Een atlas voor de hele wereld

De Grote Bosatlas, die voor het eerst verscheen in 1877, is een Nederlands monument geworden. Maar sinds kort begint hij ook internationaal aan een opmars. Morgen krijgt staatssecretaris Netelenbos het eerste exemplaar van de 51ste druk.

'Na een paar malaisejaren marcheren de atlassen als nooit tevoren. Iedereen wil ineens een nieuwe', aldus dr. Ad van Holten, hoofd van Wolters-Noordhoff Atlasprodukties en uitgever van de Grote Bosatlas. Blijkbaar hebben de kopers van atlassen hun aanschaf even uitgesteld. De publieksmarkt deed dat door de turbulente ontwikkelingen in Oost-Europa en het onderwijs door de invoering van de basisvorming die het aardrijkskunde-onderwijs ingrijpend veranderde.

Omdat er zo'n grote vraag bestaat heeft de 51ste druk een ongekend hoge eerste oplage van 80.000 exemplaren. Legt men ze allemaal op elkaar, dan ontstaat er een stapel van 1600 meter hoog. De totale winkelwaarde bedraagt 7,4 miljoen gulden, want de verkoopprijs is vastgesteld op ƒ 92,50, een forse verhoging ten opzichte van de vorige druk die in 1988 ƒ 69,75 kostte.

De nieuwe druk bevat net als de vorige ruim 700 kaarten. Daarvan zijn er meer dan 200 geheel nieuw, de rest is geactualiseerd. De nieuwe kaarten weerspiegelen de veranderingen in de wereld, maar ook de veranderde leerplannen en eindexamenprogramma's op middelbare scholen. Want de Bosatlas is en blijft in de eerste plaats een schoolatlas. Voor het eerst heeft Wolters-Noordhoff sterk rekening gehouden met de wensen van gebruikers. Raadpleegde men vroeger bij een herziening een groepje van 15 tot 30 kenners, deze keer heeft men een herzieningsplan voorgelegd aan een representatieve groep van 150 aardrijkskundedocenten. Zij gaven hun mening over kaarten die konden vervallen, gecombineerd konden worden of er nieuw in moesten.

Dat leidde tot een sterke toename van kaarten over Nederland en Europa. Ongeveer 35% van alle kaarten gaat nu over Nederland, 25% over Europa inclusief de voormalige Sovjet-Unie (in atlaspagina's gemeten resp. 34% en 31%). Het onderwerp 'eigen omgeving' met fraaie detailkaarten en modellen van allerlei soorten landschappen in Nederland is zelfs een aparte sectie geworden, omdat het aardrijkskunde-onderwijs volgens de basisvorming veel aandacht aan de eigen omgeving moet besteden.

De wereld buiten Europa heeft nu minder aandacht gekregen. Van Holten betreurt dat: 'De Fransen hebben de naam chauvinistisch te zijn, maar in de Franse editie van de Bosatlas, Atlas 2000, tegenwoordig de schoolatlas in Frankrijk, gaat slechts 15% van de kaarten over Frankrijk. Op verzoek van de Fransen hebben we gedetailleerde kaarten opgenomen over China en Japan. Nederlandse leraren hebben daar geen behoefte aan, want China en Japan komen op school niet aan de orde. Voor een land dat zo internationaal georiënteerd is en zo afhankelijk is van het buitenland is dat merkwaardig. De basisvorming heeft verordonneerd dat aan de wereld buiten Europa maar een kwart van de lestijd besteed mag worden. Bij het stellen van onze prioriteiten moesten we in het spoor van de basisvorming lopen.'

Na de (bijna) watersnoodramp van dit voorjaar is het ook verbazingwekkend dat de docenten vonden dat de strijd tegen het water wel wat minder aandacht kon krijgen. Ook dat is volgens Van Holten een uitvloeisel van de basisvorming, waar 'nog maar weinig ruimte is voor fysische geografie'. Op eigen initiatief heeft hij wel een serie van kaartjes over de Rijnkanalisatie opgenomen, maar helaas zijn die beperkt tot Nederland en tot de periode na de deltawerken.

Ook de thematische kaartjes over Israel en omgeving zijn gesneuveld. Van Holten: 'Zonder die kaartjes is het Israelisch-Arabische conflict niet goed te begrijpen, maar het onderwijs doet niets met die kaartjes. We hebben nog wel een apart overzichtskaartje van Israel gehandhaafd, hoewel een redacteur er regelmatig voor pleit ook dat weg te laten. Er staat immers een goede overzichtskaart van het Midden-Oosten in de atlas. Ik roep dan altijd: op voorwaarde dat jij dan alle correspondentie en telefoontjes beantwoordt. Israel neemt bij Nederlanders een hele speciale plaats in: wie aan Israël komt, komt aan ons.'

Volgt de Bosatlas niet al te slaafs de wensen van het onderwijs en de richtlijnen van de overheid? Een atlasmaker heeft toch een eigen verantwoordelijkheid? Hij behoort toch ook te beschikken over een gezonde dosis eigenwijsheid en eergevoel om een mooie atlas te maken?

