De leestafel, een van de pijlers van een café

“De leestafel is een instituut op zichzelf, hij biedt sommigen iets te lezen en anderen een excuus om hun eenzaam verschijnen in het café te rechtvaardigen”, schreef Jan Vrijman ooit. Johan Dekker citeert hem in zijn scriptie Onder 't genot van een krantje over leestafels in Nederlandse cafés. Dekker, uit het Overijsselse Zwartsluis, schreef de scriptie als afstudeerproject voor de bibliotheekopleiding in Deventer.

De leestafels staan vooral in Grand Cafés. In zijn scriptie somt Dekker er in een 'subjectieve en onvolledige lijst' iets meer dan honderd op in Nederland, een kwart daarvan in Amsterdam. Bij het bedrijfschap Horeca in Zoetermeer wordt geteld hoeveel Grand Cafés Nederland heeft, tot die tijd vallen ze onder de bredere noemer 'café'.

Voor Dekker is een leestafel “een tafel die groter is dan andere tafels in een café. Actuele kranten en tijdschriften worden beschenen door leeslicht en er moet de mogelijkheid zijn om te schrijven. Eigenlijk is een leestafel een stamtafel met toegevoegde waarde”. Maar zo strak hanteert Dekker die 'regels' nu ook weer niet. Als het sm-café G-Force in Amsterdam vindt dat hun kleine tafeltje met sm-lectuur ook een leestafel is, prima. “Een café heeft altijd meer functies, er wordt nooit alleen maar gelezen, daar is de bibliotheek voor. Een leestafel kan een plek zijn om alleen te lezen, om te discussiëren, om iemand te ontmoeten, om iemand te kunnen observeren vóór een blind date begint.” Of, zoals bij brasserie café Beecker & Wetselaar in Breda tijdens de carnaval gebeurt, de leestafel kan gebruikt worden om op te dansen.

Na een lange periode van afwezigheid deed de leestafel aan het begin van de jaren tachtig weer zijn intrede, gelijk met de opkomst van het Grand Café. Een leestafel hoort eigenlijk bij de vaste inrichting van zo'n café, vindt Dekker. “In de 19de eeuw waren de leestafel en het biljart twee pijlers waar een café op steunde. Toen de meeste Grand Cafés na de Eerste Wereldoorlog verdwenen, groeide het aantal biljarten in de bruine cafés. Leestafels verdwenen bijna geheel, tot de Grand Cafés nieuwe stijl meer dan tien jaar geleden iets zochten wat hen zou kunnen onderscheiden van het bruine café: de leestafel”, vertelt Dekker.

De laatste jaren is aan de zo onstuimige groei van het aantal Grand Cafés en dus de leestafels een eind gekomen. “Grand Cafés zijn nog steeds populair maar er zijn er gewoon genoeg”, zegt Dekker. “In de jaren tachtig van deze eeuw, maar ook van de vorige, kon alles. Er waren mensen met geld - publiek voor Grand Cafés. Nu is het bruine café weer terug. Er is sprake van een soort conjunctuur.” Met de 'terugkeer' van het bruine café kan de cyclus van groot versus klein, licht versus donker, leestafel versus leesportefeuille weer van voren af aan beginnen.

Sinds de middeleeuwen worden herbergen, koffiehuizen en andere drinklokalen door klanten gebruikt om informatie en nieuws te vinden - eerst mondeling, later zijn er documenten die voorgelezen worden, nog weer later kranten en tijdschriften. Vanaf het begin van de achttiende eeuw is er een bloeiperiode van koffiehuizen in Nederland waar steeds meer Couranten en Tydingen worden aangetroffen. Het succes van het Fransche Koffijhuis in Amsterdam, waar gasten vanaf 1701 nieuws uit Engeland van kranten op de muur kunnen lezen, stimuleert anderen tot het beginnen van eigen koffiehuizen.

Dit concept komt tot volle bloei in de Kaffeehäuser in het Wenen van de achttiende eeuw. Over een Berlijns koffiehuis van iets later haalt Dekker een Duitse bron aan die de leeszaal beschrijft: “Es herrscht hier tiefes Schweigen; alles ist mit Zeitungslesen beschäftigt”. Van harde muziek of luidruchtig geklets is nog geen sprake, fluisteren en dan weer doorlezen is het devies.

In Amsterdam steekt het deftige Nieuw Amsterdamsch Koffijhuis aan de Kalverstraat een eeuw later het Weense koffiehuis naar de kroon. Abonnementen op honderdvijftig kranten en tijdschriften heeft eigenaar S. Allebrandi. Hij betrekt zijn titels 'tweedehands' bij het Handelsblad. Volgens een rekening die Dekker ergens vond, kostte dat Allebrandi zo'n tweeduizend gulden. In 1838 krijgt Allebrandi twee processen-verbaal als hij 'de afschuwelijke misdaad' heeft begaan zijn zaak op zondag te openen voor het publiek.

Rond 1850 is in Wenen een nieuw soort koffiehuis tot ontwikkeling gekomen: het Grand Café. Groot, ruim, smaakvol ingericht - mannen en vrouwen van stand vertoeven graag in een Wiener Grosscafé tussen muziek, biljart en kranten. Véél kranten. Het Café Central in Berlijn somt in de catalogus van 1913 niet minder dan 251 titels op uit het Duitse Rijk, Zwitserland, Holland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Engeland, Frankrijk, België, Spanje, Italië, Servië, Bulgarije, Roemenië, Rusland en Amerika.

Dat is heel wat meer dan de 83 titels die Die Port van Cleve in Amsterdam in 1884 aanbiedt. Die Port, in de volksmond 'de poort', heeft wel de extra service van een 'krantenkelner' die altijd bereid is “om snuffelaars en navorschers ten dienste te zijn door een oud nommer, dat men nog gaarne eens zoude inzien, te voorschijn te halen”. De leeszaal van Café Restaurant Krasnapolsky aan de Dam, met een van de eerste leestafels in de huidige vorm, kent zelfs een chef, David Soet - bijgenaamd 'David uit de leeszaal'. Hij bedient het binnen- en buitenlandse publiek met tientallen kranten. De New York Herald en de Texelsche Renbode liggen naast elkaar in het koper van het armatuur. In 1918 overtrof de collectie van 'Kras' die van alle andere cafés in Nederland.

De meeste leestafels verdwijnen in de periode na de Eerste Wereldoorlog. Slechts enkele, zoals Scheltema en Américain in Amsterdam, lukt het een intellectueel en artistiek publiek dat vraagt om een tafel met leesmateriaal tot de dag van vandaag te behouden. Gelukkig maar, vindt Dekker. Want hoe blij hij ook is met de komst van tientallen nieuwe Grand Cafés mét leestafels, aan de originele leestafel uit 1900 van hout, met koperen armatuur, groen schrijfblad en fijn leeslicht in Café Américain kunnen ze niet tippen.