Jeugdhulp

'Minder jeugdhulp is resultaat van overheidsbeleid', aldus de titel van een artikel van H. Dijk in deze krant van 28 februari. Volgens Dijk heeft het decentralisatiebeleid van de overheid geleid tot sluiting van de meest professionele tehuizen.

De decentralisatie van jeugdhulpverlening naar provincies en grote steden heeft plaatsgevonden in 1992. Daarvoor al heeft het rijk ruim 200 miljoen gulden aan bezuinigingen doorgevoerd. Na 1992 is het budget weliswaar nominaal gelijk gebleven, maar was absoluut niet berekend op de sterke toename van de vraag naar hulp, noch op de gestegen kosten. Het aantal jeugdigen dat onder toezicht gesteld wordt, dreigt jaarlijks met zo'n 20 procent te stijgen! Pas met het aantreden van het paarse kabinet breekt het besef door dat extra investeringen hard nodig zijn. Voor 1995 is uit te rekenen dat er op jaarbasis minimaal 60 miljoen (oplopend tot 90 miljoen in 1997) extra nodig is voor een adequate jeugdhulpverlening.

Naast het bestrijden van rijksbezuinigingen, werken de provincies en grote steden hard aan een samenhangend aanbod van jeugdzorg, waarbij binnen een regio hulpverlening, onderwijs en arbeidsmarktbeleid onderling gekoppeld zijn. Residentiële instellingen worden daarbij steeds meer onderdeel van een breed spectrum van lichte en zwaardere hulpvormen binnen het regionale aanbod. Ik heb geen heimwee naar professionele tehuizen waarvan het niet uitmaakt in welke provincie ze staan.

Samen met provincies en gemeenten wil het rijk daadwerkelijk inhoud geven aan 'regie in jeugdzorg'. Daarbij bouwen we voort op de versnelling van jeugdbeleid die sinds de decentralisatie, veelal met inzet van aanvullende middelen van provincies en gemeenten, tot stand is gebracht. Binnen dat kader past een structurele ophoging van de rijksuitgaven om volumegroei in de jeugdhulpverlening te realiseren. Decentralisatie is voor de uitvoering van dat beleid van levensbelang: alleen dan is een aansluiting tussen lichte, vrijwillige vormen van hulpverlening en de opvang voor justitieel geplaatsten te garanderen. Het verbreken van dit evenwicht zou leiden tot een geïsoleerde jeugdhulpverlening die zich nog uitsluitend richt op gedwongen opnames.