Van Holten: 'Je kunt onze werkwijze vergelijken met die van een architect. Onze gebruikers formuleren een programma van eisen, wij moeten daar een mooie atlas van maken. Wensen van gebruikers zijn vaak tegenstrijdig of incompleet. De kunst is dan om een produkt te ontwikkelen waarin zoveel mogelijk wensen gehonoreerd worden. Dat is de creatieve kant van het atlassen maken. Naast leerplannen en examenprogramma's is ook de duurzame actualiteit een input voor onze keuzes. De atlas is een spiegel van de wereld waarin we los van leerplannen een wereldbeeld willen geven dat actueel en duurzaam is. Zo hebben we eind '93 besloten een kaartje over de etnische samenstelling van de Kaukasus op te nemen. In '94 barstte de strijd in Tsjetsjenië los dat in het hart van het kaartje ligt. In dat soort coïncidenties ligt het aardige van atlassen maken.'

In de nieuwe druk komen tientallen onderwerpen aan de orde waarover niet eerder kaartjes gemaakt werden zoals broeikaseffect, ozonlaag, stankoverlast, afvalproduktie, autogebruik, verkeersslachtoffers, brandhoutgebruik, multiculturele samenleving, milieu, Nederland als distributieland enz. Ook staan er 24 nieuwe kaartjes in die de tegenstellingen tussen West-, Midden-, Oost- en Zuid-Europa treffend weergeven, variërend van de hoogte van de netto-lonen en de koopkracht tot het percentage werkende vrouwen en de zuigelingensterfte. Modieuze keuzes probeert Van Holten te vermijden. De kaarten moeten een produktgeneratie van 5 tot 8 jaar meekunnen. Wat achteraf modieus gebleken is, verdwijnt bij de volgende druk weer.

Een nieuwe druk van de Grote Bosatlas is een gigantisch karwei. In de vorige herziening werden ongeveer 22.000 arbeidsuren gestoken. Hoeveel arbeidsuren er in deze nieuwe druk geïnvesteerd zijn, wil Van Holten niet verklappen. 'Het gaat om talloze manjaren en miljoenen guldens', is alles wat hij erover kwijt wil.

Behalve in het ontwerpen van de tweehonderd nieuwe kaartjes is er veel werk gaan zitten in de herziening van de vijfhonderd kaarten die gehandhaafd bleven. Aan de overzichtskaarten is ogenschijnlijk niets veranderd. Kustlijnen, rivieren, gebergten en steden veranderen immers niet van plaats. Schijn bedriegt echter. Behalve de opvallende landsgrenzen kunnen ook de minder opvallende provinciegrenzen veranderen zoals bijvoorbeeld in Zuid-Afrika. Of een stad kan zoveel gegroeid zijn dat er een ander kaartsymbool nodig is, een tweebaansweg kan een autosnelweg geworden zijn, er kunnen nieuwe spoorlijnen zijn aangelegd of oude opgebroken... Al deze veranderingen moeten bij een herziening meegenomen worden.

Daarbovenop komen nog de honderden veranderingen van plaatsnamen, niet alleen in de voormalige Sovjet-Unie, maar ook in gebieden als Noord-Canada en Groenland waar het toegenomen etnische bewustzijn leidde tot vele 'nieuwe' namen. Ook een aantal plaatsen in Friesland heeft blijkbaar officieel een andere (Friese) naam gekregen.

Het digitale tijdperk heeft voor atlasmakers nog niet gebracht wat velen ervan verwacht hadden. De thematische kaarten worden allemaal op een computer gemaakt; de overzichtskaarten die het gezicht van de Bosatlas bepalen, nog niet. Oorzaak: gebrek aan goede, digitale informatie.

Van Holten: 'Digitaliseren is erg duur. Van de totale kosten gaat slechts 15% in de hard- en software zitten en 85% in het verzamelen van goede data. We beginnen pas aan digitale overzichtskaarten als de topografische diensten goede, up to date informatie in digitale vorm kunnen leveren die wij vervolgens kunnen veredelen.' Maar ook als er wel goede digitale informatie beschikbaar is, kan de beste computercartograaf er geen kaart van maken die qua schoonheid kan wedijveren met een handgemaakte. Van Holten laat een overzichtskaart van Zweden zien uit de Zweedse editie van de Bosatlas. Hij is gemaakt met kwalitatief uitstekende digitale informatie van de Zweedse topografische dienst en geheel ontworpen volgens de stijlkenmerken van de Bosatlas die tot uitdrukking komen in de manier van generaliseren, de kleurschakeringen, de beschrifting en de weergave van gebergten door het aanbrengen van schaduw. Toch ziet de kaart er doodser uit, er zit minder leven in. Van Holten: 'Het verschil zit hem in de kwaliteit van de bergtekeningen die hier met de computer en in de Grote Bosatlas met de hand gemaakt zijn. Er zit wel schaduwwerking in, maar die is mechanisch aangebracht. Artistiek zit er geen leven in.'

