Sudeten-Duitsers krijgen eigendom niet terug

BRNO, 9 MAART. Het Tsjechische Constitutionele Hof heeft een in 1945 door de toenmalige president Edvard Benes uitgevaardigd decreet over de onteigening van onroerend goed van de Sudeten-Duitsers bekrachtigd en daarmee verhinderd dat de na de oorlog verdreven Duitsers of hun nazaten massaal om de teruggave van hun indertijd genationaliseerde bezittingen gaan vragen.

Het hof wees gisteren in Brno de klacht af van een Tsjech van Duitse afkomst, die de teruggave had geëist van het huis van zijn ouders in de stad Liberec. Het huis was door de Tsjechoslowaakse regering van Benes genationaliseerd op grond van decreet 108. Dat decreet leidde tot de gewelddadige verdrijving van 2,5 miljoen Sudeten-Duitsers uit Tsjechoslowakije.

Als het Hof decreet 108 had vernietigd, zou de weg zijn vrijgekomen voor tienduizenden of honderdduizenden procedures waarmee de na 1945 verdreven Duitsers hun genationaliseerde bezittingen zouden gaan opeisen. Na de val van het socialisme heeft de Tsjechische regering veel bezittingen die in 1948 en 1949 door de communisten zijn genationaliseerd aan de oorspronkelijke (Tsjechische) eigenaren teruggegeven. Bij deze de-nationalisatie is een uitzondering gemaakt voor de bezittingen van de Sudeten-Duitsers. Zij - of hun nazaten - wonen in grote meerderheid in Duitsland. De meeste Tsjechen verzetten zich tegen teruggave van bezittingen aan de Duitsers met het argument dat de Sudeten-Duitsers in de late jaren dertig hebben bijgedragen tot de ondergang van de eerste Tsjechoslowaakse Republiek, dat ze in 1938 de nazi's enthousiast hebben verwelkomd en dat ze in de oorlogsjaren hebben gecollaboreerd met de nazi's.

Na de oorlog werden de 2,5 miljoen Duitsers zonder pardon het land uitgezet in een exodus die velen het leven kostte. President Havel veroorzaakte in 1990 een storm van verontwaardiging in Tsjechoslowakije toen hij openlijk pleitte voor een Tsjechische schuldbekentenis aan de Duitsers, wegens de in 1945 betoonde wreedheden en wegens het feit dat indertijd geen verschil is gemaakt tussen Duitsers die wel en Duitsers die niet hadden gecollaboreerd. Havel keerde zich in een recente toespraak echter tegen de teruggave van onroerend goed aan de nakomelingen van Sudeten-Duitsers wegens “de stormen” die dit zou losmaken op het gebied van het eigendomsrecht en het gevaar dat de oude animositeiten tussen Tsjechen en Duitsers erdoor zouden kunnen opleven. (Reuter)