Een wanhopig verliefde man met lege armen

De Russische schrijver Viktor Sjklovski vluchtte in 1923 naar Berlijn. Daar schreef hij 'Zoo of brieven niet over liefde'. “Het is een kraakhelder boek, er staat geen duistere zin in, en toch gaat het over drie onbevattelijke dingen tegelijk.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn gegaan.

De gebonden versie van 'Zoo of brieven niet over liefde' (Russische Miniaturen, uitg. Van Oorschot, 1979) is nog steeds verkrijgbaar bij de ICOB-boekhandels voor ƒ 24,90.

Het liefst zou ik de hele dag niets anders doen dan veel te lange zinnen schrijven. Lange, zeewierachtige zinnen met veel komma's, die pas na een regel of tien, twaalf even zouden rusten voor een punt. Maar ik word bewaakt door een potige, dode automobielenvriend uit Rusland.

Hij heette Viktor Sjklovski. Zijn boek, Zoo of brieven niet over liefde, heeft een vaste plek in de rechter bovenhoek van mijn schrijftafel. En voor ik aan het werk ga blader ik het altijd even door, om mezelf er aan te herinneren hoe het eigenlijk moet. Korte zinnen. Lakoniek waar je diepe ernst zou verwachten. Uitgelaten in plaats van wanhopig. Roekeloos, maar tegelijk zo ontheemd en verlaten dat ik telkens weer, al na het lezen van twee of drie alinea's, van ontroering uit mijn stoel spring.

Ik heb nu zelf twee boeken geschreven. In beide duikt hij even op. Ik zou er graag een oeuvre van willen maken, maar alleen op voorwaarde dat Sjklovski in de buurt blijft.

Hij schreef Zoo niet in zijn geliefde Petersburg, maar in Berlijn. Het was 1923. Sjklovski was de revolutie zeker toegedaan, en hij bestuurde tanks met hartstocht, maar zijn timing was niet goed. Hij zat altijd op Rode tanks als de Witten binnenvielen en omgekeerd. Tenslotte moest hij vluchten naar Berlijn, waar toen tienduizenden Russen woonden, 'bij elkaar gehokt tussen de Duitsers als een tussen zijn oevers ingeklemd meer.'

Ook Alja woonde daar. Een vrouw gewend aan bloemen en balzalen. Zij verbood de berooide vluchteling haar op te bellen of te bezoeken. Schrijven mocht hij haar wel, zij het op één voorwaarde: niet over de liefde. Want dat verveelde haar. En dus gaan al die brieven, waaruit later het boek ontstond, nergens anders over. Sjklovski hield zich uit alle macht aan het verbod. Hij schreef over de dierentuin en Duitse tafelmanieren, over oceaanstomers en het grauwgestreepte Dresden. Maar alles pakte uit als een metafoor van zijn toestand: een wanhopig verliefde man met lege armen.

En zonder vaste verblijfplaats. Want 'Zoo' gaat niet zomaar over een gebroken hart. Het is een kraakhelder boek, er staat geen duistere zin in, en toch gaat het over drie onbevattelijke dingen tegelijk. Een niet aanvaarde liefde. Het emigrantenleed van een revolutionair in Berlijn. En de compositie van de roman in het tijdperk van het automobiel. Over liefdesverdriet, exil en de literatuur zelf.

Ik deel mijn liefde voor dit boek met Dubravka Ugresic, de Kroatische schrijfster die haar leven in Zagreb niet meer zeker was en nu door Europa zwerft. Op dit moment woont ze nog even in . . . Berlijn, een stad die haar hard valt. Ze verblijft er in hetzelfde schrijvershuis waar Max Frisch heeft zitten nadenken, in 1947, over een beroemd gedicht van Bertolt Brecht. Is het in oorlogstijd werkelijk een misdaad om over bomen te spreken, omdat men daarmee over de gruwelen zwijgt? Ugresic schrijft over bomen. En ook over violen, vreemde Amerikanen en haar cholesterolspiegel. Toch maakt niemand zo pijnlijk zichtbaar hoe de oorlog hele mensen verknipt. Haar artikelen zijn een portret, noodzakelijk onvolledig, van de schrijver die niet meer in Servië, Kroatië of Bosnië woont, maar Ergens Anders.

Ze herkent heel veel in Sjklovski. Ook hij schreef fragmentarische portretten van zijn verdwaalde collega's. De uitgever Grzjebin die manuscripten opkocht met de hysterie van een nymfomane. De verlegen Bjelyj, die het bij voorbaat met alles eens was. En Pjotr Bogatyrjov, 'met zijn te korte broek, schoenen met losse veters, een koffer vol manuscripten en verscheurd papier en dat alles zo door elkaar dat je niet kon zeggen waar het wetenschappelijke onderzoek eindigde en de broek begon.' Ook Sjklovski schreef over alles wat hem omringde, behalve over de oorlog die hem had verdreven. En ook niet over de landgenote die zijn bestaan ontkende alsof ze Rusland zelf was.

Sjklovski was de uitvinder van het formalisme: een literaire stroming die niet geloofde in de psychologische gemotiveerde roman en daarom besloot het weefsel dat de hoofdstukken van het verhaal verbond te verbreken. Een stijl van halsbrekende bochten, roekeloze sprongen van de ene episode naar de andere. Achteraf lijkt het de natuurlijke stijl voor de balling met een gebroken hart. In die dagen werd je, als het leven niet meer was dan een willekeurige aaneenschakeling van eenzaamheid en geweld, vanzelf formalist.

Ik heb me tot het uiterste ingespannen om niet hele pagina's te citeren. Nu alleen dit ene fragment, uit een brief waarin Sjklovski in de war raakt over het verband tussen auto's en revolutie. Zo in de war, dat de zinnen tenslotte uit het keurslijf springen en zich in komma's verliezen. De grappen wijken voor de ernst. Want uiteindelijk, als het verzet dan toch is gebroken, laat de melancholie zich niet langer tegenhouden door de punt aan het einde van een zin.

“Een wapen maakt een mens moediger. Een paard verandert hem in een cavalerist. Dingen maken van de mens, wat hij van de dingen maakt. Snelheid eist een doel. De dingen vermenigvuldigen zich om ons heen; op het ogenblik zijn er tien of honderd maal meer dan dan tweehonderd jaar geleden. De mensheid beheerst de dingen, maar de afzonderlijke mens doet dit niet. Het is nodig dat het individu het geheim van de machine beheerst: nodig is een nieuwe romantiek, want anders werpen de machines de mensen in de bochten uit het leven. Ik ben nu verward, want dit door autobanden glad gepolijste asfalt, deze lichtreclames en elegant geklede vrouwen - dit alles is bezig mij te veranderen. Ik ben hier niet degeen die ik was, hier, zo wil het mij voorkomen, ben ik niet op mijn plaats.”

    • Chris Keulemans