Besluit A73 kan milieu goed doen

Het besluit over de snelweg A73 in Limburg was de volgende klap voor natuur en milieu in Nederland. Toch zit er wellicht een zeer positief aspect aan de principiële stellingname met betrekking tot de besluitvorming over grote infrastructurele werken, die de VVD onder leiding van Bolkestein innam. De gevolgen daarvan kunnen reeds in deze kabinetsperiode gunstig voor natuur en milieu uitpakken. Laat ik dit uitleggen.

De motie, die VVD en CDA tezamen indienden, gaat uit van de overwegingen dat “politiek bestuurlijk Limburg een integrale afweging heeft gemaakt van aspecten op het gebied van verkeer, ruimte, milieu, economie en financiën”, en dat “bestuurlijke consistentie is vereist met het oog op de reeds gedane investeringen door overheden en bedrijfsleven”.

Bolkestein beklemtoonde in het parlementaire debat twee redenen voor de stellingname van de VVD. In de eerste plaats een inhoudelijke milieureden, die zijns inziens pleitte voor een aanleg van de A73 ten oosten van de Maas. In de tweede plaats noemde hij - en dit is politiek van groot belang - een bestuurlijke reden. “De meerderheid van de Staten was voor aanleg oost. De gedeputeerden waren unaniem voor aanleg oost”, zo zei hij. “Waarom willen wij het beter weten? Het is hun provincie, het is hun landschap, het is hun natuur. Zijn de provinciale bestuurders dan natuurbarbaren? Waar de Kamer zo verdeeld is, zou het kabinet toch de provinciale bestuurders moeten volgen? Waarom deze randstedelijke arrogantie?”

Het is bij de positiebepaling van de VVD bovendien significant dat een kosten/baten-analyse, zoals bij eerdere grote projecten werd bepleit, niet doorslaggevend behoeft te zijn. Extra kosten in de orde van 200 miljoen gulden, dat wil zeggen circa 25 procent van de totale kosten, zullen stellig niet worden terugverdiend in de vorm van bijvoorbeeld werkgelegenheid of hogere bedrijfswinsten. Zij worden door de VVD dus acceptabel geacht in geval lagere overheden een sterke voorkeur uitspreken en bestuurlijke consistentie in het geding is.

Indien, zoals op vele andere terreinen, Bolkestein met zijn uitspraken een principiële lijn uitzet met betrekking tot de besluitvorming over grote infrastructurele projecten, dan kunnen de gevolgen daarvan bij een aantal grote beslissingen op korte termijn al van zeer gunstige invloed zijn op natuur en milieu in ons land. Het betreft hier besluiten over projecten waarvan de wenselijkheid door alle betrokken overheden (rijk, provincie(s), gemeente(n)) wordt onderschreven, maar de wijze van invulling - zoals bij de A73 - omstreden is. Buiten deze categorie vallen dus projecten als de gaswinning onder de Waddenzee (lagere overheden unaniem tegen, maar door het rijk als nationaal belang beschouwd), de gasopslag bij Langelo (idem) en het vliegveld Zestienhoven (wenselijkheid omstreden).

Wel onderwerp van besluitvorming binnen het kader van de Bolkestein-doctrine zijn op korte termijn de uitbreiding van Schiphol, de Betuwelijn en de hoge-snelheidslijn (HSL) door het Groene Hart. Het belang van elk van deze projecten wordt door de betrokken overheden niet bestreden of valt onder de noemer “nationaal belang” (wat betreft de aanleg van de Betuwelijn onder het voorbehoud van een waarschijnlijke Kameruitspraak). De discussie gaat slechts over de verdere wijze van invulling. Bij elk project bestaan fundamenteel andere en stellig uitgesproken voorkeuren van de lagere overheden voor duurdere alternatieven, die echter zeer aanzienlijke en onomstreden voordelen voor natuur en milieu hebben. Vooral in het geval van de HSL biedt bovendien het alternatief - een tracé langs Den Haag - belangrijke voordelen van bestuurlijke consistentie, zowel ten aanzien van reeds gedane investeringen door overheden en bedrijfsleven rond Den Haag (dreiging van “buiten sluiten”) als rond Bleiswijk (bedreiging tuinbouw).

Indien Bolkestein, en met hem de Tweede-Kamerfractie van de VVD, de bij de A73 uitgezette lijn consequent doortrekt, zal de schade aan natuur en milieu ten gevolge van grote, maatschappelijk noodzakelijke ingrepen in belangrijke mate kunnen worden beperkt. Indien bij de besluitvorming over de invulling van grote infrastructurele werken als maatstaf wordt gehanteerd de combinatie van een voorkeur van lagere overheden, een beter milieu en tot 25 procent hogere kosten, zijn goede oplossingen te vinden voor de uitbreiding van Schiphol (gedraaide baan), de Betuwelijn (serieuze aanpassingen bij knelpunten) en de HSL (geen doorsnijding van het Groene Hart). Hiervoor zou een grote meerderheid te vinden zijn in kabinet en, zeker indien ook het CDA zich voegt, de Tweede Kamer. Ook de meerderheid van de natuur- en milieubeweging zou - zo schat ik - bereid zijn tot constructieve medewerking.

Blijkt echter sprake te zijn van een gelegenheidsargument met vooral electorale bedoelingen, dan is de besluitvorming rond de A73 de zoveelste klap die een politiek-uit-balans toedient aan onze eigen omgeving.