op onverminderde handhaving van de internationale sancties tegen Irak. De oproep, in een gezamenlijke verklaring van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC) en de VS, kwam nadat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, twijfelaars had gewezen op de noodzaak de gelederen gesloten te houden.

Na een bijeenkomst van drie uur met Christopher in het Saoedische Jeddah ondersteunden ministers van buitenlandse zaken van de GCC (Saoedi-Arabië, Koeweit, Oman, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein) de “vastberaden houding jegens Irak” van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Zij “moedigen de raad aan zich te verzetten tegen enigerlei wijziging van het sanctieregime tot Irak ten volle gehoor geeft aan al zijn verplichtingen”.

Saoedi-Arabië en Koeweit, politieke en economische rivalen van Irak, stelden zich onverkort op achter het Amerikaanse standpunt. Het was echter duidelijk dat Oman en Qatar hun reserves hebben ten aanzien van de kwestie. De twee landen hadden niet hun ministers van buitenlandse zaken naar Jeddah gestuurd, maar ambassadeurs. De bewuste ministers ontvingen in eigen land de Iraakse minister van buitenlandse zaken, Mohammed Saeed al-Sahaf, die kwam lobbyen voor versoepeling van de sancties.

Frankrijk, Rusland en enkele andere landen willen dat de Veiligheidsraad in overeenstemming van resolutie 687 van de raad het verbod intrekt op Iraakse olie-export zodra het Iraakse arsenaal aan massa-vernietigingswapens is ontmanteld. Het is niet uitgesloten dat de chef van de Speciale VN-commissie die daarmee is belast, de Zweed Rolf Ekeus, volgende maand een desbetreffend rapport kan uitbrengen. Ekeus wacht alleen nog op Iraakse documentatie betreffende zijn biologische wapenprogramma.

Volgens Washington - en ook Londen, zo bevestigde premier John Major gisteren in Jeruzalem - echter moet Irak ook aan een hele reeks andere eisen voldoen. Christopher zei gisteren dat “wij niet geloven dat Irak zelfs maar in de buurt is van inwilliging van de voorwaarden” van de VN. Hij noemde Iraks opstelling “in werkelijkheid een travestie”.

De kwestie van de sancties komt vanavond in New York aan de orde in de Veiligheidsraad, die dan zijn reguliere, tweemaandelijkse beschouwing van de toestand houdt. Er wordt deze zitting geen formele stap verwacht om de sancties te versoepelen, hoewel met belangstelling wordt uitgekeken naar de teneur van het debat na de inspanningen van Christopher en eerder van VN-ambassadeur Madeleine Albright om de leden zoveel mogelijk op één lijn te houden.

De slotverklaring van de GCC bevatte overigens geen enkele verwijzing naar opheffing van de directe economische boycot van Israel, waartoe Christopher eveneens had opgeroepen. De GCC heeft in het najaar wel beloofd zich in te spannen de indirecte boycot op te heffen. (Reuter, AFP, AP)