Grondwet noch burger verzet zich tegen bezwaarsysteem

CDA-kamerlid Lansink opperde het plan om iedereen orgaandonor te maken, behalve hen die expliciet bezwaar aantekenen. Dit voorstel stuitte op veel weerstand; volgens de VVD was het zelfs in strijd met de grondwet. Onzin, vinden Hans Akveld en Dick Hessing. Het is volledig in overeenstemming met de grondwet en bovendien is het wat de burgers zelf willen.

Niet eerder was de discussie over een wettelijke regeling van orgaandonatie zo hevig als de afgelopen week. Op radio, televisie en in de dagbladen namen velen deel aan deze discussie. En dat is maar goed ook, want het onderwerp raakt ons allemaal. Directe aanleiding vormde het debat in de Tweede Kamer over de voorgestelde wettelijke regeling van orgaandonatie en de onverwachte overstap van het CDA van het in het wetsvoorstel neergelegde toestemmingssysteem (donor verleent expliciet toestemming via een donorcodicil) naar een bezwaarsysteem (iedereen is donor behalve zij die expliciet bezwaar gemaakt hebben). Vooral de VVD nam dit laatste nogal hoog op. Zij verweet het CDA onfatsoenlijk politiek gedrag. Ook stelde de VVD bij monde van woordvoerster mevrouw M.M.H. Kamp, dat een bezwaarsysteem in strijd is met artikel 11 van de Grondwet. Erger kan eigenlijk niet in ons rechtssysteem. Het getuigt evenwel van een volstrekt onjuiste opvatting van deze bepaling. Dat is onbegrijpelijk, temeer daar dit artikel in de Grondwet is opgenomen op initiatief van een andere VVD'ster, de legendarische Annelien Kappeyne van de Coppello.

Artikel 11 van de Grondwet bepaalt, dat iedere burger recht heeft op onaantastbaarheid van zijn lichaam, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen. Deze onaantastbaarheid werkt ook door na de dood. Het recht op integriteit is niet absoluut, zoals direct uit het grondwetsartikel valt af te leiden. Beperkingen zijn mogelijk, mits zij op de wet gebaseerd zijn. De beperkingen kunnen bepaalde groepen burgers betreffen. Dit is bijvoorbeeld bij de militaire dienstplicht het geval. Ook kunnen beperkingen van de integriteit individuele burgers raken. Dat doet zich onder meer voor bij een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Ten slotte kunnen de beperkingen een algemeen karakter hebben en op alle burgers gericht zijn.

Een voorbeeld van dit laatste is een orgaandonatiewet die burgers ertoe verplicht expliciet bezwaar aan te tekenen tegen transplantatie van hun organen na hun dood. Dat zo'n wet in strijd zou zijn met de grondwet is onzin en moet als een vorm van demagogie worden aangemerkt. Al in 1992 schreven de verantwoordelijke bewindslieden Simons en Hirsch Ballin in de Memorie van Antwoord dat artikel 11 van de grondwet de mogelijkheid van een bezwaarsysteem niet uitsluit. In de Nadere Memorie van Antwoord van december 1993 herhaalden zij dit standpunt. In dat opzicht lijkt het er op dat de VVD-woordvoerster Kamp op dit punt het initiatief van Kappeyne van de Coppello eigenlijk niet goed begrijpt. Immers, juist het blote gegeven dat in een dergelijke wet deze beperking geregeld wordt, maakt dat de regeling juist niet in strijd is met de grondwet.

Soms wordt gesteld dat een bezwaarsysteem neerkomt op een onteigening van de persoonlijke beslissing. Soms zelfs wordt beweerd dat een bezwaarregeling neerkomt op een onteigening van het stoffelijk overschot door de staat. Niets is minder waar. Iedereen mag immers zelf beslissen wat er na zijn overlijden met zijn lichaam gebeurt. Heeft iemand in een bezwaarsysteem bezwaar aangetekend, dan weet hij dat absoluut geen organen uitgenomen zullen worden. Groter garantie voor de zelfbeschikking is nauwelijks denkbaar.

