Dogwalker

In The New York Times stond een advertentie: 'Gezocht: Dogwalker. Alleen serieuze reacties.' Een dogwalker is iemand die tegen betaling andermans honden uitlaat. Ik geloof dat je een zwembad kunt vervuilen of een zee, zelfs je buik kan je vervuilen, maar niet een taal. Daarom houd ik het op dogwalker.

De eerste dag dat ik belde was de lijn voortdurend bezet. De tweede dag kreeg ik een antwoordapparaat met de volgende boodschap: 'Dit is Roberts Dogwalk Discount. Als u belt voor de advertentie, spreek geen boodschap in. Maar kom zondag tussen 10 en 12 naar mijn appartement in de 84ste straat, nummer 6E. Als u er eerder dan tien uur bent ga dan niet voor de deur wachten, maar ga op de hoek staan. Dit i.v.m. de buren. Mensen die voor de deur staan te wachten worden weggestuurd.'

Die zondag was ik om kwart voor tien in de 84ste straat. Ik wist niet welke hoek ik moest nemen, maar omdat er een snijdende wind stond nam ik de hoek waar een café was. Ik dronk twee rum. Toen was het half elf. Ik belde aan bij nummer 6E. Er stond geen naam bij dat nummer. Een stem zei, 'neem de lift naar de zesde verdieping'.

Het eerste wat me overviel in het appartement was de geur. Een lucht alsof hier de afgelopen tweehonderd jaar alleen maar honden hadden gewoond en er nooit een raam was geopend. In de gang stond een jongeman te praten met een meisje. 'Ik ben Robert', zei hij, 'ga zitten en vul dit in'.

Robert leek nog het meest op iemand die een opleiding tot rabbijn had gevolgd, maar halverwege toch maar besloten had dogwalker te worden.

In de woonkamer zelf stonden een paar banken en twee houten kisten, maar het zag er naar uit dat die voornamelijk door allerlei soorten dieren waren gebruikt. De geur in de woonkamer was bijna niet te harden en aan de ramen kleefden honderden dode vliegjes. Er liepen een stuk of acht katten rond. Verder zag ik een Japanner keurig in pak. Een soort cowboy. Twee daklozen. Een neger in smoking, en een bejaarde vrouw die zelf een hond had meegebracht. Iedereen was bezig zijn formulier in te vullen. Een enkeling staarde naar de dode vliegjes. Ik ging op een van de dozen zitten. Ook daar zaten haren van beesten op, maar niet zoveel als op de bank. Ik zat nog niet of een kat sprong op mijn schoot. Als je solliciteert voor dogwalker geeft het geen pas een kat venijnig van je schoot te verjagen, vond ik, daarom maakte ik geluidjes in de trant van 'poes poes poes'. Maar toen hij begon te spinnen hield ik daarmee op.

'Heeft iemand een pen', vroeg ik.

Niemand reageerde.

'De volgende', riep Robert. De cowboy stond op. Hij werd meegenomen naar de keuken. Ik hoorde hoe de deur van de keuken werd gesloten. De meesten waren opgehouden met schrijven. Op mijn schoot zat nog altijd een kat. Hij was bezig zijn nagels te scherpen aan mijn lammy, en ik vroeg nog een keer, 'heeft iemand een pen?'

'Geef die jongen een pen', riep de bejaarde dame. Haar hond begon te blaffen. Er rende een kat naar haar hond. 'Ksst', riep ze, maar dat hielp niet. Pas toen ze de hak van haar rechterschoen op de staart van de kat drukte, lukte het haar het beest naar het andere eind van de kamer te verjagen.

'Hij kan niet tegen katten', zei ze.

Niemand zei iets terug. De Japanner was opgestaan. 'Neem deze pen maar', zei hij, 'je mag hem houden'.

Ik moest van alles invullen, opleiding, geboortedatum, naam van mijn moeder, social-securitynummer. Maar zo'n nummer bezit ik niet, dus op die plaats vulde ik maar het nummer van mijn bankrekening in.

'De volgende', riep Robert. De neger in smoking stond op. Bij de deur keek hij nog een keer om, alsof hij ons wilde groeten. Aan zijn zwarte broek plakten talloze witte haren.

Het begon warm te worden. De dame zette haar hoedje wat naar achteren, zodat we konden zien dat daaronder allemaal krulspelden zaten.

Toen het eindelijk mijn beurt was zat ik ook onder de haren. Robert nam me mee naar de keuken, waar de stank het ergst was. Hij bestudeerde mijn formulier.

'Waarom wil je dogwalker worden?'

'Ik heb altijd erg van honden gehouden, maar mijn vriendin is allergisch.'

Over het aanrecht liep een kat.

'Heb je veel met honden gewerkt?'

'Heel veel', zei ik. 'Ehm, mijn ouders hadden een asiel.'

'Een asiel?'

'Een dierenasiel. Ze waren dol op beesten. Als je dat soort ouders hebt ga je zelf ook van beesten houden.'

'Wat voor beesten?' vroeg Robert. Ik zag dat de kat klaar stond voor een sprong.

'Alle beesten. Maar met name honden.'

'Heb ik je iets vergeten te vragen dat van belang is voor deze sollicitatie?'

'Nee niets.'

De volgende dag zat ik zoals elke werkdag in Andrews. Ze schenken er geen alcohol en ze gaan om zes uur dicht. Toch is Andrews voor mij de kroeg van groot verdriet.

'Ben je nu dogwalker, Mr. Bagel Lox?' vroeg de Egyptische.

'Ik heb gezegd dat ik dol was op honden, dat mijn ouders een asiel hadden en dat ik voor mezelf een plaats op het hondenkerkhof had gereserveerd. Maar het heeft niet geholpen.'

Voor een lach van de Egyptische doe ik bijna alles.