Theater v/h Oosten blijft steken in leerstuk

Voorstelling: Liefde en lippendienst, van Marivaux, door Theater van het Oosten. Vertaling: Hans W. Bakx, regie en decor: Jos Groenier, licht: Uri Rapaport. Spel: Reinout Bussemaker, Wilbert Gieske, Maike Meijer, Theo Pont, Marcel Roijaards, Marleen Stoltz. Gezien: 24/2 Schouwburg, Arnhem. Tournee t/m 27/4.

Hoe slechter de mens, des te beter het theater. Zo redeneren althans veel regisseurs. Kil moet het toneelbeeld zijn, grimmig het stuk: dat is modern, dat is cool, dat heet beroering te wekken. In elke nadrukkelijk moderne regisseur schuilt een ouderwetse moralist, die het publiek een spiegel voorhoudt waarvan het hopelijk heel erg schrikt.

Spelers die de voosheid van de mens uitbeelden moeten er goed uitzien, want, zo luidt de achterliggende filosofie, alleen in aantrekkelijke mensen wensen wij onszelf te herkennen; zo ijdel zijn we wel.

Ter revitalisering van Marivaux' 271 jaar oude drama Liefde en lippendienst stelde regisseur Jos Groenier een cast van overwegend jonge spelers samen die sterk op fotomodellen lijken. In een decor van chroom en staal paraderen zij rond, altijd opzichtig, of ze nu op het voortoneel lopen of achter de reusachtige schuine tussenwand vol vierkante doorkijkjes.

In La Fausse Suivante, zoals deze zelden gespeelde komedie oorspronkelijk heet, draait alles om liefde en geld. Lélio wil van zijn verloofde af, een gravin, omdat de kans zich voordoet met een veel rijkere vrouw uit Parijs te trouwen. In een contract staat echter zwart op wit dat degene die de verloving verbreekt de ander een forse geldboete moet betalen. Het komt Lélio dus beter uit wanneer de gravín een eind aan hun verloving maakt. Een pas verworven vriend blijkt bereid haar het hoofd op hol brengen, terwijl Lélio de jaloerse minnaar speelt. Uiteindelijk kiest de gravin niet voor een van beide heren maar voor haar kapitaal. En de vriend wordt ontmaskerd als de rijke vrouw uit Parijs die weleens wilde weten wat voor vent huwelijkskandidaat Lélio nu eigenlijk is.

Groenier, van huis uit decorontwerper maar nu als regisseur debuterend in de grote zaal, zorgt voor een heldere enscenering. Te helder, te eenduidig naar mijn smaak. Lélio, met zijn brede kaken en geblondeerde lokken, blijft een cynische parvenu, de gravin een ongedurige genotzoekster en de vrouw uit Parijs een sensatiebeluste intrigante. Onbetrouwbaar, corrupt en door en door egoïstisch zijn deze lieden, dat moge duidelijk zijn.

Zeker, Liefde en lippendienst ìs een van de grimmigste drama's van Pierre Carlet de Marivaux. Hij schreef het kort na de ineenstorting van de Banque Royale, waarbij hij al zijn geld verloor. Dat had hij door een huwelijk geërfd: de auteur wist donders goed dat liefde een vorm is van zakendoen. Maar als je de tekst goed leest komen er meer nuances bovendrijven. La Fausse Suivante is ook het fijnzinnige verslag van een experiment met relaties in een tijd van grote morele onzekerheid.

Zulke nuances krijgen pas volop de ruimte wanneer men het stuk als een komedie speelt. De vermommingen en identiteitsverwisselingen, de aforismen vol kunstige paradoxen, de dubieuze rol van de bedienden: al die grappen en grollen moeten de toeschouwer zowel amuseren als in verwarring brengen.

Het Theater van het Oosten echter zaait geen verwarring en amuseert al evenmin - op een paar momenten na, zoals de scène waarin de nieuwe minnaar van de gravin een stokbroodje uit haar gulp haalt. Ik vrees dat de acteurs de vereiste schakeringen gewoon niet in huis hebben. Marleen Stoltz als de gravin, Reinout Bussemaker als Lélio en Theo Pont als de dronken bediende Arlequin (een aan de commedia dell' arte ontleend type) spelen wel met een zekere flair, maar blijven marionetten in een nogal stijf leerstuk. Maike Meijer, de als man vermomde vrouw, is geen sterke bezetting. Haar krampachtige dictie ontneemt haar travestierol elke souplesse.

Het kan ook zijn dat Groenier, beducht voor een kolderieke dan wel drakerige vertoning, de spelers te sterk heeft afgeremd. Toch had een lachspiegeleffect beter de zwakke plekken in deze voorstelling bedekt dan het beoogde spiegeleffect; in Groeniers spiegel ontwaren we weinig verrassingen.