De kans dat men ongewild donor wordt is in het toestemmingssysteem veel groter, en wel in al die gevallen, waarin de betrokkene zelf geen toestemming heeft gegeven voor orgaanuitname en vervolgens de nabestaanden een eigen beslissing gaan nemen, die zeer wel haaks kan staan op wat de overledene wilde. Onteigening dus van de persoonlijke beslissing. Een en andermaal hebben de verantwoordelijke bewindslieden moeten erkennen dat die kans in hun voorstel zeer wel aanwezig is. Het is opmerkelijk dat de VVD zich tegen deze inbreuk op het recht op integriteit nauwelijks of niet verzet.

In het hoofdartikel van afgelopen donderdag in deze krant werd opgemerkt dat er een einde gemaakt moet worden aan de juridische onzekerheid over donorcodicils. Daarover is evenwel helemaal geen juridische onzekerheid. De wet op de lijkbezorging bevat immers expliciet de mogelijkheid om in een verklaring zijn wil ten aanzien van het afstaan van organen na overlijden vast te leggen. Heeft iemand zo'n verklaring ingevuld, dan is er noch feitelijk noch juridisch onduidelijkheid. Er mag gelegitimeerd tot orgaanuitname worden overgegaan. Er is evenwel iets anders dan juridische onduidelijkheid aan de orde.

Voordat een arts tot uitname van een orgaan overgaat zal hij altijd met de nabestaanden praten, ongeacht het van toepassing zijnde wettelijk systeem. Een beschikbaar codicil of het ontbreken van bezwaar verandert daar niets aan. Bij zo'n gesprek kan het voorkomen dat de arts in redelijkheid tot de conclusie komt, dat hij het de nabestaanden niet kan aandoen een orgaan uit te nemen, omdat de nabestaanden dat emotioneel of anderszins niet aankunnen. De arts zal dan een afweging moeten maken. Deze heeft niets met juridische onduidelijkheid te maken. Het zou zelfs, zo menen wij, ongewenst zijn dat er sprake zou zijn van een zodanige juridische helderheid, dat er zelfs geen ruimte zou zijn voor een gesprek met de nabestaanden.

In een brief aan de Tweede Kamer van 25 november 1994 merken de ministers Borst en Sorgdrager op dat de Nederlandse bevolking vooralsnog niet toe is aan een bezwaarsysteem, maar zij houden het voor mogelijk dat het orgaandonorschap als zo vanzelfsprekend beschouwd gaat worden, dat een klimaat gaat ontstaan waarin de keuze voor een bezwaarsysteem alsnog een passende wordt. Daarbij passen twee opmerkingen. De eerste is, dat een beroep van de overheid op de wil van het volk tot extra waakzaamheid maant. De tweede opmerking is dat, zo al verwezen wordt naar de wil van de bevolking, heel andere conclusies getrokken moeten worden wanneer we kijken naar de resultaten van door het Centrum voor Gezondheidszorgbeleid en Recht van de Erasmus Universiteit verricht onderzoek. Gegeven de uitkomsten van dit onderzoek en in aanmerking genomen de standpunten van het CDA, PvdA en D66 in de Tweede Kamer, lijkt thans het moment te zijn aangebroken om voor het bezwaarsysteem te kiezen.

Er lijkt evenwel iets totaal anders aan de hand te zijn. Een aantal ministers is nog niet toe aan een wettelijke regeling van orgaandonatie. Pijnlijk duidelijk werd dat, toen premier W. Kok afgelopen zaterdag door Sonja Barend de vraag gesteld kreeg of hij een donorcodicil had. Hij gaf als antwoord dat hij daar over aan het denken was. Ook bij premier Kok lijken de rationele en emotionele aspecten in een onontwarbare kluwen te zitten. Alle voorlichting van de afgelopen 25 jaar heeft premier Kok òf niet bereikt òf niet tot een beslissing kunnen brengen. Premier Kok denkt er nog over na, de ministers Borst en Sorgdrager ook. De bevolking is er inmiddels wel uit en ook de Tweede Kamer. Het zou toch te mal voor woorden zijn als de regering dit blijft ontkennen.