Hij betwijfelt of de computer dat er ooit in kan brengen, maar zal daar noodgedwongen mee moeten leren leven. De volgende editie van de Bosatlas is waarschijnlijk helemaal op de computer gemaakt. 'Daar kun je vergif op innemen. Er zijn dan geen mensen meer die het traditionele vak nog verstaan en met de hand bergen kunnen tekenen. Wie dat wel kan, voorspel ik een goed belegde boterham.'

Voor het maken van thematische kaarten biedt de computer meer voordelen. Van Holten: 'Het uitvoerende werk gaat sneller, maar het verzamelen van gegevens, het bepalen van de stijl, het ontwerpen van legendaklassen, kortom het bedenken en ontwerpen van een kaart, kost nog evenveel tijd als vroeger. Alleen het gereedschap van de kaartenmaker is veranderd: in plaats van een kleurpotlood gebruikt hij nu een muis. Vroeger was een kaartenmaker met een eenvoudig thematisch kaartje 60 uur bezig, nu gemiddeld nog altijd 25 uur.'

Kaartjes maken op de computer lijkt eenvoudig, maar niet als men aan de kwaliteitseisen van de Bosatlas moet voldoen. Van Holten: 'Zoals iedereen een foto of tekening kan maken, zo kan iedereen een kaartje maken. Maar wij proberen de Rembrandt of de Van Gogh van de cartografie te zijn. Een kaart is een op feiten gebaseerd schilderij.'

Aan de esthetische kwaliteiten, de aard van de visualisering, het vereenvoudigen van de wereld, het verantwoord generaliseren herken je het vakmanschap van de atlassenmaker. Goede kaarten maken is een kwestie van kiezen en weglaten.

De kunst beheerst men in Groningen als geen ander. Het adagium dat aardrijkskundeleraar Pieter Bos in 1877 aan de eerste Bosatlas meegaf, geldt nog steeds: Nur leer scheinende Karten prägen sich dem Gedachtnisse ein, een uitspraak van de natuurvorser en geograaf Alexander von Humboldt.

Bos koos voor inzichtelijke kaarten 'die niet met namen zijn overladen' en 'beperking tot het noodige'. De atlasredacteuren na hem hebben deze traditie voortgezet en geperfectioneerd. Van Holten: 'Eenvoud is het kenmerk van het ware. Dat geldt voor elk leermiddel en zeker voor een schoolatlas. De informatie op een kaart moet zo veredeld worden dat deze eenvoudig lijkt. De verleiding is altijd groot om alles wat je van een gebied weet op een kaart te zetten. Wij noemen dat stapelen. Een kaart is dan het eindresultaat van een onderzoek, terwijl een educatieve kaart juist het begin van een oriëntatie hoort te zijn. De uitspraak van Von Humboldt is een hele mooie. Bos zette hem voort in zijn eerste atlas. Hij las de Duitse etnografische literatuur als de krant, maar waar precies Von Humboldt deze uitspraak gedaan heeft weten we niet. NRC-lezers die ons de bron daarvan kunnen geven, krijgen een atlas.'

Eenvoud en overzichtelijkheid zijn het handelsmerk van de Bosatlas geworden, ook in het buitenland waar co-edities het opvallend goed doen. Er worden tegenwoordig meer Bosatlassen in het buitenland verkocht dan in Nederland. Van Holten: 'We hebben nu een Franse, een Vlaamse, een Waalse, een Deense en een Zweedse editie. Overal zijn we de meest verkochte schoolatlassen. Een Noorse editie staat op stapel en nu Wolters-Kluwer een Engelse uitgever heeft opgekocht met een sterke positie op de markt van aardrijkskundeboeken beginnen we te denken aan een Engelse co-editie.'

Pas toen de Zweedse concurrent Esselte zich op de Nederlandse markt waagde en daar mislukte, is Wolters-Noordhoff zich bewust geworden van de commerciële waarde van de Bosatlas. In 1978 bracht Esselte een Nederlandse editie uit van de Nordisk Skolatlas, een co-editie met Meulenhoff Educatief, de marktleider in aardrijkskundeboeken. De Meulenhoff Atlas flopte, vooral vanwege de veel minder overzichtelijke visualisering. Toen is Wolters-Noordhoff in de tegenaanval gegaan en met buitenlandse co-edities begonnen.

Van Holten is er vooral trots op dat de co-editie in Zweden zo goed loopt. 'Binnenkort brengen we daar een beknopte en uitgebreide editie en stijgt ons marktaandeel van 40% nu naar ver boven de 50%.' Niet alleen op zijn thuismarkt heeft Esselte het moeilijk, ook van een groot deel van de Westeuropese markt is dit bedrijf inmiddels verdwenen. Een pikante bijzonderheid is dat Esselte enkele jaren geleden een zusterbedrijf van Wolters-Noordhoff geworden is, toen Wolters-Kluwer het Zweedse bedrijf Liber opkocht, waar Esselte deel van uit maakt.