Duitsland: geroofde kunst moet terug

MOSKOU, 28 FEBR. Duitsland blijft op het standpunt staan, dat na de oorlog door Sovjet-troepen uit Duitse depots meegenomen kunst moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren. Dat heeft een woordvoerder van de Duitse ambassade in Moskou gisteren meegedeeld naar aanleiding van de opening van een tentoonstelling van 63 betrokken kunstwerken in het Poesjkin-museum.

Van Duitse zijde is gepikeerd gereageerd op de opening van de expositie, die volgende maart zal worden gevolgd door een soortgelijke tentoonstelling in het Hermitage-museum in St. Petersburg, met o.a. werk van Van Gogh, Guaguin en Degas.

Volgens de ambassade-woordvoerder is Rusland internationaal-rechtelijk gehouden tot teruggave van de werken, die aan het eind van de oorlog door Sovjet-troepen zijn meegenomen uit Duitse depots. Onder de thans in Moskou tentoongestelde doeken zijn er die door de Duitsers waren geconfisqueerd van joodse families in Duitsland Hongarije. Andere daarentegen zijn afkomstig uit Duits museumbezit, oa. uit Bremen, Potsdam en Dresden.

Rusland en Duitsland hebben in 1993 onderhandeld over de teruggave van de doeken, maar Bonn vreest thans dat van Russische zijde weinig neiging bestaat zich aan de toen vastgelegde intenties te houden. Naar verluidt zal volgende maand in het Russische parlement een wetsontwerp worden ingediend over deze zaak. Over de vermoedelijke strekking daarvan heeft de Duitse ambassade in Moskou sombere voorgevoelens.

De Bondsrepubliek en de voormalige DDR hebben zelf sinds de oorlog in totaal 24.000 kunstwerken teruggegeven, die door Duitse troepen uit de Sovjet-Unie waren meegenomen, aldus de ambassade-woordvoerder.