Concertgebouw wordt in tien jaar opgeknapt en deels gerestaureerd

AMSTERDAM, 8 MAART. Het plafond van de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw zal bij een restauratie in de komende jaren worden teruggebracht in de oorspronkelijke toestand, met veel meer ornamenten dan nu het geval is. De restauratie van het plafond maakt deel uit van een omvangrijk tienjarenplan dat 17 tot 18 miljoen gulden kost en bestaat uit het wegwerken van achterstallig onderhoud, renovatie en verschillende aanpassingen wegens het sterk toegenomen gebruikt van het Concertgebouw. Het eerste deel daarvan zal de komende vijf jaar 6 miljoen gulden kosten. Naast bijdragen van het Concertgebouw en de gemeente Amsterdam zal een “substantieel” deel daarvan worden betaald door het VSB-Fonds.

De restauratie van het plafond en een schilderbeurt van de Grote Zaal zijn de spectaculairste onderdelen van het nieuwe renovatieplan. Het bouwt voort op de vorige renovatie, waarbij het Concertgebouw sinds 1985 werd voorzien van een nieuwe fundering, een kelderverdieping en een nieuwe foyer-vleugel met ruimere entree. Daarna werd ook de buitenkant van het Concertgebouw opnieuw geschilderd en met weer aanbrengen van ooit verwijderde ornamenten goeddeels in de oorspronkelijke toestand teruggebracht. Ook de Spiegelzaal werd gerenoveerd en verdwenen versieringen in de gangen werden opnieuw aangebracht.

Het cassetteplafond van de Grote Zaal werd in het begin van de jaren '60 vernieuwd en sterk vereenvoudigd, waarbij de originele ornamenten werden vervangen door een soort 'bloempotten', nadat een stuk stucwerk had losgelaten en rakelings een bassist passeerde. Het inmiddels weer gescheurde plafond wijkt nu met de gele kleur en de kale structuur sterk af van de rest van de zaal, geschilderd in olijfgroen en crème. Sommige bezoekers vinden dat zij in een koektrommel zitten met het verkeerde deksel erop.

Uitgangspunt van de restauratie, die wellicht vanaf de zomer 1996 zal plaatsvinden terwijl de concerten doorgaan, is het onaangetast laten van de wereldberoemde akoestiek van het Concertgebouw. De luchtverversingsinstallatie wordt aangepast, zodat in deze overgangstijd naar het broeikasklimaat temperatuur en luchtvochtigheid beter kunnen worden beheerst.

Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders maakte het nieuwe renovatieplan gisteren bekend bij de presentatie van het nieuwe muziekseizoen van 202 concerten (nog afgezien van 43 gratis lunchconcerten) dat het Concertgebouw zelf in eigen huis programmeert, deels in samenwerking met de omroep. Er komen nieuwe series bij, o.a. de 'Extra vocale serie', 'Einde van een Eeuw' en een serie strijkkwartetten uit de jaren 1920-1995, waarmee ondermeer het 75-jarig bestaan van de eigen programmering in de Kleine Zaal wordt gevierd. Het totaal aantal eigen series komt op 25.

Er wordt voor de totale programmering van het Concertgebouw een nog toenemende publieke belangstelling verwacht, nadat het bezoekersaantal sinds het eeuwfeest van 1988 al toenam van 450.000 tot 700.000, mede dankzij het succes van de Zomerconcerten (vanaf 1 juli zijn er opnieuw 45) en de vorig jaar gestarte zondagochtendconcerten, die met 33 concerten wordt vervolgd.

Na cellist Yo Yo Ma en violist Gidon Kremer is dirigent en pianist Reinbert de Leeuw in het volgende seizoen de programmeur van de Carte Blanche-serie. Hij opent zijn serie met Stimmen verstummen van Goebaidoelina en het twee keer achtereen uit te voeren Gruppen van Stockhausen. Reinbert de Leeuw, Oliver Knussen en Robert Spano dirigeren daarbij een 'orkest' van 109 musici, bestaande uit zes Nederlandse ensembles. Verder brengt De Leeuw tijdens vier volgende concerten muziek van o.a. Messiaen, Vivier, Kagel, Knussen, Strawinsky, Liszt en een nieuw werk van Klaas de Vries, die daarvoor een opdracht kreeg.

Tijdens een extra concert dirigeert de cellist Mstislav Rostropowitsj het Concertgebouworkest in een Oestwolskaja-programma, waarbij De Leeuw solo de Zesde pianosonate speelt en samen met Rostropowitsj Grand Duet uitvoert. Ook de Extra vocale serie is door De Leeuw geprogrammeerd met muziek van Kurtág, Schönberg, Holliger, Schumann, Schat en Goehr.

Ook in andere series wordt een aantal premières van Nederlandse componisten gespeeld: Kerstens, Ansink en Van Keulen. De Italiaanse sopraan Cecilia Bartoli treedt op in de serie Grote solisten. In de serie Wereldberoemde barokorkesten dirigeert Frans Brüggen bij het Orkest van de Achttiende Eeuw voor het eerst Bachs Matthäus Passion.