Advies kraakt verdeling van gezag over politie

DEN HAAG, 11 MAART. De verdeling van het gezag over de politie in de toekomstige stadsprovincie Rotterdam is verwarrend en kan tot onwenselijke competentiegeschillen leiden.

Dat schrijft de Groningse hoogleraar staatsrecht prof.mr. D.J. Elzinga in een advies over de gezagsstructuur van het provinciale politiekorps aan de gemeente Rotterdam.

Het kabinet besloot onlangs het gezag over de politie bij de handhaving van de openbare orde in de nieuwe stadsprovincie niet aan de commissaris van de koningin te geven. De burgemeesters van de 27 betrokken gemeenten in de toekomstige provincie houden de zeggenschap daarover.

De burgemeesters moeten verder vastleggen hoe zij openbare-ordeproblemen willen regelen, voor zover die problemen de gemeentelijke grenzen overschrijden. De commissaris der koningin krijgt de bevoegdheid aanwijzingen te geven.

De Tweede Kamer liet afgelopen week tijdens een debat over de vorming van de stadsprovincie weten niet gerust te zijn op de zeggenschap over de politie. De meeste fracties willen dat de commissaris der koningin het gezag krijgt. Ook Elzinga pleit voor zo'n 'opwaartse delegatie' van het gezag. Hij voorziet net als de Tweede Kamer een onheldere en dubbele gezagsstructuur over de politie. Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) vindt het overdragen van het gezag aan de commissaris van de koningin “te ver gaan”, zo liet hij weten. Overigens wil hij er nog wel nader met de Kamer over praten.

Elzinga pleit in zijn advies voor een duidelijker afbakening van lokale en provinciale bevoegdheden en taken. Naar zijn mening moet het gezag over de politie “vol” aan de burgemeesters worden gegeven. De wet zou vervolgens moeten voorschrijven welke onderdelen van gezag, beleid en regelgeving aan de commissaris van de koningin moet worden overgedragen. Dan is bij elke gebeurtenis, zoals bij vandalisme rond voetbalwedstrijden of grote demonstraties, duidelijk welke bestuurder de verantwoordelijkheid draagt, aldus Elzinga.

Het kabinetsvoorstel de commissaris een aanwijzingsbevoegdheid te geven voor het geval burgemeesters zich niet houden aan afspraken over de aanpak van 'boven-lokale' problemen, heeft volgens Elzinga het risico dat de ordehandhaving voortdurend wordt bedreigd door een aanwijzing van de commissaris van de koningin.