'Iedereen heeft belang bij prijzen van AWBZ'

DEN HAAG, 27 FEBR. “Iedereen eet mee van de marges; vaak op een oneigenlijke manier.” Producenten, importeurs, leveranciers en verzekeraars van medische hulpmiddelen hebben allen “enigerlei belang” bij het instandhouden van een hoge prijs voor patiënten, een prijs die wordt betaald uit de kas van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Het rapport dat een externe onderzoeker in opdracht van het ministerie van volksgezondheid heeft geschreven over de 'marktwerking' in de medische-hulpmiddelensector is hard aangekomen op het Binnenhof. Minister Borst (volksgezondheid) en de Tweede Kamer hopen collectief 'dat de conclusies niet worden bevestigd' door de Ziekenfondsraad, die zich er de komende maand over mag buigen. Maar, voegt iedereen er haastig aan toe, de voortekenen zijn somber. Mede wegens de stelligheid waarmee de onderzoeker de prijsafspraken, de bonussen, de kortingen en de “karteleske structuur” blootlegt op de markt van prothesen, incontinentiematerialen en stoma-artikelen.

De onderzoeker - wiens naam het departement van volksgezondheid liever niet noemt - is van mening dat jaarlijks “zonder al te grote problemen” driehonderd miljoen gulden kan worden bespaard als er meer marktgericht en concurrerend zou worden gehandeld. Dat is eenderde van de totale jaarlijkse kosten uit de AWBZ-kas. “De declaratiepraktijk kent een groot aantal oneigenlijke elementen”, aldus het rapport. “In enkele gevallen lijken die een frauduleus karakter te hebben.” Ten minste een aantal verzekeraars komt declaratiemethoden met leveranciers overeen “die bedoeld lijken om een hoog declaratieniveau naar de AWBZ-kas in stand te houden en een deel van de overwinst elders te doen terechtkomen”, aldus het rapport. Er zijn ook verzekeraars die de fabrikant rechtstreeks laten leveren aan verzorgingstehuizen. Een bepaald deel van de kortingen blijft daardoor bij de tehuizen zelf.

Nieuwkomers onder producenten of leveranciers die met lagere prijzen schermen zijn niet gewenst. Zo krijgt een importeur van “erkend gelijkwaardige” orthopedische materialen voor een lagere prijs in Nederland maar geen voet aan de grond, omdat hij weigert bonussen te verstrekken, net zoals de 'concurrenten'. Als gevolg van deze praktijken zijn de prijzen in Nederland “voor vrijwel alle sectoren significant hoger” dan in andere Europese landen. Kleine fabrikanten die elders het prijsniveau van de grote producenten niet kunnen halen, blijken door “oneigenlijke methoden” in Nederland actief.

Verder is het met name bij de verstrekking van orthopedische produkten, steunkousen en stoma-materialen “een publiek geheim” dat voorschrijvers van deze middelen “een bonus krijgen uitgekeerd naar rato van de omzet” die zij helpen genereren. Het bewijs daarvoor is echter nauwelijks te leveren, want de betaling wordt contant verricht, “veelal in het buitenland”. Veel leveranciers leven ondertussen met een soort 'prisoner's dilemma': niemand “durft afstand te doen van de riante marges”. “Men vreest dan door collega's en verzekeraars geboycot te worden.”